Op weg naar een nieuw certificatieschema

Het certificeren van hoger veiligheidskundigen die als kerndeskundige de RI&E beoordelen en erover adviseren is bedoeld om de kwaliteit van hun werk te borgen. Met als resultaat: betere arbeidsomstandigheden en minder incidenten op de werkvloer. Een nieuw systeem van certificeren is in de maak.
Delen:

De schemacommissie arbokerndeskundige maakt binnenkort een tussenstand op, maar het eindresultaat laat nog even op zich wachten. “Het tot stand brengen van een nieuw certificatieschema is een taai proces. Want wie voldoet aan de eisen uit het certificatieschema, wordt in staat geacht om de wettelijke taken naar behoren uit te voeren.”

De RI&E is de basis in de arbeidsomstandigheden. Werkgevers moeten er gerechtvaardigd op kunnen vertrouwen dat kerndeskundigen in staat zijn hun taken rondom de RI&E goed uit te voeren. Daarmee beheersen zij risico’s, zorgen zij voor een doortimmerd arbobeleid en zorgen ervoor dat werknemers gezond en veilig kunnen werken. Het systeem van certificatie toont aan dat een deskundige over de vereiste kennis en vaardigheden beschikt.

> LEES OOK: Corona-protocol vervangt RI&E – nee!

Certificaat als keurmerk: gecertificeerd = capabel

Wie een gecertificeerde kerndeskundige inhuurt voor de RI&E, weet dat die capabel is

“Wie voldoet aan de eisen uit het certificatieschema, wordt in staat geacht om de wettelijke taken naar behoren uit te voeren. Of die kerndeskundige dat ook inderdaad doet, is natuurlijk heel wat anders. Dat kunnen we niet toetsen en het certificaat biedt er ook geen garantie voor.”

Dat zegt Marcel Wilders van de directie Gezond en Veilig werken van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Als programmaleider certificatie en accreditatie is hij verantwoordelijk voor het omzetten van het oude systeem van certificeren naar een nieuw systeem. “Het certificaat fungeert als een keurmerk”, stelt hij. “Wie een gecertificeerde kerndeskundige inhuurt voor de RI&E, weet dat hij een capabele professional inschakelt.”

Wettelijk verplichte certificaten volgens certificatieschema

De overheid heeft, conform een Europese richtlijn, bepaald dat alleen door de Raad voor Accreditatie geaccrediteerde, certificerende instellingen wettelijk verplichte certificaten mogen afgeven. Daarvoor moeten zij gebruikmaken van een certificatieschema. “Dat schema kun je niet zomaar even opstellen in alle vrijheid”, zegt Wilders, “het moet voldoen aan een binnen de EU geharmoniseerde accreditatienorm voor persoonscertificatie, de NEN-EN-ISO_IEC_17024_2012.”

> LEES OOK: Nieuwe eisen aan certificerende instellingen

Het schema voor persoonscertificatie kent een vaste opbouw. Wilders: “Het begint altijd met de scope, met het formuleren van de taken van de persoon die het certificaat moet krijgen. Daarna volgen de competenties: wat moet deze persoon kunnen en kennen om de taak uit te kunnen voeren? Die competenties moeten uitgewerkt worden in eind- en toetstermen. Op basis hiervan wordt dan de examinering ingericht. Een portfoliotoetsing kan daar onderdeel van uitmaken.”

Op weg naar een nieuw certificatieschema

Valideren van examenvragen is nog hele uitdaging

Het valideren van de examenvragen is een hele uitdaging, zegt Wilders. “Een toetsinstelling moet aannemelijk maken dat een goede beantwoording van de vragen leidt tot een gerechtvaardigde aanname dat de kandidaat over de vereiste competenties beschikt. Als de kandidaat voor het examen slaagt, krijgt hij een certificaat. Dat blijft dan geldig gedurende een bepaalde periode, doorgaans tussen de 3 en 5 jaar, mits de certificaathouder voldoet aan bepaalde voorwaarden. Zoals het aantoonbaar onderhouden van zijn kennis en vaardigheden.”

