RECENTE JURISPRUDENTIE

In maart 1999 geeft een 36-jarige gehuwde vrouw zich op voor een beginnerscursus skeeleren bij een sportcentrum. Op het aanmeldingsformulier staat dat deelname voor eigen rekening en risico is. De lessen worden gegeven door een docent lichamelijke opvoeding, in het bezit van het diploma schaatstraining en de 'applicatiecursus instructie geven skating'. De lessen gebeuren op een geasfalteerde baan zonder oneffenheden. Bij het begin van de les zijn skeelers en knie- en polsbeschermers uitgereikt. De cursisten wordt verteld dat ze een helm kunnen pakken als ze daar behoefte aan hebben. Bij de derde les valt de vrouw, die geen valhelm draagt. Zij valt achterover, slaat met haar hoofd tegen de grond en is even buiten bewustzijn. Dan staat ze met hulp van de instructeur op en loopt ze naar een bank. Even later wordt zij onwel en alsnog met de ambulance naar het ziekenhuis gebracht. Daar wordt hersenletsel geconstateerd. De volgende ochtend overlijdt zij aan een bloeding onder het schedeldak en letsel van de hersenstam, veroorzaakt door de val. Uit onderzoek blijkt dat tijdens de skeelerles het dragen van pols-, elleboog- en kniebeschermers wel verplicht is maar het dragen van een helm niet. Dat laatste is na het ongeval wel verplicht gesteld.

Dit artikel lezen?

Neem een abonnement en:

  • Krijg onbeperkte toegang tot ruim 1.500 praktische artikelen
  • Blijf up-to-date met ons laatste nieuws over trends, wetgeving en jurisprudentie
  • Blijf geïnspireerd én voorbereid door praktijkcases en -verhalen