Arbo-online
Arbo-online
Symboliek in de veiligheidskunde: een krachtig medium maar pas op!

Symboliek in de veiligheidskunde: een krachtig medium maar pas op!

Symboliek is de kunst van het communiceren met beelden. Symboliek is een krachtig medium. Al sinds de oudheid gebruikt de mens symbolen om identiteit kracht bij te zetten en wijsheden over te dragen. Symbolen zijn betekenisdragers. Maar pas op, ze blijven een vereenvoudigde benadering van de werkelijkheid.

Symboliek in de veiligheidskunde: een krachtig medium maar pas op!

Cijfers en letters zijn wellicht de meest toegepaste vorm van symboliek. Bijna niemand ziet die echter nog als een symbool. Ze zijn onlosmakelijk verbonden met de betekenis die ze overbrengen (visueel en als klank): een aantal of een rangorde. Maar lukt het je om lang genoeg naar bijvoorbeeld het cijfer ‘5’ te kijken en de betekenis los te koppelen, dan valt je op dat het niet méér is dan een sierlijke pennenstreek. Datzelfde geldt voor de letter ‘s’ (die best veel op een 5 lijkt).

Vormen en kleuren zijn ook krachtige manieren om betekenis over te brengen zonder woorden. Iedereen heeft wel een gevoel bij bepaalde vormen en kleuren. De echt krachtige symboliek van vormen en kleuren zit echter in de combinatie van de twee. Een goed voorbeeld hiervan zijn de pictogrammen die binnen de veiligheidswereld worden gebruikt.

De verschillende functies van symboliek

Symbolen kunnen verbinden, een geheime of verboden boodschap uitdragen binnen een groep en ook – helaas – verdeeldheid zaaien. En soms ook krijgt een symbool een nieuwe, andere betekenis.

Verbinden

Symbolen verbinden. Ze zijn vaak dat spreekwoordelijke ‘halve woord’ dat soort- en lotgenoten nodig hebben om elkaar te begrijpen. De betekenis van bijvoorbeeld het kruis van Jezus binnen het christendom is die van de overwinning van Jezus over de zonden. Christenen geloven dat Christus, door te sterven aan het kruis, Gods straf voor de zonden van de mensen op zich genomen heeft. En daardoor voor ons de weg naar de hemel heeft geëffend. Dat zit allemaal opgesloten in dat ene symbool.

Een geheime boodschap uitdragen

Soms bieden symbolen de mogelijkheid om ongezien in de menigte op te gaan. Door het maken van afspraken binnen een groep over de (alternatieve) betekenis van een gangbaar symbool, kunnen leden van die groep een geheime of verboden boodschap toch in het openbaar uitdragen. Een voorbeeld daarvan is het Oudgriekse symbool van een vis ‘ICHTUS’.1 Daarmee maakten Christenen zich onderling kenbaar, in een tijd dat uitkomen voor dat geloof niet veilig was.

Verdeeldheid veroorzaken

Symbolen kunnen helaas ook verdeeldheid teweegbrengen. Zo was de Davidster in de Tweede Wereldoorlog het bijna letterlijke ‘brandmerk’ voor het Jodendom.

Een nieuwe betekenis krijgen

Tot aan WOII stond het hakenkruis symbool voor levenskracht, geluk of heiligheid

Soms krijgen symbolen een nieuwe betekenis, die daarna maar moeilijk te ‘ontdenken’ valt. Zo is bij- voorbeeld het hakenkruis (swastika) onlosmakelijk verbonden geraakt met het schrikbewind van Adolf Hitler en de nazi’s. Toch droeg tot 1944 de Finse luchtmacht ditzelfde symbool op zijn vliegtuigen. Van oudsher is de swastika verbonden aan het Boeddhisme, als symbool voor de vier windstreken. Tot aan WOII stond dit symbool binnen allerlei culturen wereldwijd in het algemeen voor levenskracht, geluk of heiligheid.

Symboliek is een hulpmiddel, geen waarheid

Dé symbolen van dit moment zijn zonder twijfel de apenstaart ‘@’ (Engels: at) en de hashtag ‘#’ (Nederlands: hekje). Ze worden volop gebruikt binnen appjes, e-mails en op sociale media. Iedereen weet hoe je ze gebruikt en waar ze voor staan.

Ook binnen de veiligheid wordt veel en dankbaar gebruik gemaakt van symbolen. Die kunnen helpen een boodschap of een denkwijze te ondersteunen. Er schuilt wel een gevaar in symboliek. En dat is dat mensen die op termijn niet meer als beeldspraak zien, als hulpmiddel, maar als een waarheid. Het is de uitdaging van de jonge veiligheidskundige om hier vroegtijdig bewust van te raken, om zo altijd symboliek op haar juiste waarde te kunnen blijven schatten. Pas als je beseft dat de waarde van symboliek beperkt is, wordt die echt waardevol.