> LEES OOK: Wat u wilt leren over certificeren

Geschiedenis van een certificatieschema nieuwe stijl

De stichting BCD, bestaande uit afgevaardigden van met name de beroepsverenigingen en opleiders, heeft het bestaande systeem van certificeren opgesteld. De stichting heeft zich ook een aantal jaren lang gebogen over het opstellen en periodiek bijstellen van een certificatieschema nieuwe stijl dat voldoet aan de accreditatienorm. Maar het wilde niet zo lukken met de voorstellen van de stichting.

Wilders: “De Raad voor Accreditatie wees de voorstellen twee keer af, er waren tekortkomingen. Zo wilde de stichting niet alleen eisen opnemen voor de uitvoering van de wettelijke taken, maar ook eisen voor de vakdeskundigheid. Daar waren we als ministerie niet principieel op tegen. Maar als je die eisen opneemt, moet je ze ook examineren. Daar is men na ettelijke jaren ploeteren niet uitgekomen.”

“Bovendien leidt een omvangrijk eisenpakket ook tot een omvangrijk en daardoor lang en duur examen. Dat kan averechts werken als hierdoor het animo om een certificaat te verwerven afneemt. Op dit moment laat slechts grofweg de helft van de arbokerndeskundigen zich certificeren. Het is onwenselijk dat dit percentage aanzienlijk zou dalen.”

> LEES OOK: Hercertificering, laat maar zitten?

Nieuwe certificatieschema alleen voor uitvoering taken

Het wordt een certificatieschema dat zich alleen richt op de uitvoering van de wettelijke taken

Het ministerie besloot vervolgens om bij wijze van uitzondering zelf de ontwikkeling van het nieuwe schema te gaan trekken. “Het wordt een certificatieschema dat zich alleen richt op de uitvoering van de wettelijke taken. We veronderstellen dat iemand al vakdeskundig is. Het certificaat toetst vervolgens of de deskundige zijn al aanwezige vakkennis kan toepassen voor die taken.”

“Dus inderdaad toetsen we de vakdeskundigheid niet. Daarom geeft het certificaat daar ook geen verklaring over. Maar we willen de examenvragen wel zó opstellen dat ze zich afspelen in een ingewikkelde vakdeskundige context. Zoals de blootstelling aan gevaarlijke stoffen. Waarom? Omdat we zeker willen weten dat degene die het certificaat krijgt, zijn vakdeskundigheid kan vertalen in advisering naar de werkgever. Het certificaat is geldig voor een bepaalde periode, mensen moeten steeds opnieuw kunnen aantonen dat zij de zaken beheersen.”

Wil je toch die vakdeskundigheid uitgebreid toetsen en borgen? Dan is een register van een beroepsvereniging, zoals de NVVK dat heeft, een mooie aanvulling op het certificeren, vindt Wilders.

> LEES OOK: Certificeren en registreren vullen elkaar mooi aan

Kwaliteitsimpuls geven aan advisering over RI&E

Er is nog een reden waarom de schemaontwikkeling zich toespitst op kennis en vaardigheden voor toetsing van en advies over de RI&E. “Lang niet alle bedrijven hebben een RI&E. En bij bedrijven die er wel een hebben, schort er nogal eens wat aan. Dat is bij herhaling aangetoond”, zegt Wilders.

> TIP: DOWNLOAD DE whitepaper RI&E Compleet

“Maar de advisering over de RI&E laat ook te wensen over als je kijkt naar de kwaliteit, de volledigheid of de diepgang. Met het nieuwe certificatieschema hopen we de volledige focus te leggen op de kennis en vaardigheden die nodig zijn voor het uitoefenen van de taken van kerndeskundigen en hun competenties (kennis en vaardigheden) naar een hoger niveau te brengen. Zij kunnen daardoor beter aangeven wat de beperkingen zijn in hun advies. Op die manier hopen we een kwaliteitsimpuls te geven aan de advisering over de RI&E.”

