artikel

Doorwerken met reuma

Geen categorie

In Nederland is ongeveer tien procent van de volwassen bevolking getroffen door een chronische reumatische aandoening. Naar schatting kampen 200.000 mensen in de arbeidzame leeftijd met een chronische reumatische aandoening. Dat is twee procent van de totale beroepsbevolking. De kosten als gevolg van productiviteitsverlies zijn twee tot drie keer hoger dan de medische kosten.

 

In Nederland heeft vijftien procent van de arbeidsongeschiktheidsgevallen een chronische reumatische aandoening.

 

Medio jaren ‘90 bleek al dat de arbeidsmarktpositie van chronisch zieken ongunstig is, zo ook van mensen met een chronische reumatische aandoening. De ontwikkelingen op de arbeidsmarkt in het afgelopen decennium en de voorgenomen plannen om de wetgeving rondom het sociale zekerheidsstelsel te wijzigen, doen vrezen dat deze positie in de nabije toekomst niet zal verbeteren.

 

In Nederland was nog nauwelijks empirisch onderzoek verricht naar de problemen die mensen met chronische reumatische aandoeningen ondervonden bij het verrichten van betaald werk. In 1996 is daarom met steun van het Reumafonds en het ministerie van VWS een onderzoek gestart om inzicht te krijgen in de arbeidsmarktpositie van mensen met chronische reumatische aandoeningen. Ook is nagegaan welke factoren van invloed zijn op vroegtijdige uitval uit het werk. Dit onderzoek resulteerde in een proefschrift, getiteld ‘Rheumatic patients at work’.

 

Binnen het promotieonderzoek is gekeken naar de gevolgen van drie chronische reumatische aandoeningen in de arbeidzame leeftijd. Twee relatief veel voorkomende chronische reumatische aandoeningen in deze leeftijdscategorie zijn reumatoide artritis en ankyloserende spondylitis. Daarnaast is gekeken naar juveniele idiopathische artritis, een chronische vorm van reuma die al voor het zestiende levensjaar ontstaat.

 

– Reumatoide artritis kenmerkt zich door ontstekingen van perifere gewrichten, zoals de handen, polsen, voeten, en enkels. Mensen met reumatoide artritis ervaren veelal beperkingen van de handfunctie en zijn vaak minder mobiel. Dit ziektebeeld komt twee tot drie keer vaker voor bij vrouwen. De diagnose wordt meestal gesteld tussen het veertigste en vijftigste levensjaar.

 

– Ankyloserende spondylitis, oftewel de ziekte van Bechterew, kenmerkt zich door ontstekingen van de gewrichten van de wervelkolom en heupen. Mensen met ankyloserende spondylitis ervaren veelal mobiliteitsproblemen. Een aanzienlijk deel van deze mensen krijgt uiteindelijk een heupprothese. Ankyloserende spondylitis komt drie keer vaker voor bij mannen. De diagnose wordt meestal gesteld tussen het dertigste en veertigste levensjaar. Een belangrijk verschil met reumatoide artritis is dat de tijd tussen het ontstaan van de klachten en de diagnose ankyloserende spondylitis vaak langer op zich laat wachten. Bovendien zijn de gevolgen van dit ziektebeeld uiterlijk veel minder zichtbaar voor anderen. Vaak wordt gedacht dat ankyloserende spondylitis minder impact heeft dan reumatoide artritis.

 

– Juveniele idiopathische artritis betreft een verzameling van gewrichtsontstekingen die vastgesteld worden in de kinderleeftijd, voor het zestiende levensjaar. Een aantal uitingsvormen vertoont belangrijke overeenkomsten met reumatoide artritis op volwassen leeftijd. Gezien het moment waarop deze chronische vorm van reuma ontstaat, is de betekenis van opleidings- en beroepsmogelijkheden groot. Deze groep heeft dus al een chronische aandoening bij intrede op de arbeidsmarkt.

 

In het promotieonderzoek zijn gegevens verzameld met een vragenlijst over het arbeidsverleden en de huidige arbeidssituatie van 1.056 mensen met reumatoide artritis, 658 mensen met ankyloserende spondylitis en 104 jongvolwassenen in de arbeidzame leeftijd met juveniele idiopathische artritis. Onderzoekspersonen met reumatoide artritis en ankyloserende spondylitis waren respectievelijk gemiddeld 49 en 44 jaar oud. Mensen uit deze groepen waren gemiddeld twaalf jaar ziek. Jongvolwassenen met juveniele idiopathische artritis waren gemiddeld 24 jaar oud en vijftien jaar ziek. De onderzoekspersonen zijn benaderd via poliklinieken van reumatologen, verspreid door heel Nederland. De gegevens verschaffen zodoende een landelijk representatief beeld.

 

In relatieve zin was de arbeidsparticipatie van mensen met reumatoide artritis 8 procent lager dan die van de algemene beroepsbevolking, die van mensen met de ankyloserende spondylitis 18 procent lager en die van jongvolwassenen met juveniele chronische artritis 30 procent lager. Voor mensen met reumatoide artritis was de kans op een betaalde baan lager na zes jaar ziekte; die kans nam geleidelijk aan af naarmate het aantal ziektejaren toenam. De kans op werk bij mensen met de ankyloserende spondylitis is reeds verlaagd bij een ziekteduur van een jaar en blijft constant verlaagd bij het toenemen van het aantal ziektejaren. Het ondervinden van problemen tijdens de schoolperiode als gevolg van de ziekte bleek geen invloed te hebben bij de intrede op de arbeidsmarkt van jongvolwassenen met juveniele idiopathische artritis. In het onderzoek gaf 70 procent aan ooit een betaalde baan te hebben gehad. Hiervan was 28 procent onvrijwillig gestopt met werken.

