artikel

Zorgverplichting bij RSI

Wetgeving

De transportonderneming betwist aansprakelijk te zijn voor de RSI-klachten en voert aan dat de werkneemster ook elders heeft gewerkt. Zij zou ook maar in beperkte mate zijn belast. Verder voert de werkgever aan dat de werkneemster nooit iets over haar klachten heeft gezegd. Bovendien is de RSI pas vastgesteld een half jaar na beeindiging van het werk en duren de klachten vijf jaar later nog steeds voort. Ten slotte wijst de werkgever er op dat er veel onwetendheid en onzekerheid bestaat over RSI. De werkneemster vindt dat zij op grond van medische rapporten voldoende heeft aangetoond dat haar klachten het gevolg zijn van de werkomstandigheden.

 

De hamvraag is of de klachten van de vrouw zijn ontstaan door het werk bij de transportonderneming.

 

Volgens deskundigen is haar RSI het gevolg van de werkomstandigheden in combinatie met haar belastbaarheid. Het staat vast dat de uitzendkracht geen andere werkzaamheden elders heeft verricht en dat de werkomstandigheden bij de werkgever (mede)oorzaak van de RSI kunnen zijn. De aangevoerde geringe omvang van de werkzaamheden doet daar niets aan af. Volgens het Hof heeft de werkneemster haar klachten wel degelijk geuit bij haar werkgever, omdat zij met klachten haar huisarts heeft bezocht en zij onder behandeling is geweest bij een fysiotherapeut. Dat zij vijf jaar na beeindiging van het werk nog steeds RSI-klachten heeft, wordt volgens deskundigen veroorzaakt doordat naast fysieke ook psychische en sociale aspecten een rol spelen bij de pijngewaarwording. Dat er veel onzekerheid bestaat over RSI, doet geen afbreuk aan de conclusie van de deskundigen.

 

Het Hof stelt vast dat de RSI in dit geval komt door een combinatie van belasting door het werk en belastbaarheid. De werkgever heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij zijn zorgverplichtingen om de risico’s van beeldschermwerk in te dammen deugdelijk is nagekomen. Veel bepalingen uit de Arbowet, zoals die over de oppervlakte van de werkplek, voorlichting en onderricht, ergonomie en werkdruk, zijn niet juist uitgevoerd. Het Hof wijst het beroep van de werkgever dus af.

 

Gerechtshof Arnhem, 6 juli 2004, LJN-nummer: AQ5682

 

Reageer op dit artikel