artikel

De schaduwkant van uitzendwerk

Geen categorie

Uit de geregistreerde meldingsplichtige ongevallen bij de Arbeidsinspectie in 2006 blijkt dat ongeveer 13 procent van de dodelijke slachtoffers en ruim 15 procent van de ernstig gewonde slachtoffers uitzendkrachten zijn, terwijl deze groep maar net 6 procent van de banen in Nederland heeft. Het gaat in dat jaar om 8 dodelijke slachtoffers en 271 ernstig gewonde uitzendkrachten. Het aandeel van het ongevallenpercentage van uitzendkrachten zal waarschijnlijk hoger zijn wanneer de niet-meldingsplichtige ongevallen, de niet-gemelde ongevallen en de ongevallen met zzp’ers worden meegerekend. De economische schade in de vorm van productieverlies en kosten voor vervanging, medische behandeling, juridische bijstand, onderzoek en smartengeld is enorm en dan hebben we het nog niet over het menselijke leed. Deze schade zou vele malen kleiner kunnen zijn wanneer uitzendbureaus en inlenende bedrijven hun uitzendkrachten beter zouden voorbereiden op hun taken. De directe oorzaak van een ongeval is vaak het onjuiste gebruik van de arbeidsmiddelen en machines of de gebrekkige veiligheidsvoorziening. Maar de basisoorzaak van deze ongevallen is heel duidelijk het ontbreken of tekortschieten van instructie, voorlichting en onderricht over het juiste gebruik van machines, arbeidsmiddelen en de procedures. Instructie, voorlichting en onderricht zijn belangrijk omdat – zelfs als machines goed beveiligd zijn – ze verkeerd en niet conform de gebruiksaanwijzing kunnen worden gebruikt. En daar gaat het met uitzendkrachten vaak mis. Door productiedruk of door onachtzaamheid geven bedrijven te vaak geen goede instructie en krijgen de krachten geen ervaren collega als mentor of begeleider.

 

Opvallend is dat veel (grotere) uitzendbureaus een bedrijfsreglement hebben en overleggen met de inlenende bedrijven over de taak van de uitzendkracht. Soms zetten ze met het bedrijf een soort risicoanalyse en instructie voor de uitzendkracht op. Dit doen ze om aan de Arbeidsomstandighedenwet te voldoen. In de praktijk worden deze afspraken niet besproken met de uitzendkracht en de toekomstige afdelingschef en collega’s. Slachtoffers van ongevallen zijn vaak verbaasd als ze geconfronteerd worden met deze documenten omdat ze deze nooit gezien hebben. Soms zeggen ze dat ze de documenten hebben gekregen of getekend, maar dat ze die niet hebben gelezen. De zorgplicht voor arbeidsomstandigheden ligt primair bij de feitelijke werkgever en dat is de inlenende onderneming. Het uitzendbureau heeft echter de plicht met het inlenende bedrijf afspraken te maken over taak, kwalificaties en instructie. Een werknemer mag dus niet een heftruck rijden als niet vaststaat dat hij voldoende getraind is en de gevaren en risico’s van de heftruck kent.

 

Kantelende heftruck

 

De 23-jarige uitzendkracht Jan wordt aangenomen als bijrijder van een vrachtwagen voor bedrijfsafval. Op de derde dag moet hij op de stortplaats van het bedrijf helpen. Hij mag meteen met de heftruck rijden nadat de bedrijfsleider hem even heeft geobserveerd bij de bediening van een heftruck. In de middag zien verschillende collega’s dat Jan niet met heftruck kan omgaan. Hij schuurt met de lepels van de heftruck over de vloer van het terrein en veroorzaakt daardoor vonken. Ook laat hij vaten van de lepels op de grond vallen. Rond 17.30 uur rijdt hij, nadat hij een pallet in een hoge container heeft gegooid, zeer snel achteruit met de lepels omhoog. Terwijl hij een bocht maakt, kantelt de heftruck. Hij springt ervan af en belandt onder de kooiconstructie van de heftruck. Jan raakt vanaf de onderbuik helemaal verlamd.

 

 

Om aan de zorgplicht te voldoen moeten de bedrijven ervoor zorgen dat een aantal zaken goed geregeld is. De uitzend- en detacheringsorganisaties moeten een duidelijk beleid voeren over rekrutering en plaatsing van personeel zodat de juiste werknemer bij de juiste functie terechtkomt. Met de inlenende bedrijven moeten afspraken worden gemaakt over veiligheid, gezondheid en welzijn van de uitzendkrachten, die informatie dienen te krijgen over de functie, de afdeling en het inlenende bedrijf en ook de veiligheidsregels moeten aan hen worden uitgereikt. De organisaties moeten zich ervan vergewissen dat de uitzendkrachten die hebben begrepen. Regelmatig dient met het bedrijf en de uitzendkracht overlegd te worden om te zien of de uitzendkracht steeds in veilige en gezonde omstandigheden werkt en iedereen zich aan de afspraken houdt. Het inlenende bedrijf, als de hoofdverantwoordelijke voor de veiligheid en gezondheid van de uitzendkrachten en derden, moet een beleid voeren over begeleiding, instructie en toezicht. Elke nieuwe medewerker moet in eerste instantie een rondgang krijgen door het bedrijf waarbij hij informatie krijgt over algemene veiligheidsregels zoals brandpreventie, nooduitgangen en wat te doen bij ongevallen.

