artikel

Gouden kalf of papieren tijger?

Geen categorie

Reeds een jaar of 25 is er sprake van een verschuiving van verantwoordelijkheden van publiek naar privaat. Het idee van de arbocatalogi is te zien als de beoogde en voorlopige kroon op het dereguleringswerk. Werkgevers en werknemers zijn, als zij willen, straks gezamenlijk verantwoordelijk voor de opbouw van oplossingenregisters met daarin middelen voor de aanpak en reductie van arbeidsrisico’s in een branche of bedrijf. Gelijktijdig, zo neemt men zich voor, treedt de overheid nog verder terug door specifiek Nederlandse doelvoorschriften en ook regels los te laten en verder uit te laten gaan van Europese wet- en regelgeving. Heel nadrukkelijk, zo blijkt uit de Memorie van Toelichting bij het nieuwste wetsontwerp, wil het ministerie van SZW geen enkel voorschrift geven over de arbocatalogi. Zoals de SER verlangde, zal het bedrijfsleven het vooral zelf mogen gaan doen. Ook geeft SZW in de Memorie van Toelichting geen enkele aanwijzing over de kwaliteit van arbocatalogi, over de manier waarop deze catalogi autoriteit en kracht van bestaan verkrijgen, over de wijze waarop ze actueel moeten blijven, over wie ze beheert, over de onderlinge hierarchie van catalogi van bedrijven en van branches, enzovoort.

 

Deze trend brengt een aantal risico’s met zich mee. Vanzelf gaat het in ieder geval niet goed aflopen, omdat er wel heel veel aan een nog behoorlijk onvolwassen privaat domein wordt overgelaten.

 

Feit is dat arbodiensten instituties van formaat zijn in de arbokennisinfrastructuur, maar opmerkelijk is ook dat zij in de arboconvenanten grosso modo de boot hebben gemist. Ze hebben zich bij vrijwel geen enkel convenant een coordinerende centrale plaats kunnen verwerven. Nulmetingen of onderzoeken naar standen der wetenschap zijn vrijwel allemaal door andere instanties uitgevoerd. Voor een arena waarin werkgevers en werknemers geacht worden steeds intensiever en dynamischer zaken zelf op te pakken, hebben de arbodiensten daarom mogelijk van zichzelf een te lage sensitiviteit en te geringe responssnelheid. Laat hier de markt zijn werk doen, zo horen wij u zeggen. Vraag is echter of marktwerking bijdraagt aan de in dit domein broodnodige generatie en uitwisseling van kennis tussen instanties onderling. Deze markt, deze kennisinfrastructuur, moet nog sterk worden gereguleerd, zo menen wij. Er bestaat een serieus risico dat een veelheid van concurrerende partijen kennis en informatie vanuit commerciele motieven exploiteert. En dan gaan er dus allerlei arbocatalogi als opnieuw uitgevonden wielen komen, worden catalogi voor de ene sector met find-replace doorverkocht aan een andere sector en doorziet niemand of de inhoud van een catalogus feitelijk wel klopt en op niveau is. Wie begint ermee en waar moet je hem laten samenstellen als er geen bewezen dan wel aangewezen autoriteiten zijn? Waar halen sociale partners de tijd respectievelijk middelen vandaan als ze het zelf moeten doen dan wel uitbesteden? Wanneer is een catalogus ‘ok’ en actueel en wie bepaalt dat? Er zijn zat branches met een lage organisatiegraad of met meer dan een brancheorganisatie. Er zijn zat organisaties die door de aard van hun bedrijfsprocessen tot meer dan een branche behoren. Wil dan ‘de echte catalogus’ opstaan? Feit is bovendien dat sociale partners op overkoepelend niveau het nu reeds met elkaar oneens zijn over de mate waarin (de inzet van) middelen voor het management van arbeidsomstandigheden straks een onderhandelingsissue zal worden. (zie ARBO nr 1/2006, pp. 12-15). Voor we er erg in hebben ontstaat er een onsamenhangende, slecht ontsloten en onbeheerde, grotendeels verspreide verzameling van kwalitatief uiteenlopende documenten die allemaal de titel ‘arbocatalogus’ voeren.

 

Tegelijkertijd zoeken (grotere) organisaties en branches de afgelopen decennia steeds meer houvast in de opbouw van certificatiesystemen, safety- en verzuimprotocollen, kwaliteits- en risico-managementsystemen, brancheloketten, enzovoort. In branches worden die dikwijls opgezet en gemanaged door kennisinstanties van de branche. In bedrijven met veiligheidsrisico’s en meer dan honderd medewerkers komen daarnaast meer en meer arbomanagementsystemen tot stand, en komt er aandacht voor het verbeteren van arboprestaties in het kader van de budget- en begrotingscyclus op het netvlies van het management. In zekere zin wordt deze trend opgeroepen en versterkt door de eerste trend. Bedrijven kwalificeren zich met dergelijke systemen namelijk als toeleverancier. Bovendien willen zij zich ermee indekken tegen de aansprakelijkheid voor schade. Met voorschriften, systemen en registers kan het bedrijf op papier aantonen dat het alles heeft gedaan om ongevallen en beroepsziekten te voorkomen.

