artikel

Foute verf houdt schilders in de greep

Geen categorie

‘Ik schrok me dood’, zegt Tonnie Barends nu. ‘Wist ik veel dat ik jaren met mijn neus boven potten ongezonde verf had gehangen.’ Sinds deze ontdekking schildert Barends binnen uitsluitend met watergedragen verf, ook de trapleuning in zijn eigen huis. Collega’s tegen wie hij dit vertelt, verklaren hem ‘voor gek’, zegt hij. ‘Watergedragen verf vloeit en droogt wat anders, maar dat is leren en wennen. Niet iedereen kan dat iets schelen. Schilders zijn een apart, conservatief volkje.’

 

In 2006 hield een consulent van FNV Bouw een enquete onder 1200 schilders. Van hen zei 94 procent op de hoogte te zijn van de gezondheidsrisico’s van oplosmiddelrijke alkydverf. Toch had 58 procent in het jaar ervoor bij binnenschilderwerk regelmatig deze verf gebruikt. Een kwart was daarbij door de werkgever onder druk gezet. Maar 30 procent van de schilders bleek ook uit eigen beweging bereid het oplosmiddelverbod te negeren.

 

Voor FNV Bouw waren de resultaten verontrustend genoeg om eind 2007 de arbocampagne ’Ik doe ’t gezond’ te starten. Op werkplekken in het land en in gastlessen voor jonge schilders wordt voorlichting gegeven over risico’s van ‘foute’ verf. ‘Onze boodschap’, zegt Mieke van Veldhuizen, sectorbestuurder van FNV Bouw, ‘is dat schilders zich niet langer onder druk moeten laten zetten om binnen oplosmiddelverf te gebruiken. Er worden allerlei smoezen van stal gehaald om binnen met oplosmiddelhoudende lakken te kunnen blijven doorwerken, zoals ’smeert beter’ en ’droogt sneller’.’

 

Het gaat ook niet alleen meer om OPS, benadrukt Van Veldhuizen. Blootstelling aan oplosmiddelen heeft ook risico’s voor de vruchtbaarheid. ‘Huisschilders die met oplosmiddelhoudende verf werken, hebben vijf tot zes keer zoveel kans om kinderen te krijgen met een aangeboren afwijking als bijvoorbeeld timmerlieden. Dat blijkt uit onderzoek in Nijmegen.’ Blijkbaar zijn er volgens de bond nog steeds opdrachtgevers, ook gemeenten en woningcorporaties, die de kwaliteit van watergedragen verf onderschatten. ‘Men wil knallende hoogglans en dwingt dus oplosmiddelverf af. Vooral kleine schildersbedrijven zijn tot concessies bereid om een klus binnen te halen.’

 

De schilders zelf zijn vaak loyaal, volgens Van Veldhuizen. ‘Die melden niet zo snel bij de Arbeidsinspectie dat ze met foute verf moeten werken. Ook de brancheorganisatie FOSAG moet meer uitstralen dat overtredingen uit den boze zijn.’ FOSAG-voorzitter Erik Kruiderink was aanvankelijk not amused over de FNV-schilderscampagne. Inmiddels voelt hij wel voor een gezamenlijke campagne, gefinancierd uit het opleidings- en ontwikkelingsfonds van de bedrijfstak.

 

Kruiderink: ‘De cijfers van FNV Bouw over bedrijven en schilders die binnen met oplosmiddelen blijven doorwerken, leken ons wat overdreven’, zegt hij. ‘Anderzijds: ieder nieuw OPS-slachtoffer is er een te veel. Die vervangingsplicht is er niets voor niks. Aanvankelijk riepen velen in de branche schande over de vervangingsplicht. Watergedragen verf is echter zeer sterk verbeterd. Dat moet ook wel, want we zijn een land met veel houten kozijnen. Maar toegegeven: er zijn bedrijven die de omslag naar andere verf nog steeds moeten maken.’

 

Bedrijven die zich van de vervangingsplicht voor oplosmiddelen weinig aantrekken, vindt directeur Roelof de Vries van Schilders de Vries in Groningen ‘kortzichtig’. ‘Het is zelfs beschamend voor de bedrijfstak. Je moet als bedrijf gewoon de knop omzetten’, zegt De Vries, werkgever van zestig mensen en voormalig afdelingsvoorzitter van de FOSAG. ‘Zo’n explosie als bij de werkzaamheden in het Catshuis in 2004 wil je niet meer meemaken.