> LEES OOK: Meerjarenplan voor meer en betere RI&E’s

Schemacommissie bestaat uit diverse vakdeskundigen

Wilders verzamelde voor de schemacommissie arbokerndeskundigen, waar hij nu voorzitter van is, een aantal vakdeskundigen. De commissie bestaat uit arbeidshygiënisten, arbeids- en organisatiedeskundigen en hoger veiligheidskundigen. Aangevuld met een vertegenwoordiger van een certificerende instelling, een medewerker van de Inspectie SZW. Daarnaast krijgt de commissie ondersteuning van een deskundige die ervaring heeft met zaken als accrediteren en examineren.

Op weg naar een nieuw certificatieschema

“De inbreng van de deskundigen is van essentieel belang om een goed certificatieschema op te kunnen stellen. Iedereen zit er op persoonlijke titel. Ook al zijn sommige deelnemers, zoals die van de NVVK, door het verenigingsbestuur voorgedragen. De Nederlandse Vereniging voor Veiligheidskunde is vooralsnog de enige beroepsvereniging die zich achter de keuzes voor dit proces heeft geschaard. De vereniging wordt vertegenwoordigd door André Vuijst en Ronald Frencken. In de praktijk onderhouden de overige deskundigen ook contact met de andere beroepsverenigingen. Alle deelnemers hebben de wil om er iets moois van te maken en zijn enthousiast.”

Dat geldt natuurlijk ook voor Vuijst en Frencken, die met plezier deelnemen aan de commissie. Ondanks het vele werk dat dit met zich meebrengt. Beiden zijn in het dagelijks leven werkzaam als zelfstandig hoger veiligheidskundige en arbeidshygiënist en daarnaast hoofdbestuurslid van de NVVK.

Bij ministerie van SZW aan tafel zitten en invloed uitoefenen

‘Er is de NVVK veel aan gelegen om on speaking terms te zijn met het ministerie’

“Er is de NVVK veel aan gelegen on speaking terms te zijn met het ministerie”, verklaart Vuijst de deelname van beide NVVK-leden. “Bovendien: wij willen aan tafel zitten en invloed uitoefenen op het resultaat. Daarmee kunnen we als vereniging in een vroegtijdig stadium voorsorteren op wat er komt. Onze deelname wordt bovendien bijzonder gewaardeerd.”

“We willen de draad met het ministerie niet loslaten”, beaamt Frencken. “Wij willen een betrouwbare gesprekspartner zijn en een stem hebben in wetgeving en arbeidsomstandigheden. Bovendien is het voor onze leden van belang dat wij hierover meedenken. Zij mogen erop vertrouwen dat de schemacommissie niet van alles overhoop gooit. Maar dat we juist werken aan het op peil houden van hun deskundigheid op het gebied van veiligheid. Wij willen het vakgebied naar een hoger plan trekken door onze kwalitatieve inbreng.”

Zowel Frencken als Vuijst noemt het proces leerzaam. Vuijst: “In ons vakgebied blijf je leren tot je pensioen, omdat omstandigheden en situaties steeds veranderen.” “Tot ná je pensioen”, vult Frencken droogjes aan. Officieel is hij namelijk al met pensioen.

> LEES OOK: Is uw kennis over arbo en veiligheid up-to-date?

Goed op weg met vaststellen nieuw certificatieschema

Met het vaststellen van het nieuwe certificatieschema is de schemacommissie goed op weg, constateert Wilders. “Inmiddels hebben we de taken die de deskundigen moeten uitvoeren helder. Ze staan natuurlijk in de wet, maar wat is dan precies toetsen en adviseren? De competenties die ervoor nodig zijn, hebben we ook gedefinieerd. Op dit moment verankeren we dit in een document, een soort tussenfase. Binnenkort stellen we een eerste raamwerk op voor het certificatieschema, waarna we dat concept in kunnen gaan vullen.”

> TIP: DOWNLOAD de whitepaper Succesvol adviseren

‘Het eindresultaat moet vooral werkbaar, praktisch en behapbaar zijn’

Dat zal best tot discussies leiden binnen de commissie, verwacht de voorzitter. “Maar dat zorgt er ook voor dat we duidelijk krijgen wat we nu eigenlijk willen. Het dwingt ons scherpe keuzes te maken en ook te laten vallen wat misschien wel interessant maar zeker niet noodzakelijk is om de kwaliteit te toetsen.” Vuijst: “Het eindresultaat moet vooral werkbaar, praktisch en behapbaar zijn.” Met een helder schema weet de hogere hoger veiligheidskundige waar hij aan toe is, vult Frencken aan. “Wij moeten bovendien aan onze achterban kunnen uitleggen waarom we hiertoe gekomen zijn.”

