artikel

‘We zijn de huisartsen van het bedrijfsleven’

Wetgeving

Opstekers voor de vereniging dus. En dat na een periode van flinke tegenslagen. Resulterend onder andere in het massaontslag van 112 arboverpleegkundigen bij ArboNed. Geconfronteerd met dit feit wil Bakker niet veel kwijt. ‘Natuurlijk hadden wij onze bedenkingen. Zo zijn de meeste ontslagen mensen reintegratieverpleegkundigen die slechts 560 in plaats van de vereiste 3360 uren van de opleiding arboverpleegkunde genoten. Een inschattingsfout van ArboNed die dacht met deze categorie in te spelen op de veranderende wetgeving. Heel vervelend voor die mensen ook. Maar laten we er alsjeblieft over ophouden. Ook andere arbodiensten als Arbo Unie en Commit ontsloegen verpleegkundigen. Onder druk van de veranderende markt. En laat ik vooropstellen dat ook bij ArboNed hele goede dingen gebeuren. Ook al was ik het niet eens met het ontslag van die verpleegkundigen. Vraag liever waarom een bedrijf als Ardyn of Human Capital Care wel zijn arboverpleegkundigen in dienst houdt en sommige arbodiensten zoals Achema Arbo alweer eerder dan ik had verwacht arboverpleegkundigen contracteren!’ Nou bij deze dan. Waarom? Bakker: ‘Ardyn ziet de meerwaarde van arboverpleegkundigen in. Net als sommige grote gemeenten, Akzo Nobel, ICI, GGZ Noord-Holland en zo kan ik nog wel even doorgaan. Wie een goede arboverpleegkundige als frontliner heeft, voorkomt veel verzuim en kan zich ook dure uren van de bedrijfsarts besparen. Wij zijn de huisartsen van het bedrijfsleven. De arboverpleegkundige selecteert en roept daarna eventueel de hulp in van bedrijfsarts, arbeidshygienist, ergonoom en alle andere arboprofessionals. Daarom kunnen wij een prima rol vervullen in het streven naar demedicalisering dat de overheid zegt te hebben.’

 

Ook zijn de arboverpleegkundigen minder vaak dan verondersteld, werkzaam bij een arbodienst, aldus Bakker. ‘Arboverpleegkundigen zijn vaak goudhaantjes. Ze komen dus ook makkelijk binnen bij een bedrijf. Of dat nu een arbodienst, reintegratiebedrijf of multinational is. Ook zie je steeds meer collega’s zelfstandig werken.’

 

Binnen niet te lange tijd zien we dus ook analoog aan de bedrijfsartsen samenwerkingsverbanden van arboverpleegkundigen ontstaan? Bakker: ‘Nee, dat denk ik nog niet. Daarvoor zitten we als beroepsgroep nog te veel in een dip. Een lid van onze vereniging zei laatst nog ‘Het huis staat er weer, maar nu moet de tuin nog gaan bloeien’. En zo is het maar net. We hebben heel wat nekslagen gehad. En eerlijk gezegd was het twee jaar geleden ook niet veel meer. Maar we zijn weer op de goede weg, dankzij actieve leden.’

 

Bakker omschrijft zaken als het tevergeefs lobbyen voor een plek als kerndeskundige in de Arbowet als een nekslag. ‘In 1993 hebben we bij SZW keihard geknokt voor een plek naast de bedrijfsarts, arbeidshygienist, arbeids- en organisatiedeskundige en veiligheidskundige. Toen dat niet doorging, hebben we het heel erg moeilijk gehad.

 

‘Een tweede tegenvaller was de invoering van de Wet verbetering poortwachter, waardoor vele arboverpleegkundigen de rol als verzuimbegeleider kregen opgelegd. Preventieve taken werden overboord gegooid omdat het geld vooral met het schrijven van verzuimuren te verdienen was. En nu het niet-opnemen van ons als deskundigen op hbo-niveau is wederom een tegenvaller. Dus we moeten nog steeds hard werken om de motivatie van onze arboverpleegkundigen op peil te houden.’

 

We confronteren Bakker met het beeld van de verpleegster met het kapje op en de pleisters in de hand, dat sommige ondernemers nog hebben bij de arboverpleegkundige. Ze weet niet of ze moet lachen of huilen, en kiest uiteindelijk toch maar voor het eerste. Al ziet ze de Florence Nigthingale karikatuur vooral ook als cliche. ‘Het merendeel van de ondernemers weet echt wel dat wij niet altijd met een spuitje rondlopen, maar brede adviseurs zijn. Natuurlijk zijn er wel managers die denken dat we nog constant met een wit schort lopen, maar dat zijn er niet zoveel meer. ‘En vergeet niet dat we inderdaad vaak inentingen geven. Bijvoorbeeld bij frequent flyers van grote bedrijven. En we hebben nog wel degelijk een EHBO-functie. Zeker bij grote bedrijven. Mensen snijden zich nog wel eens in de vingers en moeten soms ook griepprikken hebben. Natuurlijk hebben wij wel eens discussie of we de naam verpleegkundige in onze naam moeten handhaven. Maar aan de andere kant: je haalt de term bedrijfsarts toch ook niet weg? We zijn natuurlijk wel medisch opgeleid.’

