Zo ver reikt de zorgplicht van de werkgever – dood door schuld na val van 13 meter hoogte

De zorgplicht van een werkgever gaat ver. Vaak volgt dan een civiele veroordeling. Maar onder welke omstandigheden kan een bedrijf ook strafrechtelijk aansprakelijk zijn? Daarover gaat deze uitspraak van de rechtbank Overijssel.
Delen:

Dat de zorgplicht van een werkgever ver strekt, weten we inmiddels. Schending van die zorgplicht of andere plichten van de werkgever jegens de werknemer kan echter ook andere gevolgen hebben dan alleen een civiele veroordeling. Zo wees de rechtbank Overijssel op 7 maart 2022 (ECLI:NL:RBOVE:2022:1172) een strafrechtelijk vonnis inzake een schending van de Arbeidsomstandighedenwet. In dit artikel een korte bespreking van deze uitspraak.

Dodelijke val van 13 meter hoogte

In deze zaak moesten werknemers van het verdachte bedrijf een keuken afleveren bij een net opgeleverd appartementencomplex. Tijdens die aflevering vindt een bedrijfsongeval plaats met een hoogwerker met daaraan een werkbak. De werkgever heeft de werkbak aan laten passen, in strijd met de gebruiksaanwijzing van de hoogwerker. Tijdens de werkzaamheden valt een slachtoffer van 13 meter hoogte naar beneden tussen de werkbak en de gevel van het appartementencomplex. Het slachtoffer overlijdt ter plaatse.

De officier van justitie (OvJ) vervolgt het verdachte bedrijf voor handelen in strijd met artikel 32 van de Arbowet en artikel 307 van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr).

Wettelijk kader zorgplicht van de werkgever

Artikel 32 van de Arbowet luidt: “Het is de werkgever verboden handelingen te verrichten of na te laten in strijd met deze wet of de daarop berustende bepalingen indien daardoor, naar hij weet of redelijkerwijs moet weten, levensgevaar of ernstige schade aan de gezondheid van een of meer werknemers ontstaat of te verwachten is.

De OvJ stelt dat het verdachte bedrijf de volgende vijf voorschriften van de Arbowet of daarop berustende bepalingen heeft geschonden:

  • Artikel 5 lid 1 Arbowet: de risico’s zijn niet vastgelegd in de risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E).
  • Artikel 8 lid 1 Arbowet: de gegeven instructies en voorlichting waren niet doeltreffend.
  • Artikel 8 lid 4 Arbowet: de werkgever van het verdachte bedrijf heeft niet toegezien op de naleving van de instructies en voorschriften.
  • Artikel 3.16 Arbeidsomstandighedenbesluit: het valgevaar is niet bestreden. Daarbij is enkel het volledig en juist instrueren van werknemers onvoldoende.
  • Artikel 7.4 lid 2 Arbeidsomstandighedenbesluit: door aanpassing van de werkbak in strijd met de Gebruikershandleiding Hoogwerker is bij het uitvoeren van de werkzaamheden een ondeugdelijk arbeidsmiddel gebruikt.

Artikel 32 Arbowet levert, tezamen met artikel 1 aanhef en onder 1 in samenhang met artikel 2 lid 1 Wet op de economische delicten, een misdrijf op. Daarvoor is overigens wel opzet vereist, waarover later meer. De koppeling met het strafrecht is hiermee gelegd. Nu is van belang om te kijken hoe de rechter tot een veroordeling is gekomen.

Toerekening rechtspersoon en opzet

Toerekening rechtspersoon

De rechtbank stelt in haar arrest voorop dat een rechtspersoon kan worden aangemerkt als dader van een strafbaar feit. In de jurisprudentie is bepaald dat daarvoor sprake moet zijn van een gedraging in de sfeer van de rechtspersoon. Dat is het geval als één of meer (dus niet cumulatief) van deze omstandigheden zich voordoen:

  • Het gaat om een handelen of nalaten van iemand die werkzaam is ten behoeve van de rechtspersoon, hetzij uit hoofde van een dienstbetrekking, hetzij uit anderen hoofde.
  • De gedraging past in de normale bedrijfsvoering van de rechtspersoon.
  • De gedraging is de rechtspersoon dienstig geweest in het door hem uitgeoefende bedrijf.
  • De rechtspersoon vermocht erover te beschikken of de gedraging al dan niet zou plaatsvinden. Uit de feitelijke gang van zaken blijkt dat de rechtspersoon zodanig of vergelijkbaar gedrag aanvaardde. Onder dit aanvaarden is mede begrepen het niet betrachten van de zorg die in redelijkheid van de rechtspersoon kon worden gevergd met het oog op het voorkomen van de gedraging.

