Vrouwen met overgangsklachten minder inzetbaar

Vrouwen met overgangsklachten minder inzetbaar

Zo’n 315.000 vrouwelijke werknemers - grotendeels tussen de 40 en 60 jaar - zijn in de overgang. Ruim de helft hiervan - 173.000 - geeft aan dat overgangsklachten van invloed zijn op hun werk. Dit melden CBS en TNO op basis van een vervolgonderzoek op de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden.

Vrouwen met overgangsklachten minder inzetbaar

Van de vrouwen in de overgang ervaart 80 procent overgangsklachten. Bij 69 procent van de vrouwen met klachten zijn die van invloed op het werk. Zo ervaren zij ongemakkelijke situaties door bijvoorbeeld opvliegers, stemmingswisselingen of doorlekken (45 procent). Of vinden dat ze dat ze minder goed functioneren (39 procent). Bij 2 procent zijn de klachten zodanig dat ze zich er voor ziekmelden.

Door overgangsklachten zijn vrouwen minder inzetbaar

Overgangsklachten gaan samen met een geringere inzetbaarheid. Vrouwen zonder klachten beoordelen hun werkvermogen – de mate waarin iemand het werk uit kan voeren – gemiddeld met een 7,8 op een schaal van 1-10. Vrouwen met incidentele klachten met een 7,5. En vrouwen met regelmatig klachten met een 6,9. 23 procent van de vrouwen met regelmatige klachten geeft aan niet te kunnen voldoen aan de fysieke eisen van het werk. Bij vrouwen met incidentele klachten is dat 8 procent en bij vrouwen zonder overgangsklachten 4 procent.

TNO Overgangsklachten

Meer begrip en ondersteuning nodig

65 procent van de vrouwen die hinder ervaart van de klachten op het werk, bespreekt dit ook op het werk. Maar 57 procent vindt dat er meer begrip en ondersteuning nodig is. Vrouwen willen dit vooral van de leidinggevende.

Tekst | TNO

Lees de volledige rapportage op de Monitor Arbeid website van TNO

Eerder verschenen