artikel

‘Wij willen een grotere vinger in de pap’

Wetgeving

De BvAA werd twee jaar geleden opgericht als een club die voornamelijk de arbocoordinatoren binnen bedrijven verenigt. Momenteel telt de BvAA bijna honderdvijftig leden. Dat zijn er veel te weinig, aldus Diehl. ‘Als we niet binnen een jaar op tweehonderdvijftig leden zitten, mag je twijfelen aan ons bestaansrecht. Maar ik heb daar alle vertrouwen in. We zijn erg actief. De bestuursleden barsten van de plannen. De BvAA was tot voor kort heel druk met zaken als het opzetten van de vereniging en certificering. Nu wordt het tijd om meer naar buiten te treden. We zijn druk bezig met symposia en cursussen. Zo houden we 16 mei in samenwerking met Kluwer de eerste preventiemedewerkerdag. Dat we momenteel nog zo weinig leden hebben, wijt ik aan het ontbreken van een commerciele setting. Binnen de BvAA werd niet voldoende pragmatisch en commercieel gedacht. Vandaar dat ze mij aangezocht hebben. Ik ben consultant bij Arbo Unie in Breda en weet hoe je de markt opgaat.’

 

De vereniging richt zich op leden die niet in een commerciele dienst werken, maar binnen bedrijven arbo-adviseur zijn. Al sluit Diehl niemand bij voorbaat uit. ‘Natuurlijk weren we iemand uit de kerndisciplines niet (arbeidshygienist, A&O-deskundige, bedrijfsarts en veiligheidskundige), maar zo iemand heeft inhoudelijk meer aan zijn eigen beroepsvereniging. Wij houden ons niet bezig met stofexplosies. Wel rekenen we de groeiende groep van zelfstandige arbo-adviseurs tot onze doelgroep.’

 

We zullen voor de lezer maar even de raadsheer van Satan spelen. Even een simpele mathematische exercitie. In de zogenaamde maatwerkregeling arbodienstverlening die nu bijna een jaar geldt, koopt de preventiemedewerker arbodienstverlening in Arbo Unie levert die diensten en Diehl werkt voor de Arbo Unie Geen wonder dat de externe dienstverlener Diehl voorzitter wordt van de club van interne dienstverleners, lees preventiemedewerkers en arbocoordinatoren. Hij kan zo zijn eigen werkgever profileren en voor meer omzet zorgen (C). A+B=C. Fout, vindt Diehl. ‘Op de eerste plaats klopt het niet dat de preventiemedewerker arbodienstverlening inkoopt. Hij is iemand die adviseert. Daarnaast zit ik hier niet met een direct belang. Weliswaar ben ik erg betrokken bij het onderwerp preventie, maar binnen de Arbo Unie houd ik me bezig met zorgsystemen en verzuimpreventie. Vergeet verder ook niet dat ik ben gevraagd om voorzitter te worden. De BvAA zocht een pragmatische commerciele man. En dat ben ik. Het voorzitterschap is louter vrijwilligerswerk. Ik dacht: ‘Als ik dan toch vrijwilligerswerk wil doen, dan maar iets wat me na aan het hart ligt’. Het kost ons als bestuur ontiegelijk veel tijd. Als iemand van het bestuur ook maar denkt aan belangenverstrengeling, dan stop ik.’

 

Toch geeft Diehl toe dat het voorzitterschap natuurlijk altijd van pas komt. Hij wordt inhoudelijk rijker en ziet de preventiemedewerker samen met de werknemer, werkgever en ondernemingsraad wel degelijk als klant. ‘Maar het is niet zo dat preventiemedewerkers Arbo Unie kiezen omdat ik een aardige vent ben. Ten eerste heb je te maken met ondernemingsraden en management dat zich de wet niet laat voorschrijven door een preventiemedewerker. Ten tweede ben ik slechts actief in een regio.’

 

Nu hij toch praeses is: Diehl vindt dat de interne arbo-adviseur niet genoeg invloed heeft. De preventiemedewerker doet nog niet echt mee met de grote jongens. ‘De preventiemedewerkers moeten meer invloed krijgen. Zij zijn de deskundigen die het werk van de arbodienst gedeeltelijk over moeten nemen na de wetswijziging van 1 juli 2005. Maar sommigen worden nog te weinig betrokken bij het beleid en anderen hebben moeite de toebedeelde regiefunctie waar te maken. Dat is logisch, want niet iedereen die het vak beheerst is ook een gelijkwaardige gesprekspartner van de directie.’