De rechtbank is van oordeel dat van al deze omstandigheden sprake is. De ten laste gelegde gedragingen vallen daarmee in de sfeer van de onderneming van het verdachte bedrijf, aldus de rechtbank. Die gedragingen zijn de rechtspersoon daarom in redelijkheid toe te rekenen.

Word ook Meester in de RI&E

Tijdens de masterclass Meester in de RI&E komt aan de orde hoe je het gedrag van de werknemers kunt begrijpen en beïnvloeden? Wat is de invloed van beleid, organisatiestructuur en leiderschap? En: wat is jouw rol hierbij?

Bekijk het programma

Opzetvereiste

Vervolgens kom het opzetvereiste aan de orde. De rechtbank overweegt dat het verdachte bedrijf heeft nagelaten de op hem rustende zorgplicht na te leven. Namelijk door risico’s niet vast te leggen in de RI&E, geen doeltreffende voorlichting te geven en onvoldoende toezicht te houden. En verder door valgevaar niet te bestrijden en gebruik te laten maken van een ondeugdelijk arbeidsmiddel.

Daarom is de rechtbank van oordeel dat het verdachte bedrijf de aanmerkelijke kans heeft aanvaard op overtreding van artikel 32 Arbowet, zoals ten laste gelegd. Daarmee acht zij opzet in het kader van economische delicten aanwezig.

Wettelijk kader – dood door schuld

De OvJ heeft niet slechts overtreding van artikel 32 Arbowet ten laste gelegd, maar ook dood door schuld ex artikel 307 Wetboek van Strafrecht. De rechtbank overweegt dat de aangepaste werkbak is gebruikt zonder losse randbeveiligingshekken daarop te plaatsen. Dit terwijl die hekken er juist voor zorgen dat de extra aangebrachte vloerplaten op hun plek blijven bij uitoefening van druk.

Het verdachte bedrijf heeft het belang van deze randbeveiligingshekken onvoldoende duidelijk gemaakt aan haar werknemers. Het bedrijf heeft er overigens ook niet op toegezien dat deze hekken op de werkbak waren bevestigd.

Het verdachte bedrijf heeft in de procedure aangevoerd dat het ongeval heeft plaatsgevonden door nalatigheid van de machinist die verantwoordelijk was voor de hoogwerker. De rechtbank is van oordeel dat het verdachte bedrijf daarmee de verantwoordelijkheid op haar werknemers probeert af te schuiven. Maar de zorgplicht van verdachte als werkgever ziet juist op bescherming van werknemers tegen eigen fouten en onvoorzichtigheden. Daarbij hoort een werkgever ook rekening te houden met de nonchalance van een werknemer.

Voor de rechtbank staat hiermee vast dat verdachte aanmerkelijk onvoorzichtig, onachtzaam en nalatig heeft gehandeld. Daarmee is de dood van het slachtoffer de schuld van de werkgever.

Straf: geldboete en affectieschade

De rechtbank verklaart de twee ten laste gelegde misdrijven (artikel 32 Arbowet en artikel 307 Wetboek van Strafrecht) bewezen. Zij veroordeelt het verdachte bedrijf tot een geldboete van 75.000 euro, waarvan 25.000 euro voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar. Ook moet het bedrijf 60.000 euro schadevergoeding (affectieschade) betalen aan de nabestaanden.

Conclusie reikwijdte zorgplicht werkgever

Het vonnis van de rechtbank Overijsel benadrukt maar weer eens hoe ver de zorgplicht van een werkgever strekt. Daarbij komen belangrijke overwegingen steeds vaker in vaste jurisprudentie terug. Namelijk dat het geven van instructies en voorlichting alleen niet voldoende is, maar dat effectief toezicht en controle als een minimumvereiste geldt.

Dus opgepast. Want voldoet een werkgever niet aan de vérstrekkende zorgplicht, dan loopt hij niet alleen een civiel, maar ook een strafrechtelijk risico.

Tekst | Pim van Kuijk, student juridisch medewerker bij De Voort Advocaten | Mediators

Lees meer van Pim van Kuijk: