artikel

Chemie in last

Geen categorie

De Vereniging van Nederlandse Chemische Industrie (VNCI) herkent zich nauwelijks in het rapport. Joop Verhoef, beleidsmedewerker veiligheid van de VNCI, vindt de conclusies onbegrijpelijk. Ze worden volgens hem nergens in het rapport onderbouwd. Verhoef: ‘De conclusies zijn allemaal eigen interpretaties van de onderzoekers.

 

Het mankeert volkomen aan argumenten dat het onderhoud in de toekomst wel eens onveiliger kan worden. Totaal onbewezen. Het is gebaseerd op gevoelens van mensen die te hooi en te gras bij elkaar zijn gezocht en geinterviewd. Dat is geen uitgangspunt.’

 

Coordinator Loek Bollen van Deltalinqs University is minder negatief over het rapport. Hij maakte dan ook deel uit van de klankbordgroep van het onderzoek. Deltalinqs University is voorjaar 2003 opgericht als actief kenniscentrum voor de belangrijkste petrochemische industrieen en aannemers in het Rijnmondgebied. In een reactie op ‘Trend of incident’ spreekt Deltalinqs ‘over een genuanceerd en evenwichtig rapport.

 

Bollen noemt het tekort aan vakbekwaam personeel als belangrijkste zorg uit het COT-rapport. Vooral het borgen van kennis en ervaring is belangrijk voor de toekomst, stelt hij. Bollen: ‘Het is een paradox. De installaties in onze industrie worden door technische vernieuwingen steeds beter en veiliger. De kans dat er tijdens gebruik iets misgaat, wordt kleiner. Maar daardoor worden ook kennis en ervaring minder voor als het een keer wel nodig is.’ Juist daarom is Deltalinqs University opgericht, zegt hij. ‘Het doel is ‘best practices’ op het gebied van Veiligheid Beheer Systemen met elkaar te delen. Alle tips en trucs die we in het Botlekgebied bij elkaar kunnen harken, brengen we bij elkaar. Om kennis en ervaring te borgen is er door en voor bedrijven een open en eerlijke uitwisseling’, aldus Bollen.

 

Hans Pasman is hoogleraar risicobeheersing aan de Technische Universiteit Delft. De voormalige voorzitter van de Working Party on Loss Prevention van de European Federation of Chemical Engineering ziet geen reden voor paniek. Wel voor waakzaamheid. In de Europese club wisselen veiligheidsdeskundigen van grote chemische bedrijven informatie uit over grote ongevallen en mogelijke preventiemaatregelen. Pasman: ‘Door betere risicobeheersing is de veiligheid in de chemische industrie de afgelopen decennia sterk toegenomen. Dat komt door betere techniek, onderkenning van de menselijke factor, de invoering van veiligheidsmanagement en – vooral de laatste jaren – meer aandacht voor de veiligheidscultuur binnen bedrijven. Tegelijk is er wereldwijd geen vermindering van het aantal grote ongevallen. We moeten daarom de veiligheid wel in de gaten houden. Er is absoluut geen reden voor paniek, maar we kunnen niet achteroverleunen.’

 

Directeur Rob in ’t Veld van de directie Major Hazards Control van de Arbeidsinspectie vindt het COT-rapport niet overtuigend. In ’t Veld: ‘De trends worden neergezet, maar uiteindelijk slagen de opstellers van het COT-rapport er niet heel duidelijk in om een direct verband te leggen met de incidentenpiek. Dat blijft een beetje vaag. De onderbouwing kun je uit alles wat je ziet aannemelijk vinden, maar wordt niet keihard in dit rapport aangetoond. Waarom er een piek was en waarom die weer weg is, blijft in het ongewisse.’

 

De Arbeidsinspectie signaleert in haar laatste incidentenrapportage dat het vooral fout gaat tijdens onderhoudswerkzaamheden. De AI-directeur noemt daarvoor twee belangrijke achterliggende oorzaken. In ’t Veld: ‘De belangrijkste oorzaak heeft te maken met onderhoudsmanagement. Onderhoud is ingewikkeld en net even anders dan de normale bedrijfsvoering. En in toenemende mate worden ook aannemers en onderaannemers ingehuurd voor onderhoudsklussen.’

