artikel

Deskundigheidscertificering wordt duurder’

Geen categorie

Er zijn inmiddels vijf beheerstichtingen actief en nu komen er drie nieuwe bij. Nieuwkomers zijn naast de Beheerstichting Arbodeskundigen in oprichting de Stichting Certificering Vuurwerk en Explosieven en de Stichting Werken onder Overdruk. De oprichting van de beheerstichtingen past binnen het beleid vanuit het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid voor een nieuw stelsel voor het toezicht op certificatie- en keuringsinstellingen. Binnen het stelsel wijst het ministerie van SZW certificerings- en keuringsinstellingen (cki’s) aan voor product-, persoons- of systeemcertificatie. In totaal zijn er nu 22 aangewezen cki’s: commerciele bedrijven die deze overheidstaak mogen uitvoeren na accreditatie door de Raad van Accreditatie (RvA). Een cki verleent certificaten op basis van een certificatieschema. In het nieuwe stelsel worden Centrale Colleges van Deskundigen (CCvD) – ondergebracht binnen een beheerstichting – verantwoordelijk voor de ontwikkeling en het beheer van een certificatieschema. In dit schema zijn de eisen van het te certificeren product, persoon of systeem opgenomen. In het nieuwe beleid stelt het ministerie van Sociale Zaken de normen voor aanwijzing en certificatie vast na advies van het CCvD.

 

Volgens een woordvoerder van het ministerie wordt het stelsel gewijzigd om elke schijn van belangenverstrengeling tegen te gaan. ‘In het oude stelsel zaten Colleges van Deskundigen binnen de certificerende instellingen. Daar was niet iedereen gelukkig mee. De banden zouden te nauw kunnen zijn. Om elke schijn van belangenverstrengeling tegen te gaan, verhuizen Centrale Colleges van Deskundigen naar de beheerstichtingen. Daarmee wordt de positie duidelijker tegenover een cki.’ Dat was ook de wens van de branchepartijen, aldus de woordvoerder. ‘De branchepartijen wilden het zelf graag, omdat het transparantie en uniformiteit van de certificeringsregelingen bevordert.’

 

Wim van Alphen ziet nog meer voordelen. In een Centraal College kunnen de certificeringsregelingen van de verschillende beroepsgroepen makkelijker gelijkgetrokken worden, meent hij. Nu kunnen regelingen op dezelfde punten veel van elkaar verschillen. Dat begrijpen mensen in het werkveld niet, aldus Van Alphen. Hij verduidelijkt met een voorbeeld: ‘Vroeger begon een arbeidshygienist na het afronden van de beroepsopleiding met het opbouwen van drie werkervaringsjaren. Pas daarna kwam hij in aanmerking voor certificering. Maar een veiligheidskundige kon meteen na zijn opleiding al worden gecertificeerd, mits hij maar eerder al vier jaar werkervaring als veiligheidskundige had opgedaan (de functie van veiligheidskundige is onbeschermd, red.). Zo zijn er waarschijnlijk meer verschillen die moeilijk te verklaren zijn. We moeten vreemde regels wegdoen en de logica van de gezamenlijke stelsels in stand houden. Ook nascholingscursussen hoef je als beroepsgroep niet elk afzonderlijk te beoordelen.’

 

ACHT BEHEERSTICHTINGEN

 

De oprichting van de beheerstichtingen is 23 maart ‘voorgehangen aan de Kamer’. Zonder commentaar wordt de aankondiging binnen dertig dagen automatisch beleid. In totaal zijn er dan acht beheerstichtingen:

 

1 De Stichting Toezicht Certificatie Verticaal Transport (TCVT)

 

2 De Stichting Certificatie Asbest (SCA)

 

3 De Stichting Centraal College van Deskundigen Drukapparatuur

 

4 De Stichting Beheer Certificatie Arbodiensten (SBCA)

 

5 De Stichting Beheer Certificatie Liften (SBCL)

 

6 De Beheerstichting Arbodeskundigen

 

7 De Stichting Certificering Vuurwerk en Explosieven

 