 

Uit het onderzoek blijkt dat mensen uit alledrie de groepen een verhoogde kans hebben op ongewenst arbeidsverlies als gevolg van hun ziekte. Bij mensen met reumatoide artritis en ankyloserende spondylitis is het relatieve aandeel volledig arbeidsongeschikten twee tot drie maal hoger dan bij mensen zonder een chronische ziekte. Het aandeel mensen dat gedeeltelijk arbeidsongeschikt is verklaard, is tien maal hoger bij reumatoide artritis en vijf maal hoger bij ankyloserende spondylitis. Slechts een gering deel van de mensen dat gedeeltelijk arbeidsongeschikt is verklaard, heeft nog een betaalde baan. Dit betekent dus dat een aanzienlijk deel verlies van inkomen heeft.

 

Belangrijke factoren die samenhangen met vroegtijdige uitval bij zowel mensen met reumatoide artritis als ankyloserende spondylitis, zijn onvoldoende steun van collega’s en management, slechte toegankelijkheid van de werkplek, problemen met het verplaatsten op de werkplek en weinig bijscholing na de diagnose (zie ook tabel 1). Voor mensen met reumatoide artritis bleek vroegtijdige uitval mogelijk tegengegaan te worden door factoren als aanpassingen van werkzaamheden en werktijden, het informeren van collega’s over de ziekte en het afstemmen van de (laatste) werkkring op de fysieke mogelijkheden. Voor patienten met ankyloserende spondylitis bleken technische of ergonomische aanpassingen op de werkplek, de bedrijfsomvang – dat wil zeggen dat er in grote bedrijven vaak meer mogelijkheden zijn dan in kleine – en de houding van managers ook belangrijke factoren te zijn. De belangrijkste arbeidsgerelateerde factor om stoppen met werken te voorkomen bij mensen met reumatoide artritis is het aanpassen van taken (zoals het afstoten van taken of het zelf kunnen indelen van taken). Voor mensen met ankyloserende spondylitis is het doorvoeren van technische of ergonomische aanpassingen de belangrijkste factor (zoals een aangepaste bureaustoel of werkblad). Voor jongvolwassenen met juveniele idiopathische artritis bleken het niet-verlengen van tijdelijke contracten, fysieke problemen en weinig aanpassingen op de werkplek en onvoldoende steun van collega’s en leidinggevenden het vroegtijdig stoppen met werken te beinvloeden. Naast werkfactoren geeft het promotieonderzoek ook aanwijzingen voor het feit dat als mensen met chronische reumatische aandoeningen actief blijven ondanks pijn en beperkingen, zij minder geneigd zijn om vroegtijdig te stoppen met werken.

 

TABEL 1. BELANGRIJKE WERKFACTOREN EN HET RISICO OP VROEGTIJDIGE UITVAL BIJ REUMA

 

Kans op uitval

 

Niet diagnosespecifiek

 

 

Onvoldoende steun van

 

 

Slechte toegankelijkheid werkplek

 

+

 

 

Problemen met het verplaatsen op de werkplek

 

+

 

 

Weinig bijscholing na de diagnose

 

+

 

Diagnosespecifiek:Reumatoide artritis

 

 

Aanpassingen werkzaamheden en werktijden

 

 

 

Collega’s op

 

de

 

 

Afstemmen van de (laatste) functie aan de fysieke mogelijkheden

 

 

Diagnosespecifiek:Ankyloserende spondylitis

 

 

Technische/ergonomische aanpassingen

 

 

 

Negatieve houding van managers

 

+

 

 

Bedrijfsomvang (>100 werknemers)O

 

 

Diagnosespecifiek:Juveniele idiopathische artritis

 

 

Tijdelijke contracten

 

+

 

 

Fysieke problemen

 

+

 

 

Aanpassingen werkzaamheden, -tijden, werkplek

 

 

 

De onderzoeksresultaten laten zien dat het hebben van een chronische reumatische aandoening niet hoeft te betekenen dat mensen niet kunnen werken. Proefprojecten zouden moeten uitwijzen of beinvloeding van factoren die in het onderzoek naar voren kwamen daadwerkelijk vroegtijdige uitval kunnen voorkomen. Conclusie is in ieder geval wel dat het kunnen (blijven) werken van mensen met een chronische reumatische aandoening effectief beleid (disability management) vereist ter voorkoming van langdurige uitval. En omdat geen enkele werknemer gelijk is, zouden op maat gesneden werkaanpassingen hier altijd deel van moeten uitmaken. Daar komt wel nog bij dat behoud van werk niet al-leen afhankelijk is van aanpassingen van werkplek of -taken, maar ook van de houding en steun van collega’s, leidinggevenden en werkgevers. Belangrijk is dat zij begrip hebben voor het wisselende karakter van de aandoening en de daaraan gerelateerde belastbaarheid. Ook is het nodig dat mensen met een chronische reumatische aandoening gestimuleerd worden hun kennis en vaardigheden verder te ontplooien. Het is zaak dat werkgevers hierbij uitgaan van de individuele mogelijkheden en durven te investeren in werknemers met een chronische reumatische aandoening. Aangezien (re)integratie van mensen met een chronische ziekte op de werkvloer plaatsvindt, dient daar ook de regie gevoerd te worden. Uitgangspunt daarbij moet zijn dat de persoon in kwestie centraal staat en niet de ziekte.

 

Dr.ir.Astrid M.J.Chorus,Rheumatic patients at work,2004,Leiden,ISBN 90-5986-058-6.

 

Reageer op dit artikel