 

De werkgever laat de uitzendkracht vervolgens deugdelijk inwerken. Het spreekt voor zich dat de machines en arbeidsmiddelen veilig moeten zijn. De werkgever zorgt ervoor dat de gebruiksaanwijzing van de machine bij de machine ligt. Indien nodig wordt deze instructie kort en in een begrijpelijke taal samengevat. De uitzendkracht krijgt duidelijke instructies over de juiste werking en het gebruik van arbeidsmiddelen, de eventuele gevaren en te gebruiken persoonlijke beschermingsmiddelen. Als met gevaarlijke stoffen en chemicalien wordt gewerkt, krijgt de uitzendkracht een samenvatting van de informatie uit het veiligheidsinformatieblad (VIB) van de desbetreffende stof.

 

Ten slotte staat of valt alles met goed toezicht op de arbeidsplaats. Dit is een taak die door de werkgever aan de direct leidinggevende wordt toevertrouwd. De leidinggevende moet controleren of de uitzendkrachten en andere werknemers de regels en instructie naleven en de voor het uitoefenen van hun functie noodzakelijke persoonlijke beschermingsmiddelen gebruiken. Het beste is deze taak op te nemen in een belonings- of sanctiebeleid. Daarbij ligt de voorkeur bij beloning; toezicht hoeft niet altijd bestraffend te zijn. Ook is een mentor of begeleider voor de eerste dagen geen overbodige luxe. Voorlichting, onderricht en toezicht moeten een belangrijke plaats innemen bij het te voeren arbobeleid; dat blijkt uit een recente rechterlijke uitspraak. Onlangs veroordeelde het Gerechtshof Den Haag in een civiele procedure een inlenende scheepswerf tot het betalen van schadevergoeding aan een uitzendkracht. Het bedrijf kon niet aantonen dat het slachtoffer een veiligheidsinstructie had gekregen. De scheepswerf had de instructie in de beveiligingslounge en bij de koffieautomaat opgehangen. En deze voorschriften waren niet in een voor de (buitenlandse) werknemer begrijpelijke taal geschreven.

 

Deze zaken zijn in de Arbeidsomstandighedenwet geregeld. Voorlichting en onderricht en het houden van toezicht zijn elementaire en basisvoorzorgsmaatregelen om ongevallen te voorkomen. Het percentage ongevallen dat zich voordoet met uitzendkrachten kan flink dalen als werkgevers hun zorgplicht over deze zaken serieuzer gaan nemen en instructie en toezicht beter organiseren.

 

Drie vingers minder

 

De Nederlands/Turkse Arkan, 35 jaar, speelt gitaar in een band. Om extra geld te verdienen meldt hij zich bij een uitzendbureau. Bij een kozijnenfabrikant kan hij onderdelen en kozijnen inpakken en handmatig verplaatsen. Hij vindt het bedrijf leuk en wil er langer blijven werken. De directeur merkt de gretigheid van de nieuwe aanwinst op. Op de derde dag laat de directeur hem met een kantbank werken nadat hij een zeer summiere instructie over de bediening – en dus niet over gevaren en risico’s – heeft gekregen. Twee uur later heeft hij drie vingers minder. Hij zal nooit meer gitaar spelen.

 

 

Bekneld in trekpers

 

Een zeventienjarige scholier wordt via een uitzendbureau tewerkgesteld bij een metaalbedrijf. Hij krijgt een korte instructie van zijn begeleider en mag meteen aan een simpele metaalmachine werken. Als hij na het weekend terugkomt, hoort hij dat zijn begeleider drie weken op vakantie is en dat hij aan dezelfde machine verder mag. Vlakbij hem staat een trekpers. Hij kan zijn nieuwsgierigheid niet bedwingen en op een moment dat de bediener van de pers weg is, loopt hij daarheen. Hij maakt het toevoerdeksel van de pers open en zet zijn hand op het transportbandje van de pers om te zien: ‘of de pers zijn hand in de machine trekt’. Hij raakt bekneld met zijn arm. Na een aantal operaties komt het met zijn arm toch nog goed.

 

 

Reageer op dit artikel