artikel

Gestruikeld over scheerlijn

Wetgeving

Op de bewuste nacht zijn er negen docenten als begeleider aanwezig: drie op de kampeerboerderij zelf, waar ook alle ongeveer tachtig studenten overnachtten, vijf in een tent aan de rand van het sportveld bij de kampeerboerderij en een in een camper aan de rand van het sportveld. Rond 2.30 uur waarschuwt de eigenaresse van de kampeerboerderij de docenten dat enkele studenten bij de hooizolder roken.

 

De lerares loopt in het nachtelijk donker eerst naar de camper en vervolgens naar de tent. Wegens onvoldoende bereik kan zij haar collega’s niet bellen. Bij terugkeer struikelt zij over een scheerlijn, met als gevolg een gebroken arm en een wond aan haar linkerbeen.

 

Zij stelt de werkgever aansprakelijk voor de schade op grond van art. 7:658 BW (de zorgplicht van de werkgever). Deze zorgplicht houdt in dat de werkgever jegens de werknemer aansprakelijk is voor de schade die de werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden lijdt, tenzij de werkgever aantoont dat hij zijn zorgplicht is nagekomen of dat de schade in belangrijke mate het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van de kant van de werknemer. De aansprakelijkheidsverzekeraar van het ROC weigert aansprakelijkheid te erkennen. Het ROC vindt zelf ook dat het zijn zorgplicht niet heeft geschonden.

 

De kantonrechter stelt voorop dat het begrip ‘werkzaamheden’ ruim moet worden uitgelegd. Niet nodig is dat daarvoor specifiek opdracht is gegeven. Voldoende is dat de werknemer krachtens de arbeidsovereenkomst ter plaatse was om werkzaamheden te verrichten. Van belang is ook of de werknemer op grond van de arbeidsovereenkomst verplicht is om deel te nemen aan de activiteiten. Het ROC verwacht van de docenten dat zij aan de excursies deelnemen; ze mogen zich daar niet aan onttrekken. De kantonrechter oordeelt dan ook dat er sprake is van een ongeval in de uitoefening van de werkzaamheden.

 

Maar de lerares plakt ten onrechte normen voor de reguliere werkplek op deze tijdelijke arbeidsplaats. Het ROC had slechts een beperkte zeggenschap over de inrichting van deze arbeidsplaats (art. 3 Arbowet). Het bewuste grasveld was niet zo vlak als een biljartlaken (art. 3.11 Arbobesluit) en ook niet van kunstverlichting voorzien (art. 6.3. Arbobesluit). Maar dat zijn omstandigheden die inherent zijn aan een kampeerboerderij.

 

De rechter vindt dat het hier gaat om een ongeluk dat moet worden gerangschikt onder de categorie huis-, tuin- en keukenongelukken. Het gaat hier immers om een ongelukkige samenloop van omstandigheden waarbij niet kan worden gesproken van aansprakelijkheid van de werkgever op grond van schending van diens zorgplicht. De vordering wordt daarom afgewezen.

 

Wilt u meer jurisprudentie? Lees Vakblad Arbo>>

Reageer op dit artikel