Bekendste driehoek: de ongevallenpiramide

De bekendste driehoek binnen de veiligheidskunde is toch wel de ongevallenpiramide van Heinrich.2 Die technisch gezien helemaal geen piramide is, omdat een piramide een driedimensionale vorm is.

Eenvoudig gezegd is het idee achter deze driehoek dat er (binnen industriële omgevingen) in de basis veel (meer) kleine(re) ongevallen plaatsvinden die als leermoment kunnen dienen. In het gunstigste geval kunnen we hierdoor dat ene fatale ongeval voorkomen. Strikt gesproken sprak Heinrich zelf nooit van fatale ongevallen, maar van ongevallen met (relatief) ernstige gevolgen. Het hieraan koppelen van fataliteiten is een interpretatie die pas later is ontstaan.

De getallenreeks 300-30-1

Volgens deze moderne interpretatie van de ongevallenpiramide lijkt een fataal ongeval niet meer dan een rekenkundig (vaststaande) uitkomst te zijn. Namelijk: aan één fataal ongeval gaan 30 kleine(re) ongevallen3 én 300 bijna-ongevallen vooraf.4 Dat is de bekende getallenreeks 300-30-1.

Dus als je maar goed het aantal kleine en bijna-ongevallen meldt en registreert, ben je voorbereid op die ene grote klapper? Nee! Administratieve handelingen zelf hebben nog nooit direct iets bijgedragen aan het verhogen van veiligheid. Maatregelen wel. Registratie helpt hoogstens het inzicht te vergroten dat er mogelijk van alles speelt dat aandacht nodig heeft.

Veel meer kleine ongevallen

De piramide van Heinrich is op de eerste plaats een prachtige en tijdloze praatplaat, waar veel professionals zich in herkennen. Gelukkig (en dat woord kies ik bewust) is het zo dat er nog altijd veel meer kleine(re) dan grote(re) ongevallen plaatsvinden. De vraag is echter nooit óf een groot (ernstig) ongeval gaat plaatsvinden, maar eerder wannéér dat gaat plaatsvinden – en hoe ernstig dat dan is.

Te veel waarde hechten aan getallenreeksen

Waar het misgaat, is dat we te veel waarde toekennen aan de getallenreeksen zoals 300-30-1. Op de eerste plaats komen dit soort exacte reeksen, als ze al bestaan, pas gemiddeld tot uitdrukking5 na honderdtallen registraties. Dit is wat we ‘de wet van de grote getallen’ noemen: pas na veel ‘pogingen’ lijken gemiddelde waarden te ontstaan die de getallen in de reeks benaderen.

Belangrijker nog is, dat het directe verband tussen allerhande bijna-ongevallen, kleine ongevallen en fatale ongevallen niet zonder meer te leggen valt. Want stel, een bedrijf komt in één jaar meerdere malen met de schrik vrij (bijna-aanrijdingen, bijna-valpartijen, bijna-elektrocuties). Het bedrijf plakt veel pleisters, registreert een paar botbreuken en heeft één fataal ongeval te betreuren als gevolg van een geëxplodeerde reactor. Wat hebben die incidenten dan met elkaar te maken?

Ja, je zou kunnen zeggen dat ‘er wel wat aan de hand is’ bij dat bedrijf. Maar of de explosie causaal verband houdt met de kleine en bijna-ongevallen, valt sterk te betwijfelen. Dit is ook wat Heinrich zelf sterk benadrukte, maar door velen over het hoofd wordt gezien.

Vereenvoudigde benadering van werkelijkheid

Zoals al eerder aangegeven blijven symboliek en modellen een vereenvoudigde benadering van de werkelijkheid. Het ene model heeft soms gevoelsmatig een voorkomen dat herkenbaarder lijkt te zijn dan het andere. Het verklarende vermogen van welke benadering dan ook, blijft echter altijd beperkt. Om over het voorspellende vermogen maar te zwijgen.

Tekst | Jos Villevoye, veiligheidsprofessional en levendig denker over mens en maatschappij

Noten

  1. Een acroniem gevormd uit: Iesous CHristos THeou Uios Soter (= Jezus Christus God Zoon Verlosser). Ichtus was tegelijkertijd het Griekse woord voor vis.
  2. Heinrich, H.W. (1941). Industrial Accident Prevention (second edition) / Busch. C. (2021). Preventing Industrial Accidents: Reappraising. H.W. Heinrich – More Than Triangles And Dominoes.
  3. Strikt genomen 29 ongevallen = 30 minus dat ene ongeval met (relatief) ernstige gevolgen.
  4. Frank E. Bird heeft later een andere verdeling aangebracht.
  5. Net zoals de kans van 1/6 voor elk vlak van een dobbelsteen pas gemiddeld gezien bevestigd lijkt te worden na minstens honderd worpen. Na zes keer gooien valt dat nog vies tegen.

Lees meer van Jos Villevoye:

Eerder verschenen