Al een abonnement? Log direct in.
Maak vitale medewerkers nog vitaler
Hoe hoog scoort uw vitaliteit? Een 7? Een 8? Niet gek, maar het kan beter. Althans, dat zegt Tinka van Vuuren, bijzonder hoogleraar Stategisch Human Resource Management aan de Open Universiteit te Heerlen. 'Van een 8 kun je een 9 maken, en dus kan bijna iedereen zijn vitaliteit verhogen. Daarom richt vitaliteitsmanagement zich niet alleen op mensen die dreigen uit te vallen, en niet alleen op 55-plussers.' En dat is precies haar kritiek op het zogenoemde Vitaliteitspakket van minister Kamp van SZW. Want die werkt volgens haar met een te beperkte doelgroep. 'Hij keert een doorwerkbonus uit aan ouderen die aan het werk blijven. En werkgevers die deze oudere aannemen, krijgen een mobiliteitsbonus. Begrijp me goed: dat zijn verstandige maatregelen. Want iemand die ouder is dan 55 heeft nog maar 10% kans om elders een baan te vinden, en na je 60e daalt dit zelfs naar 3%. Maar toch, als je het vitaliteitbeleid alleen richt op ouderen, blijft het dweilen met de kraan open. Je moet al eerder actie ondernemen.' Met eerder bedoelt ze: veel eerder. 'Als twintigers je bedrijf binnenkomen, zijn ze bijna altijd nog gezond. Dat moet je als werkgever dus zo houden: je moet voorkomen dat ze slijten, psychisch of fysiek. Zorg dus voor een goed organisatieklimaat, voor veel autonomie, voor een coachende stijl van leidinggeven. En wat nog wel eens wordt vergeten: regel het zo dat mensen niet 10 of 15 jaar hetzelfde werk doen.' Eigen verantwoordelijkheid Daarmee stuit ze op een belangrijk punt: de eigen verantwoordelijkheid van de werknemers. Want ze geeft toe: die stellen zich af en toe vrij passief op. 'Laat mij dit gewoon maar blijven doen, zeggen ze dan. Maar wat ze dan niet beseffen, is dat ze risico lopen. Want als een stratenmaker maar lang genoeg doorgaat, kampt hij op een gegeven moment met versleten knieen. En een Java-programmeur kan zich wel helemaal ingraven in zijn vak, maar de vraag naar zijn dienstverlening zal onherroepelijk gaan afnemen. Die mensen moeten al in een vroeg stadium bedenken wat ze gaan doen na een eventueel ontslag. En het antwoord ligt meestal in bijscholing.' Bijscholing. Dat woord roept associaties op met vroeger, met school. En volgens Van Vuuren zijn die associaties niet altijd prettig. 'Veel van die mensen hadden zo'n hekel aan het klaslokaal dat ze nu ook aversie voelen tegen leren. De WENb, werkgeversverenging voor de Energie-, Kabel & Telecom- en Afval & Milieubedrijven heeft daar iets op gevonden. Ze heeft - in samenwerking met verzekeringsmaatschappij Loyalis - een handleiding ontwikkeld. Die wijst leidinggevenden en werknemers erop dat opleiding ook plaats kan vinden op de werkplek, tijdens de werkdag, met een coach die af en toe aanwijzingen geeft. Op die manier leren die mensen dat leren ook prettig kan zijn.'
Gratis 3 maanden onbeperkt lezen
Direct toegang tot alle artikelen, voorbeelddocumenten, checklists en cases over ongevallen.