Drie varianten certificaat: HVK’er, arbeidshygiënist, A&O’er

Er komen drie varianten van het certificaat: één voor de hoger veiligheidskundige, één voor de arbeidshygiënist en één voor de arbeids- en organisatiedeskundige. Voor de arts-kerndeskundige komt er geen; artsen zijn BIG-geregistreerd. Wilders: “Iedere vakdeskundige moet in staat zijn generiek naar de RI&E als systeem te kijken. Maar ga je de inhoudelijke diepte in, dan speelt vakdeskundigheid een rol bij de toetsing. Bijvoorbeeld bij het kwantitatief inschatten van de mate van blootstelling aan een gevaarlijke stof. Dat splitsen we dus uit in het certificatieschema, en ook in het examen.”

> LEES OOK: In 10 stappen naar een PMO Gevaarlijke Stoffen

Elke vakdeskundige heeft eigen domein en eigen beperkingen

De volgende omvangrijke klus komt er nu aan, stelt Wilders. Het bepalen van eind- en toetstermen, inrichten van examens en een examenvragenbak.

“Omvangrijk en lastig, gezien de diversiteit van de kerndisciplines”, zegt Vuijst. “In het huidige systeem mag één kerndeskundige de hele RI&E aftoetsen. Als je er goed over nadenkt, is dat gek. Zaken op het gebied van psychosociale arbeidsbelasting liggen bijvoorbeeld veel meer in het domein van de A&O’er dan in dat van de hoger veiligheidskundige.” Frencken: “Of denk aan de beoordeling van blootstelling aan bijvoorbeeld benzeen. Dat zou je niet bij een A&O’er moeten leggen. Het wordt niet eenvoudig om dit soort verschillen in de toetsing te verwerken.”

Op weg naar een nieuw certificatieschema

Elke vakkundige zijn eigen domein – en beperkingen

Elke vakdeskundige heeft z’n eigen domein, en elke vakdeskundige kent dus ook zo z’n beperkingen, zegt Wilders. Voorzichtig erachteraan: “Het is aan de werkgever om aanvullende deskundigheid in te schakelen als dit voor een volledige toetsing en advisering van zijn RI&E nodig blijkt. Van belang is dat een gecertificeerde kerndeskundige de reikwijdte en dus ook de beperkingen van zijn advies helder vastlegt.”

> LEES OOK: Arbo-adviseur, pas op voor deze valkuilen

‘Mensen doen hun toets met een rugzak die in het verleden is gevuld’

De toets-nieuwe-stijl legt ook een ander accent. “Nu worden mensen getoetst op wat ze in het verleden hebben gepresteerd, straks gaat de toets over wat ze nú doen”, zegt Frencken. Bieden prestaties uit het verleden dan geen garanties voor de toekomst? “Zonder verleden geen heden”, vindt Vuijst. “Mensen doen hun toets met een rugzak die in het verleden is gevuld.”

Certificeren gaat gewoon door met oude certificatieschema

Marcel Wilders verwacht dat de commissie nog wel een jaar bezig is voor het nieuwe certificatieschema rond is. “En daarna moet de Raad van Accreditatie het schema toetsen, en gaat het langs de Inspectie SZW. Het begin is er, iedereen die deelneemt in de commissie is gebrand op het geven van een kwaliteitsimpuls, maar het duurt nog even.”

In de tussentijd blijft het oude certificatieschema gewoon geldig. Ronald Frencken: “Het certificeren ligt niet stil. Dat betekent ook dat mensen gewoon hun hercertificering op orde moeten houden.” André Vuijst: “Het nieuwe schema gaat ook niet van de ene op de andere dag in, daar informeren we mensen tijdig over.”

Tekst | Lydia Lijkendijk