 

Consequentie is een steeds nadrukkelijker als keurslijf gevoelde noodzaak om allerlei zelfgeschreven voorschriften in acht te nemen en om aan compliance eisen te voldoen. Zeker bij grote bedrijven vraagt men zich steeds vaker af of de strikte handhaving van de zelfbedachte procedures-om-de-procedures niet veel te kostbaar is geworden. Verder toont een recent onderzoek van Heliview (in opdracht van Dexis Arbeid ) aan dat brancheorganisaties over de bank genomen weinig concrete voornemens hebben op het domein van verzuim, arbeidsomstandigheden en gezondheid. Als ze er zijn, (denk aan eigen maatwerkvoorzieningen (20% van de branches) of aan eigen kennis- en advies-instanties (29%), dan zijn ze slechts in een kwart van de gevallen paritair bestuurd. Voorts ‘scoort’ de samenwerking met de vakbonden op dit domein in de ogen van 39% van de brancheorganisaties ‘matig’ tot ‘slecht’. Dat alles wijst toch wel op serieuze show-stoppers voor de benodigde overeenstemming tussen werkgevers en werknemers over arbocatalogi en het beheer daarvan alsmede voor een eventuele verankering ervan in een cao. Wat nu als bovendien de van hogerhand bepaalde normen en bepalingen gaan wegvallen (zie de eerste trend)? Bij de meeste brancheorganisaties, zo wijst genoemd onderzoek uit, wordt het wegvallen van normen en bepalingen zeer toegejuicht en ziet men vooral geen taak liggen om daar zelfbedachte afspraken of voorzieningen voor in de plaats te zetten. Dat kan leiden tot vertwijfeling binnen bedrijven. Welke normen moeten we nu wel en welke niet meer handhaven? Dat alles kan weer tot gevolg hebben dat er nog meer papieren veiligheid wordt gecreeerd. Uit zichzelf ontvouwt zich met andere woorden niet zomaar een succesvol scenario rond die arbocatalogi. Welke condities kunnen daar nu wel voor zorgen?

 

Het ministerie van SZW zou er om te beginnen goed aan doen een concretere vorm van ‘flankerend beleid’ in te zetten dan men nu van plan is. Feitelijk is men nu alleen van plan om een ‘vraaggestuurde digitale (publieke) arboinfrastructuur’ in te richten, waarop allerlei informatie beschikbaar moet gaan komen. Met de aanmaak en ontwikkeling van die informatie lijkt SZW zich niet te willen bemoeien (zie ook hiervoor). Van het soort faciliteiten zoals die voor de arboconvenanten in de lucht kwamen is nu, ten onrechte, geen sprake. We mogen bovendien hopen dat SZW zich vooral wel (al was het maar globaal) bemoeit met de manier waarop arbocatalogi zouden moeten worden geinitieerd, opgezet, geautoriseerd, beheerd, enzovoort. En dat SZW ook aangeeft waar de catalogus van een bepaalde branche in ieder geval betrekking op zou moeten hebben, aan welke kwaliteitscriteria deze ten minste zou moeten voldoen en door wie deze met welke bevoegdheid kan worden opgesteld. Tot slot zou SZW meer rekening moeten houden met het feit dat de meeste branches nog helemaal niet nadenken over die arbocatalogi. De veronderstelling van staatssecretaris Van Hoof dat de meeste branches er tegen het eind van dit jaar al wel mee klaar zullen zijn, lijkt wat naief.

 

Het is ook de vraag of de verwachting van SZW, dat men wel overwegend gebruik zal gaan maken van de resultaten van de arboconvenanten, wel klopt. De ‘oplossingenboeken’ die in het kader van arboconvenanten zijn gemaakt, zijn immers niet opgesteld met het doel ze als formele abocatalogus van de branche in te zetten. Daar zal nog heel wat werk en overleg voor nodig zijn.

 

Volgens ons is tevens sprake van een andere factor en die gaat over management, medezeggenschap en professional. Het gaat om het daadwerkelijk oppakken van de verlangde en gegunde verantwoordelijkheden. Denk aan stevige en open uitwisselingen over het human capital en de (arbeids)-omstandigheden waarin het functioneert. In gezamenlijk belang begrepen als gezondheidsmanagement. In dat nieuwe kader worden nadrukkelijk andere dialogen gevoerd dan in een ‘klassieke’ tweestrijd tussen lijnmanagers en (arbo)deskundigen of tussen medezeggenschap en management. In plaats van ‘preventie’ (van negatieve kwesties) moet het gaan om een voorwaartse en positief ingestoken ontwikkeling, waarbij de boardroom transparante calculaties maakt over de kosten van schade, verzuim, uitval, miscommunicatie en investeringen in human capital om dat te voorkomen. Waar de vanzelfsprekende medewerking wordt gevraagd van de OR voor de voorwaarden waaronder alle medewerkers de gang naar het werk elke keer weer beschouwen als een stimulerende uitdaging. Het betekent in gezamenlijkheid vaststellen op welke manier de invulling van het arbeidsomstandighedenbeleid kan bijdragen aan het toekomstig bedrijfs- en personeelsbelang. Dat betekent nogal wat. Hedendaagse managers zijn er druk mee bezig; de meest gelezen managementboeken gaan over inspirerend leiderschap, over bruggen bouwen terwijl je erop loopt en transactioneel organiseren. Best bezochte managementseminars en collegereeksen gaan over verandermanagement. Een groot aantal ondernemingsraden en ook arboprofessionals zullen zich hierin nog moeten bekwamen. OR en management (en op meso-niveau vakbonden en brancheorganisaties) tezamen hebben in de nieuwe wereld immers een ‘overeenstemmingsplicht’ gekregen betreffende preventie en de maatwerkinvulling voor deskundige bijstand. Werkgevers en werknemers moeten er zelf uit zien te komen. In veel organisaties is de OR echter op het gebied van arbeidsomstandigheden nog geen gelijkwaardige gesprekspartner. En in veel branches zijn de vakbonden op dit domein nog niet in beeld. Die inhaalslag zullen ze de komende tijd moeten gaan maken.

 

Reageer op dit artikel