artikel

Dood door decibels

Geen categorie

Zo op het eerste gezicht lijkt Europa met zijn richtlijn dus hart voor de zaak te hebben. Maar de zaak ligt ingewikkelder. Voor de houtzagers had de grens van 80 dB(A) die Europa stelt levensreddend kunnen zijn, maar is dat ook zo op andere (werk)plekken? Het ene lawaai is het andere niet. Zo blijkt uit een Duits onderzoek van Wolfgang Babisch dat verkeerslawaai met een dagelijks geluidsniveau boven de 70 dB(A) bij mannen een verhoogde kans op een hartinfarct geeft[1] . En het risico wordt groter naarmate iemand langer langs de (snel)weg woont. ‘Uit onderzoeken blijkt bij 60 tot 70 dB(A) omgevingslawaai een relatie gelegd te kunnen worden met een verhoogde kans op een hartinfarct’, zegt Henk Miedema, als hoofd van de afdeling leefomgeving en gezondheid bij TNO betrokken bij talloze onderzoeken naar geluid en luchtverontreiniging en gezondheid.

 

Bij die grens lijken medewerkers van houtverwerkingsbedrijven nog gevrijwaard te worden van hartklachten. Hoe komt dit? ‘Het mechanisme dat gedacht wordt verantwoordelijk te zijn voor een acuut hartinfarct is een stressmechanisme. En stress is als je in iets belemmerd wordt wat je had willen doen, zoals slapen. In een bedrijf zijn mensen aan het werk, maar thuis moeten ze zich ontspannen en slapen. En dat laatste is nou precies een type bezigheid die op het werk niet voorkomt.’

 

Als je wilt slapen, heb je dus eerder last van geluid hebt dan wanneer je aan het werk bent. Het liedje van Monthy Python schiet onwillekeurig door het hoofd: ‘I am a lumberjack (houthakker, red.) and I’m OK. I sleep all night, and I work all day’.

 

Is de Europese richtlijn effectief tegen gezondheidsschade? Wolfgang Babisch twijfelt. ‘Niet-auditieve gezondheidseffecten worden meestal pas waargenomen boven het criterium voor gehoorbescherming. Maar als werk mentaal uitdagend is, kan er al bij veel lagere geluidsniveaus schade optreden. Hier is nog niet veel onderzoek naar gedaan.’ Volgens Babisch hangen niet-auditieve effecten erg af van de activiteiten die een individu onderneemt. Zo vertonen proefpersonen die gemakkelijke taken uitvoeren, geen verhoogde bloeddruk of stresshormonen. Maar bij het uitvoeren van taken waarbij concentratie vereist is, zijn zulke effecten wel gevonden. ’De cognitieve en emotionele perceptie van het geluid en de geluidsbron hebben invloed op de fysiologische respons. Zo kan het zijn dat een vrachtwagenchauffeur geniet van zijn dieselmotor die een geluid voortbrengt van 80 dB(A) in zijn cabine, en geen geluidsgerelateerde stressverschijnselen vertoont. Dezelfde persoon kan geirriteerd raken bij 70 dB(A) verkeerslawaai thuis terwijl hij naar zijn tv kijkt en zelfs heftig reageren door vliegtuiglawaai van 60 dB(A) als hij probeert te slapen.’

 

Volgens Babisch heeft het bepalen van een algehele geluidsdosis over de dag weinig waarde om niet-auditieve geluidseffecten in kaart te brengen. Hij pleit voor het bestuderen van brongerelateerde of activiteitgerelateerde effecten van geluid.

 

Studies naar de relatie tussen geluidsoverlast en gezondheidseffecten worden traditioneel uitgevoerd in die branches waar de geluidsniveaus heel hoog zijn. Maar een houtzager weet dat het zagen van hout geluid maakt, terwijl de kantoormedewerker die geconcentreerd zijn werk probeert te doen, wellicht meer stress ervaart bij continu rinkelende telefoons op de werkplek of door de bouwput die nu al jaren naast zijn kantoor ligt. In 2000 was er sprake van een ‘mediahype’ rond de akoestische shock bij callcentermedewerkers. Een onderzoek uit 2002 toonde aan dat het onwaarschijnlijk is dat de lawaaiblootstelling de schadelijke grens van 85 dB(A) overschrijdt. Kunnen de klachten van de callcentermedewerkers daarmee naar het rijk der fabelen worden verwezen? Nee, want overbelasting van het gehoor en overbelasting door andere stressfactoren, zoals werkdruk, lijken wel degelijk op te tellen.

 

Als niet-auditieve gezondheidseffecten van geluid dan al beneden de 80 dB(A) kunnen optreden, moet lawaai of hinder van geluid dan niet worden geinventariseerd bij de registratie van beroepsziekten? ‘In de meldingssystematiek van beroepsziekten anders dan gehoorschade wordt hinder van geluid zelden tot nooit meegenomen’, weet Bas Sorgdrager, die verbonden is aan het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten (NCvB) als arbeidsgeneeskundig consulent bij het Expertisecentrum Gehoor en Arbeid.