 

De Vries beschouwde de omschakeling naar oplosmiddelarme verf als een nieuwe stap vooruit in zijn arbobeleid. ‘Daarin wil ik voorop lopen, want het scheelt me veel ziekteverzuim.’ Natuurlijk waren er schilders bij De Vries die klaagden over de verwerkbaarheid van de nieuwe verf. ‘Maar dat was echt een minderheid. Met wat aanvullende training waren we snel aan de nieuwe verfsoorten gewend.’

 

Leden van de FOSAG – drieduizend van de achtduizend schildersbedrijven in ons land – krijgen voor het ontduiken van de vervangingsplicht eerst een waarschuwing van het bestuur. ‘De tweede keer volgt royement’, zegt voorzitter Kruiderink. ‘Werknemers moeten ook het gevoel krijgen dat hun baas hen niet in de steek laat. Aan opdrachtgevers die hun zin willen doordrijven moet het schildersbedrijf uitleggen dat de samenleving gekozen heeft voor watergedragen verf. Dat is ook wat FOSAG aan de campagne wil bijdragen: opdrachtgevers en kleine werkgevers uitleggen dat ze werknemers niet voor een dilemma moeten plaatsen.’ Maar wat te zeggen van menige zelfstandige, de zzp’er, die binnen vaak wel nog op wens van de opdrachtgever met oplosmiddelverf staat te schilderen? ‘Ronduit fnuikend’, zegt Kruiderink, ‘ook daar moet de Arbeidsinspectie tegen optreden.’

 

De Arbeidsinspectie deed in 2003 en 2004 onderzoek naar naleving van de vervangingsregeling voor VOS. Circa 650 bezoeken bij schilders, glaszetters en parketleggers leverden 225 overtredingen op. In 11 procent van de gevallen waren producten met oplosmiddelen niet vervangen. Twintig keer werd het werk stilgelegd.

 

Vanaf januari 2008 tot eind mei loopt opnieuw een controleactie onder schildersbedrijven. Projectleider Carin Benders van de directie Bouw bij de Arbeidsinspectie: ‘Behalve op oplosmiddelen in lijm en verf in binnensituaties controleren we nu ook op de aanwezigheid van persoonlijke beschermingsmiddelen en valgevaar.’

 

In een brief aan circa negenduizend schildersbedrijven stelt de Arbeidsinspectie dat zelfs nog in 2006 ‘werknemers als OPS-patient zijn gediagnosticeerd die na 2000 nog fors waren blootgesteld aan oplosmiddelen, als zelfstandige of in dienst van bedrijven die de zorg voor arbeidsomstandigheden niet serieus nemen.’

 

Naast aangekondigde en onaangekondigde controles op bouwplaatsen kan de Arbeidinspectie ook de boekhouding van bedrijven controleren. Benders: ‘Als blijkt dat voor 80 procent oplosmiddelverf is ingekocht en de hoeveelheid binnenwerk over die periode ook 80 procent was, dan weet je dat er iets niet klopt.’ Ze hoopt op een preventieve uitwerking van het inspectieproject nu alle bedrijven weten dat ze bezoek kunnen krijgen. Overtredingen kunnen beboet worden met 4500 euro.

 

Benders: ‘Alle smoezen tegen watergedragen verf ken ik onderhand wel en die zijn allemaal onzin. Het is een kwestie van werktechniek. Watergedragen hoogglans is ook overal te koop. Het gaat om de gezondheid van mensen.’

 

Vanaf 2010 moet verf voldoen aan een Europese richtlijn. Voor oplosmiddelen geldt dan een gehalte van 300 gram per liter. Dat is nu 400 gram. De verfindustrie garandeert dat de producten in 2010 zullen voldoen aan de eisen van duurzaamheid, verwerkbaarheid en doorwerken in de winter. Strengere eisen kunnen voor schilder Tonnie Barends niet vroeg genoeg komen. ‘Als ik nu buiten onder een goot of afdakje sta, schilder ik met oplosmiddelverf. Maar onder dat afdakje krijg ik ook schadelijke dampen binnen. Een maskertje op? Dat zit niet prettig.’

 

FNV Bouw heeft de FOSAG inmiddels benaderd om onderhandelingen te openen over een arbocatalogus voor de sector onderhoud (schilders, glaszetters). Met daarin ’stevige afspraken’ over het omgaan met en reductie in gebruik van oplosmiddelen.

 

1 UMC St. Radboud, Reproductieschade door toxische stoffen, 2005

 

Reageer op dit artikel