 

De tweede belangrijke oorzaak is volgens In ’t Veld dat procedures en praktijk nogal eens verschillen. ‘Het mankeert nog wel eens aan toezicht door bedrijven op procedures. In de praktijk wijken eigen werknemers heel vaak af van opgestelde procedures. Soms kunnen ze niet anders om het goed te doen. Soms gebeurt het onterecht. Maar het kan heel lang voortduren zonder dat het management daar weet van heeft. Dat leidt ook vaak tot incidenten’, aldus de AI-directeur.

 

Loek Bollen vindt dat de Arbeidsinspectie te makkelijk praat over onderhoud in zijn algemeenheid. Bollen: ‘Onderhoud bestaat uit verschillende onderdelen. De Arbeidsinspectie moet het begrip onderhoud meer nuanceren. Het gaat vooral fout op het moment van vrijgeven van de installaties voor onderhoud en het weer opstarten. Als aannemers in samenwerking met eigen personeel aan de slag gaan, worden dingen niet altijd goed begrepen.’

 

Daarmee lijken de risico’s zich toe te spitsen op de inzet van personeel van externe aannemers op kritische momenten. Volgens Pasman werken aannemers van grote bedrijven inmiddels op hetzelfde kennisniveau. ‘Maar als je mensen krijgt die het proces niet of niet goed kennen, loop je een verhoogd risico. Processen zijn complexer geworden en de werkbelasting is toegenomen.’

 

Volgens Verhoef van de VNCI is het inhuren van extern personeel al jarenlang een tendens. Verhoef: ‘Alle bedrijven specialiseren zich. Een chemisch bedrijf concentreert zich op moleculen. Niet op vrachtwagens. Ook al staat er misschien Shell op .’ Volgens hem is inhuren ook gewoon noodzaak. Verhoef: ‘We hebben hier in Nederland niet voldoende vakbekwaam personeel.’ In toenemende mate worden daarom ook buitenlandse krachten ingehuurd. Bollen: ‘Ook dat heeft te maken met personeelstekorten. Aannemers hebben over het algemeen voldoende geschoold eigen personeel, maar als veel bedrijven tegelijk groot onderhoud plannen in voor- en najaar, ontstaat er een tekort aan zulk personeel. Dat wordt dan zo goed als het kan opgevangen door onderlinge uitruil tussen aannemers, al dan niet aangevuld met tijdelijke krachten van elders.’

 

Verhoef ziet dat terug in de rapportage van de Arbeidsinspectie. ‘De incidenten uit het rapport van de Arbeidsinspectie zijn ambachtelijke incidenten. Mannen die per ongeluk een verkeerde afsluiter bedienen. Dat gaat niet over chemie, maar over mechanische werkzaamheden die uitgevoerd worden door externe bedrijven. Niet door de chemische industrie.’

 

Het stoort hem mateloos dat de sector steeds opnieuw onder verdenking wordt geplaatst door onderzoeken en rapportages. Terwijl er geen veiliger bedrijfstak in Nederland is dan de chemische industrie, stelt hij. Verhoef: ‘Kijk naar ongevalcijfers. Als het gaat om klein- en grootschalige incidenten is de chemie de veiligste van alle bedrijfstakken in Nederland. Veel veiliger dan bijvoorbeeld de bouw. Maar als je steeds onderzoek doet binnen de chemische industrie, is het logisch dat je daar incidenten tegenkomt en bij andere sectoren niet. Daar wordt immers niet gekeken. Maar op basis van de veiligheid is de focus op de chemische industrie onterecht.’ En, vraagt Verhoef hardop, waarom zouden we een loopje nemen met veiligheid. Verhoef: ‘Enig idee wat een kraker kost? Miljarden euro’s. Wat is het belang van een bedrijf om zo’n ding moedwillig naar de knoppen te helpen? Als je een kraker om zeep helpt, ben je 25 jaar investeringen kwijt. Dat kun je je als beursgenoteerd bedrijf helemaal niet permitteren. Nog los van het verlies aan goede naam.’