 

En juist dat is ook de sterkte van de verpleegkundige. Door die medische opleiding zijn ze ijzersterk in het diagnosticeren, aldus Bakker. ‘Signalen herkennen, analyseren, vaststellen, rapporteren en adviseren. Dat is onze kracht. We beantwoorden een zorgvraag op het gebied van arbeid en gezondheid. Dat kan natuurlijk ook psychisch zijn.’ Bakker benadrukt dat op Europees niveau de arboverpleegkundige vooral als frontliner wordt gezien. ‘De EU-lidstaten zien onze beroepsgroep vooral als experts op het gebied van risico-inventarisatie, werkplekonderzoek en gehooronderzoek en evaluatie en deskundigen in gezondheid, voorlichting en onderricht.‘

 

Op 26 januari ziet tijdens de nieuwjaarsborrel van de BAV het nieuwe certificeringsysteem van de BAV het levenslicht. Samen met de SKO-certificatie van vakbekwaamheid ontwikkelde de BAV de nieuwe registratie. Het systeem sluit in tegenstelling tot het oude certificeringsysteem aan bij de ISO en NEN-normering. Zo wordt het samenwerken vergemakkelijkt met de arbeidshygienisten en veiligheidskundigen in het College van Deskundigen-AV, die ook ISO en NEN-gecertificeerd zijn. ‘Arboverpleegkundigen worden in de nieuwe systematiek ingeschoven als ze daar mee instemmen.’ Bakker is ook trots op het nieuwe beroepsprofiel Arboverpleegkundige. Inmiddels zijn de programma’s van eisen aan de opleiding ook aan dit beroepsprofiel aangepast. Net als de kerncompetenties en de leerinhoud. In het beroepsprofiel wordt het domein van de arboverpleegkunde gedifferentieerd naar preventie, curatie en reintegratie. ‘Een belangrijk kenmerk van de beroepsuitoefening van arboverpleegkundigen is dat zij niet in de bekende context van zorgorganisaties werken. Zij werken in de branche arbodienstverlening op het terrein van arbeid en gezondheid en komen hierdoor in aanraking met zorgvragen die betrekking hebben op de gezondheid, de veiligheid en het welzijn van werknemers in relatie tot arbeid en arbeidsomstandigheden. Hierin onderscheiden zij zich van andere verpleegkundige beroepsbeoefenaren in Nederland. Het bewaken en bevorderen van gezondheid, veiligheid en welzijn van werknemers als doelstelling van de arboverpleegkunde, laat een beroepsuitoefening zien die zich concentreert op: het herkennen, opsporen, analyseren en vaststellen van bedreigingen voor het gezonde bestaan van de werkende mens.’ Maar ook het adviseren, coachen, beinvloeden van organisaties en mensen binnen organisaties krijgt een belangrijke plaats in de domeinomschrijving van de arboverpleegkunde. ‘Menselijke vermogens moeten zo goed mogelijk worden benut met het oog op het in stand houden en bevorderen van gezondheid en het bijdragen aan de begeleiding van hen wier functioneren in de werkgemeenschap, door een (dreigende) stoornis, bestaande handicap of de werksituatie zelf, belemmerd worden’, aldus de tekst van het beroepsprofiel.

 

Waarvan acte. Op dus naar de volgende zestig jaar. Maar eerst het eerste feestje. Bakker verheugt zich er op. ‘Naast Van Hoof en Schoenmaeckers komen collega’s uit de aangrenzende landen en leden van de Federation of Occupational Health Nurses within the European Union (FOHNEU) uit onder meer Denemarken, Finland, Engeland en Belgie. Ook zullen we een debat houden en ‘s middags komen nog tal van nieuwigheden, methodes en instrumenten aan de orde.

 

‘Ook op het gebied van de ict zullen we ons die dag verdiepen. Want de arboverpleegkundigen van de grotere arbodiensten en de interne arbodiensten verzameld in de Consultatie Interne Arbodiensten (CIA) komen om de beurt wel bijeen bij de multinationals waarvoor ze werken, maar voor arboverpleegkundigen in andere werksettings geldt dat niet. En ook die willen ervaringen uitwisselen en aan intercollegiale toetsing doen.

 

‘We zijn een beroepsgroep met toekomst, en dat willen we weten ook. Het is niet voor niets dat het jubileumcongres de titel meekreeg: 60 jaar Arboverpleegkunde: arboverpleegkundige, een preventieadviseur met toekomst!’

 

Bij het afscheid krijgen we toch nog een donkere wolk te zien. Al is het een figuurlijke. Bakker maakt zich zorgen over de dreigende overgang van de BAV in de AVVV, de Algemene Vereniging Verpleegkundigen en Verzorgenden. ‘Dat zie ik niet zitten. Dan komen we met ruim vijftig verpleegkundige beroepsorganisaties in een grote instelling terecht en worden we als bestuur een platform, zonder rechtspersoon, in een grote instelling. Bovendien hebben we echt met verschillende overheden te maken. Wij richten ons bijvoorbeeld sterk op SZW in tegenstelling tot onze collega-verpleegkundigen die vooral van VWS afhankelijk zijn. En last but not least zit er tussen ambulanceverpleegkundigen en arboverpleegkundigen nogal een verschil. Ik hoop dus dat dit niet doorgaat.’

 

Reageer op dit artikel