8 De Stichting Werken onder Overdruk

 

 

Wel plaatst Van Alphen kanttekeningen bij de oprichting van de beheerstichtingen. Volgens hem wil het ministerie er grotere invloed mee krijgen op toezicht en certificering. Sociale Zaken is het enige ministerie dat op deze wijze met beheerstichtingen werkt, merkt hij op. ‘Het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu laat I SO 14001 gewoon over aan de Raad voor Accreditatie en de Colleges van Deskundigen binnen cki’s. Je krijgt nu dus twee stelsels naast elkaar. Sociale Zaken gaat als enige ministerie de teugels aantrekken. Alle regelingen die de CCvD binnen stichtingen ontwikkelen, moet Sociale Zaken goedkeuren. Dat verloopt weliswaar via de Raad van Accreditatie, maar SZW wil er zelf zijn stempeltje opzetten.’

 

Het ministerie stelt dat het nieuwe beleid er juist op gericht is om verantwoordelijkheden te verduidelijken. Het gaat Sociale Zaken niet om een grotere vinger in de pap, aldus de woordvoerder. ‘In de wet staan doelvoorschriften die eisen aangeven. De Centrale Colleges van Deskundigen kunnen een voorstel doen hoe zij aan die eisen willen voldoen. Als het een goed voorstel is, zet het ministerie dat om in regelgeving. Het moet wel passen binnen de doelvoorschriften. Maar het stelsel legt de verantwoordelijkheid voor de uitwerking juist bij de branchepartijen neer.’

 

Als dat het hogere doel is, moet het ministerie er gewoon tussenuit, meent Van Alphen. Want het Centraal College van Deskundigen krijgt straks te maken met de Raad van Accreditatie en het ministerie van Sociale Zaken. Van Alphen: ‘Het gevaar is dat het allemaal minder praktisch wordt. Er komt gewoon een extra orgaan bij. Dat vergroot het risico van bureaucratie. In het Centrale College van Deskundigen zitten meer mensen aan tafel. En we moeten nu al regelingen voor Sociale Zaken omzetten in hun ‘formats’. Het leidt allemaal tot meer overleg en meer papier. Daar zit de afnemer niet op te wachten. Die wil gewoon investeren in kwaliteit van dienstverlening. Voor de valkuil van de bureaucratie moeten we erg alert zijn.’

 

De beheerstichting brengt volgens hem bovendien meer kosten met zich mee. Ondanks subsidies van het ministerie voor het opstellen en onderhouden van certificatieschema’s. Die extra kosten komen uiteindelijk voor rekening voor de arbodeskundigen, verzekert hij. Van Alphen: ‘De overheid financiert de beheerstichting echt niet. Extra kosten moeten straks allemaal doorberekend worden aan de certificaathouders. De overheid verleent eenmalig een startsubsidie, maar daarna moet de beheerstichting haar eigen broek ophouden. Een certificaat gaat arbodeskundigen hierdoor meer geld kosten.’

 

Is certificering nog wel van deze tijd, nu de markt voor de arbodienstverlening is vrijgegeven? Voor de liberalisering van de arbodienstverlening kon een arbodeskundige nagenoeg niets zonder certificaat. Nu hoeft een werkgever in principe nog maar een gecertificeerde arbodeskundige in te schakelen. Wie er daarnaast nog adviseert, is niet aan een papiertje gebonden. Volgens Van Alphen heeft het certificaat echter absoluut meerwaarde: ‘Deskundigen willen juist steeds vaker certificatie, want het geeft ze marktwaarde. Zij kunnen daardoor zelfstandig werken. Bovendien geldt het steeds vaker als eis. Bij ongevalonderzoek staat alleen een gecertificeerd veiligheidkundige voor een rechter borg voor kwaliteit. Zorgverzekeraars eisen een certificaat van arbeidsdeskundigen bij beoordelingen voor reintegratie en de Wet verbetering poortwachter. Certificatie is dan niet wettelijk verplicht, maar andere partijen vragen er steeds vaker om.’

 

Reageer op dit artikel