artikel

Een vangrail voor trauma’s

Geen categorie

De dag na het incident is er opvang door de eigen leidinggevende. Hij geeft de betreffende medewerker nogmaals de gelegenheid om zijn verhaal te vertellen. Burggraaff: ‘We ondersteunen mensen bij het herbeleven van de gebeurtenis. Dit helpt de verwerking op een goede manier in gang te zetten en eventueel vermijdingsgedrag te voorkomen.’ Verder vertelt de leidinggevende aan de medewerker dat de arbodienst contact met hem gaat opnemen.

 

Ook geeft hij hem een toegangscode voor een zogenoemde ‘trauma-zelftest’ op de website www.interapy.nl. De medewerker krijgt het advies om deze test na twee tot drie weken te doen. De uitkomst levert een rood, groen of oranje stoplicht op. Springt het stoplicht op rood, dan is dat een dringende waarschuwing. In zo’n geval krijgt de medewerker het advies om contact op te nemen met de bedrijfsarts. Want hij loopt het risico posttraumatische stressstoornis (PTSS) te krijgen. Een PTSS ontstaat als iemand blootgesteld is geweest aan een zeer ingrijpende gebeurtenis, die gepaard ging met intense vrees, machteloosheid en schrik.

 

De traumatische ervaring wordt voortdurend herbeleefd, met soms angstaanjagende flashbacks, gedachten of nachtmerries. In ongeveer 85 procent van de gevallen zijn mensen zelf in staat om de ervaring een plek te geven, weet Burggraaff. Daarvoor moeten de omstandigheden echter niet ongunstig zijn. De arbodienst onderzoekt daarom of het verwerkingsproces verstoord zou kunnen verlopen. Burggraaff: ‘De kans hierop is groter als iemand al vaker een ernstig incident heeft meegemaakt. Hetzelfde geldt als iemand geen sociaal vangnet heeft, bijvoorbeeld omdat hij alleenstaand is.’ Het eerste contact met de arbodienst is telefonisch. Als hieruit blijkt dat het verwerkingsproces niet goed zou kunnen verlopen, volgt er een gesprek bij de arbodienst om te bekijken of iemand aanvullende hulp nodig heeft.

 

Ook de uitkomst van de traumazelftest kan aanleiding zijn om aanvullende behandeling aan te bieden. Deze behandeling mag op vrijwillige basis worden gevolgd. Alle medische behandelingen vallen immers onder de Wet op de Geneeskundige Behandelovereenkomst (WGBO) en zijn nooit verplicht.

 

De NS-medewerker kan kiezen uit twee mogelijkheden: reguliere psychotherapie of psychotherapie via de website www.interapy.nl, een initiatief van professor Alfred Lange, verbonden aan de faculteit Geesteswetenschappen van de Universiteit van Amsterdam. Bij de therapie via internet schrijft de NS-medewerker brieven aan een erkende psychotherapeut die daar schriftelijk op reageert. De internettherapie, waarbij brieven voortdurend over en weer gaan, is intensiever dan reguliere therapie waarbij vaak maar een gesprek per week plaatsvindt. Burggraaff noemt de laagdrempeligheid en anonimiteit als voornaamste voordelen van de internettherapie. ‘Een client kan in een vertrouwde omgeving zijn brieven schrijven. Dat is aantrekkelijk voor mensen die de confrontatie met een psychotherapeut eng vinden. Als iemand niet graag schrijft of liever face-to-face contact heeft, is deze methode echter niet aan te bevelen. Ze is niet geschikt voor mensen met zeer ernstige psychische aandoeningen, mensen die heel erg in de war zijn. De behandelende psychotherapeuten en de bedrijfsarts van de arbodienst zien hier op toe.’

 

Voor de reguliere psychotherapie werkt NS nauw samen met het Instituut voor Psychotrauma, het expertisecentrum voor traumazorg in organisaties en bij de overheid. In ernstige gevallen wordt cognitieve gedragstherapie aangeboden. Deze therapie gaat ervan uit dat gedachten, gevoelens en gedrag op een bepaalde manier met elkaar verbonden zijn. Iemands gedachten beinvloeden zijn gevoelens en gedrag. Negatieve gedachten zoals ‘ik heb de agressie uitgelokt’ kunnen psychische problemen veroorzaken of versterken.

 

Burggraaff: ‘Conducteurs die mishandeld zijn, hebben soms het ‘rare’ idee dat het aan henzelf gelegen heeft. De therapeut gaat daarom met die conducteur in gesprek over de mate waarin zijn ideeen op realiteit berusten. De conducteur zal dan tot de conclusie komen dat hij zichzelf tekort doet door er dit soort onredelijke gedachten op na te houden. En dat het niet aan hemzelf ligt dat hij mishandeld is, maar dat het iedereen had kunnen overkomen. De psychotherapeut helpt hem die andere, meer positieve gedachten aan te leren. Deze positieve gedachten kunnen iemands gevoelstoestand in gunstige zin veranderen. Daardoor verandert ook zijn doen en laten in positieve zin en verminderen zijn klachten .’