 

Hij vindt het een belangrijk onderwerp en wil graag helpen het onder de aandacht te krijgen door er in de nieuwsbrief van het NCvB een item aan te wijden. ‘Ik denk dat dit risico onderbelicht wordt’, aldus Sorgdrager. Door vanuit diverse kanten aandacht te vragen voor de schadelijke niet-auditieve effecten van geluid op de werkplek, kan het zicht op het probleem verbeteren. En kunnen we voorkomen dat stressgerelateerde beroepsziekten simpelweg worden afgedaan met de frase: ‘Het zal wel weer tussen de oren zitten’.’

 

NIVEAU IN DB (A)VOORBEELD

 

0

 

Gehoorgrens;hieronder hoort de gemiddelde mens niets meer

 

60

 

Gespreksniveau

 

85

 

Drukke verkeersweg

 

100

 

Pneumatische boor

 

130

 

Een vliegtuig dat opstijgt (100 meter ver weg)

 

140

 

Pijngrens

 

 

Bronnen:

 

http://www.arbo.nl/euweek/2005/watislawaai.stm en

 

http://www.natuurkunde.nl/artikelen/view.do?supportId=407526

 

EU RICHTLIJN 2003/10/EG[1] 

 

Verstrekken van gehoorbeschermers

 

80 dB(A)

 

Verplicht dragen van gehoorbeschermers

 

85 dB(A)

 

Voorlichting en onderricht

 

85 dB(A)

 

Programma van maatregelen

 

85 dB(A)

 

Blootstellingsgrenswaarde

 

87 dB(A)

 

Signalering en afbakening werkplek

 

85 dB(A)

 

Recht op audiometrisch onderzoek

 

80 dB(A)

 

 

Bron: http://www.arbouw.nl/content/pdf/geluidsbeheersingbijfunderingstechnieken.pdf

 

GECOMBINEERDE BLOOTSTELLING

 

Mensen die aan een weg wonen, lijden niet alleen onder omgevingsgeluid, maar ook onder luchtverontreiniging. In hoeverre speelt die een rol bij acute hartinfarcten? ‘Luchtverontreiniging en lawaai zijn ten dele aan elkaar gerelateerd’, zegt TNO-medewerkster Yvonne de Kluizenaar, die deze factoren in een nieuw onderzoek onafhankelijk van elkaar in kaart brengt. ‘We bepalen bij de gevel van het huis zowel het geluidsniveau als indicatoren voor luchtverontreiniging zoals NO2.’

 

De Kluizenaar onderschrijft het verschil met de werkplek. ‘Omgevingslawaai gaat ‘s nachts gewoon door, vooral langs snelwegen waar het zwaardere verkeer rijdt. Maar de werkplek wordt op een bepaald moment weer verlaten.’

 

En wat als je in een lawaaiige werkomgeving werkt en langs de snelweg woont? ‘Dan kan het elkaar versterken’, zegt De Kluizenaar. En dan kan het zinvol zijn om eens aan verhuizen te denken: van baan, van huis of allebei.

 

WAT IS EEN DECIBEL?

 

De twee karakteristieken van geluid zijn frequentie (gemeten in Hertz) en intensiteit. De intensiteit van geluid wordt weergegeven in decibels, afgekort dB. Het menselijke oor hoort niet bij alle frequenties even goed. Daarom wordt bij geluidsmetingen en -berekeningen meestal een elektronisch filter gebruikt dat net zo hoort als het menselijke oor. Geluid dat is gemeten met dit A-filter, wordt uitgedrukt in dB(A).

 

NIEUWE EUROPESE RICHTLIJN LAWAAI

 

Op 6 februari 2003 heeft de Europese Unie een nieuwe richtlijn voor lawaai op de werkplek vastgesteld, waarin de normen ten opzichte van de richtlijn uit 1986 vijf dB verlaagd zijn. Op 15 februari 2006 moet deze in de nationale wetgeving zijn opgenomen. Er zijn twee actiewaarden vastgesteld. De onderste is 80 dB(A). Daarbij heeft de werknemer recht op gehoorbescherming. Bij het bereiken van de bovenste actiewaarde van 85 dB(A) is het gebruik ervan verplicht. Als een werknemer gehoorbescherming draagt, mag hij niet meer dan 87 dB(A) binnenkrijgen: de blootstellingsgrenswaarde.

 

In Nederland gelden de waarden in de tabel al sinds 1991. Zo is de werkgever verplicht maatregelen te nemen als de grens van 85 dB(A) wordt overschreden, terwijl deze grenswaarde onder de richtlijn uit 1986 90 dB(A) is. Alleen de grens van 87 dB(A) is nieuw.

 

 

Reageer op dit artikel