 

Hij krijgt bijval van Bollen. En ook In ’t Veld stelt vast dat de chemische industrie de veiligste bedrijfstak is. ‘Dat klopt’, zegt hij. ‘Het is welbegrepen eigenbelang dat de chemische industrie heel veel aan veiligheid doet. Als ze een dag uit productie moeten, kost dat vele miljoenen euro’s. Met het aantal incidenten afgezet tegen het aantal medewerkers is het ongetwijfeld de meest veilige bedrijfstak. Maar dat is de helft van het verhaal. Er is aparte wetgeving en relatief veel aandacht voor omdat een incident in de chemische industrie meteen een ramp kan betekenen. In de bouw vallen mensen van een steiger, maar de consequenties van een ongeluk in de chemische industrie kunnen veel groter zijn. Daarom let de overheid toch extra op de veiligste bedrijfstak’, legt In ’t Veld uit.

 

Staatssecretaris Van Hoof wil naar aanleiding van het COT-rapport in een jaarlijks overleg met de sector afspraken maken over verdere verbetering van de veiligheid. Alleen wetgeving en handhaving zijn volgens Van Hoof niet voldoende. De naleving van procedures stelt ook hoge eisen aan de cultuur en het bewustzijn van risico’s in de bedrijven. De chemische industrie moet voortdurend waakzaam blijven op veiligheid, stelt de staatssecretaris. Pasman is dat met de staatssecretaris eens. Pasman: ‘Zo’n twintig jaar geleden speelde geld geen rol in veiligheid. In toenemende mate gaat geld wel een rol spelen. De rentabiliteit van veel bulkprocessen is behoorlijk achteruitgegaan.

 

De marges worden kleiner. Er wordt op dit moment geen water bij de wijn gedaan. Het is allemaal hartstikke veilig. Maar er is wel een zekere druk en verleiding. Die druk moet worden weerstaan. Dat is volgens mij nu de situatie. Waakzaamheid is daarom goed.’

 

Ook Bollen vindt het nodig onderhoud ‘spichtig’ in de gaten te houden. ‘Op maintenance wordt snel bezuinigd. Onderhoud staat voortdurend onder druk. Zeker omdat de installaties de laatste jaren beter zijn geworden, lijkt het ogenschijnlijk redelijk dat je zou kunnen bezuinigen op kennis en kunde en langetermijnonderhoud. Maar managers moeten goed in de gaten houden dat onterecht uitgesteld onderhoud en bezuinigen op opleidingen en kennisoverdracht over vier jaar kan bijten. Je moet niet vandaag bezuinigen en morgen op de blaren zitten. Onderhoud is een kwestie van lange adem, goed vooruitkijken en plannen en de planning ook volgen. Het is goed om in de gaten te houden of dat bewustzijn er in voldoende mate is.’

 

Verhoef van de VNCI vindt het helemaal niet erg om aangesproken te worden op dingen die nog beter kunnen of moeten. ‘We zijn een veilige industrie en proberen het nog veiliger te maken’, zegt hij. Maar Verhoef heeft nog geen idee waarover de staatssecretaris jaarlijks met de sector wil praten. Of een jaarlijks overleg zinnig is, weet hij daarom nog niet. Verhoef: ‘Dat moet ik afwachten. Het hangt er vanaf hoe het overleg wordt ingevuld. Als het alleen is om de politieke partijen in de Kamer gerust te stellen, dan schieten we er niet veel mee op. Het moet wel over concrete dingen gaan die zoden aan de dijk zetten. Wat dat kan zijn? Ik weet het niet. De staatssecretaris kondigt het aan. Hij moet ideeen hebben. Die heb ik nog niet gehoord.’

 

Reageer op dit artikel