 

Heeft een NS-medewerker minder ernstige psychische schade opgelopen, dan krijgt hij in plaats van cognitieve gedragstherapie een zogeheten EMDR-behandeling aangeboden (zie kader)

 

Naast de reguliere opvang en nazorg bij NS is er ook opvang door collega’s. Binnen het project Vangrail bieden zo’n 260 NS-medewerkers als vrijwilliger een luisterend oor aan collega’s die een vervelende, mogelijk traumatische ervaring hebben gehad. De Vangrailleden worden gekozen door hun collega’s op de eigen standplaats en krijgen zodoende het noodzakelijke vertrouwen. De leden volgen jaarlijks een training waardoor zij op professionele wijze gesprekken kunnen voeren met een collega die een schokkende gebeurtenis heeft meegemaakt.

 

Vangrail werkt samen met het management. Dit gebeurt bijvoorbeeld bij een herstelprogramma waarbij een medewerker tijdens ‘lichte dienst’ geleidelijk aan weer aan de slag gaat. Vangrail loopt dan mee en bekijkt hoe de betreffende medewerker in bepaalde situaties reageert. Na elke dienst vindt er een evaluatie met de leidinggevende en eventueel de bedrijfsarts plaats. Bij deze samenwerking met derden houdt Vangrail zich aan haar geheimhoudingsplicht. Dit betekent dat alle informatie die NS-medewerkers aan Vangrail toevertrouwen niet doorverteld wordt, behalve als de betrokken medewerker hier zelf toestemming voor geeft. Vangrail biedt andere bedrijven hulp aan bij het opzetten van een soortgelijke opvangregeling. Dit gebeurde onder meer bij het Rotterdamse openbaar vervoerbedrijf RET en bij Rijkswaterstaat.

 

NS gaat ervan uit dat de geboden psychotherapie in principe afdoende moet zijn voor behandeling van de klachten. Burggraaff: ‘Iemand kan echter altijd opnieuw een ernstig incident meemaken. Naarmate iemand meer meemaakt, wordt de kans groter dat hij het niet meer goed verwerkt. In zo’n geval bespreken we daarom met diegene of hij niet beter een andere functie kan gaan uitoefenen.’

 

OOGBEWEGINGEN STIMULEREN TRAUMAVERWERKING

 

EMDR staat voor Eye Movement Desensitization and Reprocessing, een therapie voor mensen die last blijven houden van de gevolgen van een schokkende ervaring. De therapeut vraagt aan de gebeurtenis terug te denken, en de bijbehorende beelden, gedachten en gevoelens op te roepen. Eerst gebeurt dit om meer informatie over de traumatische beleving te verzamelen. Daarna wordt het verwerkingsproces gestart.

 

De therapeut vraagt de gebeurtenis opnieuw voor de geest te halen. Ondertussen beweegt de therapeut zijn hand voor het gezicht van de client heen en weer. Die moet zijn aandacht op de hand richten terwijl hij vertelt. Na een serie van ongeveer 25 oogbewegingen wordt er telkens even rust genomen. De therapeut zal de client dan vragen wat er in zijn gedachten naar boven komt. Na elke serie oogbewegingen wordt de client gevraagd zich te concentreren op de meest opvallende verandering, waarna er een nieuwe serie volgt.

 

De behandeling brengt doorgaans een stroom van gedachten en beelden op gang, maar soms ook (lichamelijke) gevoelens. Ze leidt er toe dat de herinnering haar kracht en emotionele lading verliest. Het wordt dus steeds gemakkelijker aan de gebeurtenis terug te denken. Verder kunnen er minder onprettige aspecten van dezelfde situatie naar voren komen, en er ontstaan soms spontaan nieuwe gedachten of inzichten die een andere, minder bedreigende betekenis aan de gebeurtenis geven. Deze effecten dragen ertoe bij dat de schokkende ervaring steeds meer een plek krijgt.

 

Er is veel wetenschappelijk onderzoek gedaan naar de werking van EMDR. Uit de resultaten blijkt dat clienten goed op de behandeling reageren. Hoe het precies werkt is echter nog onduidelijk. De combinatie van het sterk denken aan de traumatische gebeurtenis en de aandacht voor de afleidende hand zorgt er mogelijk voor dat het natuurlijk verwerkingssysteem wordt gestimuleerd.

 

 

Reageer op dit artikel