 

Volgens Diehl moet de preventiemedewerker het steeds meer van zijn overtuigingskracht hebben. Het argument dat geld los moet komen omdat nu eenmaal aan wettelijke verplichtingen dient te worden voldaan, werkt hoe langer hoe minder. En zal na de wijziging van de Arbowet nog minder werken. Diehl verwacht dat zeker twintig procent van de arboregels overboord zal gaan, ondanks het verzet van de bonden. ‘Dus moet je geld zien los te peuteren. Dat doe je door de werkgevers voor te rekenen dat ze geld kunnen terugverdienen. Met ‘dat mag niet van de Arbowet’, kom je niet ver. Dan neemt de directie je niet serieus. Als een bedrijf mij inhuurt via de Arbo Unie, weten ze dat het veel geld kost. En toch huren ze me in. Waarom? Omdat ik mijn voorstel weet waar te maken en met mijn werk geld voor ze verdien. Daar gaat het om. Je moet als goede adviseur een implementatieproces starten en een cultuurverandering teweegbrengen binnen een bedrijf. De preventiemedewerker dient meer op te schuiven richting directie en niet onderaan de ladder te bungelen.’

 

Niet iedere preventiemedewerker hoeft en kan cultuurveranderingen teweegbrengen en zorgsystemen implementeren. Toch komt het volgens Diehl in essentie op hetzelfde neer: het verkopen van de boodschap. Onder meer om het gebrek aan communicatieve vaardigheden onder veel nieuwe preventiemedewerkers op te vangen, gaat de BvAA veel aan deskundigheidsbevordering doen. Tenminste, de plannen liggen klaar om in het najaar te starten. ‘We proberen duidelijk te maken wat wel en niet werkt bij preventiebeleid en wat wel en geen rendement oplevert. Bovendien moeten sommige preventiemedewerkers weerbaarder worden. Om die deskundigheidsbevordering meer gestalte te geven, willen we meer leden. Ik heb ook al een verdubbeling van de contributie voorgesteld, van 75 naar 150 euro, maar daar maakte ik me niet populair mee.

 

Toch is die deskundigheidsbevordering noodzakelijk. Je moet laten zien wat je doet. We zijn een van de belangrijkste spelers in het veld en toch hebben we te weinig een vinger in de pap. Jij vertelt mij nu dat in de Tweede Kamer een discussie gevoerd is over de vraag of een bedrijf met 25 werknemers ook een preventiemedewerker moet hebben. Bij dat soort discussies horen wij aan tafel te zitten.’

 

Sinds dit jaar biedt de BvAA preventiemedewerkers de mogelijkheid om een certificaat te halen, een Kema-certificaat. Dat lijkt een papieren tijger. Tot groot ongenoegen van veel ‘arbologen’ stelt de Arbowet immers helemaal geen eisen aan de preventiemedewerker. Diehl: ‘De profielen voor de preventiemedewerker zijn rond. Wij hebben normen waaraan hij moet voldoen. Wij vinden certificering belangrijk, omdat het aangeeft waaraan volgens ons een goede preventiemedewerker moet voldoen.’

 

Dit jaar is nog een overgangsjaar. Nieuwe preventiemedewerkers mogen zich pas gecertificeerd noemen nadat zij succesvol het Kema-examen hebben afgelegd. Preventiemedewerkers die al langer succesvol zijn en dat ook kunnen aantonen, krijgen het certificaat dit jaar nog zonder examens te hoeven afleggen.

 

De BvAA gaat zich orienteren op meerdere niveaus van preventiemedewerkers.

 

Dat kunnen drie niveaus worden. Niveau 1 is het niveau ex-medewerker Postkamer die kijkt of er niets voor de voeten van het management ligt. Op niveau 2 bivakkeren de preventiemedewerkers die ook de fysieke belasting van werknemers in kaart kunnen brengen. Niveau 3 is voor de zwaargewichten: de beleidsmedewerkers van grote bedrijven die ook preventiemedewerker zijn. ‘Dat zijn mensen vergelijkbaar met Hogere Veiligheidskundigen en andere hoogopgeleiden.’

 

Sinds enige tijd heeft TNO Kwaliteit van Leven ook een netwerk arbocoordinatoren. Een concurrent? Diehl: ‘Nee, totaal niet. Ik zie dat als een netwerk dat cursussen en trainingen aanbiedt, net als pakweg Kluwer en de Arbo Unie. Wij willen dat ook gaan doen. Maar dan veel goedkoper en door collega’s onderling te trainen. Dat is iets anders.’

 

Blijft er nog een delicaat punt over. De naam. De Beroepsvereniging voor Arbo Adviseurs. Een verwarrende naam. De bedrijfsarts, arboverpleegkundige en A&O’er: het zijn allemaal arbo-adviseurs. Bovendien blijft de Babylonische spraakverwarring intact tussen de preventiemedewerker en de arbocoordinator. Twee functies die in elkaar zijn overgevloeid en die onder de naam preventiemedewerker verdergaan. Diehl deelt deze kritiek. ‘We zijn een club voor interne arbomensen aangevuld met zelfstandige adviseurs van buiten. De vlag dekt de lading niet meer en ik ben ervan overtuigd dat we in de toekomst onder een nieuwe naam zullen doorgaan.’

 

Reageer op dit artikel