artikel

Help, de dokter verzuipt

Geen categorie

Volgens Rodenburg is de huidige studentenstop een onbedoeld effect van de maatwerkregeling arbodienstverlening per 1 juli 2005. Arbodiensten hebben daardoor te maken met onzekere tijden en een krimpend marktaandeel. In zo’n situatie hebben zij minder geld beschikbaar voor opleidingen. Rodenburg: ‘Iedereen moet concurreren en zijn eigen broek ophouden. Arbodiensten zijn daarom terughoudender om jonge artsen in dienst te nemen en op te leiden. Er is minder ruimte voor dergelijke langetermijninvesteringen. En vrijgevestigde bedrijfsartsen verenigen zich in kleine maatschappen die financieel niet sterk genoeg zijn om bedrijfsartsen in opleiding aan te nemen. Dus uiteindelijk neemt niemand een jonge basisarts aan om die op te leiden.’

 

Om als specialist in arbeids- en bedrijfsgeneeskunde, een formeel medisch specialisme, aan de slag te kunnen, moet een basisarts de vierjarige opleiding in Nijmegen of Amsterdam volgen. De opleidingen hebben dezelfde opzet en voldoen elk aan de regels van het College voor Sociale Geneeskunde. Beide verzorgen een dag per week de theoretische scholing van de artsen. De kleinere opleiding in Nijmegen geldt daarbij als iets flexibeler en benadrukt dat de bedrijfsarts organisatieadviseur moet worden. De NSPOH-opleiding legt het accent op het handelend optreden van de bedrijfsarts in spe.

 

Naast het theoretisch deel werkt een bedrijfsarts in opleiding vier jaar onder supervisie van een praktijkopleider. Bedrijfsartsen in opleiding zijn daarom bijna allemaal in dienst bij arbodiensten die de opleiding ook betalen. Een vierjarige opleidingsplaats in Nijmegen kost 31.000 euro.

 

‘De opleiding van een basisarts tot bedrijfsarts vergt een gigainvestering van een arbodienst’, zegt Bert Nip, bedrijfsarts en opleidingscoordinator van Arbo Unie. ‘Behalve het cursusgeld, moet je kosten rekenen voor praktijkopleiders en de dagen dat mensen niet productief zijn. Dat is vier jaar lang een dag in de week betaald studieverlof. Een bedrijfsarts in opleiding is voor een arbodienst een investering van enkele tonnen euro’s.’

 

De Arbo Unie heeft op een totaal van zo’n 550 bedrijfsartsen momenteel ongeveer 50 artsen binnen de vierjarige opleiding. Arbo Unie werkt daarin exclusief samen met de NSPOH-opleiding. In de ‘goede jaren’ vulde de arbodienst met gemak twee nieuwe Arbo Unie-groepen van tien tot twaalf artsen per jaar. Nu gaan er vanuit Arbo Unie per jaar nog maar vijf artsen naar de opleiding. Aparte Arbo Unie-klasjes bestaan niet meer. Daarvoor is de instroom te gering geworden. Nip: ‘Arbodiensten moeten met de markt mee-ademen. In de onrustige en onzekere markt moeten arbodiensten – commercieel als ze zijn – secuur met investeringsruimte omgaan. En door een teruggang in omzet van dienstverlening worden er weinig tot geen opleidingsplaatsen meer ingevuld. Die tendens is overal zichtbaar: er is nauwelijks nog instroom.’

 

Voor de opleidingen betekent dat een enorme financiele aderlating, zegt Peter Heitling. Hij is hoofd van de bedrijfsartsenopleiding SGBO in Nijmegen. Heitling:

 

‘We betalen de opleiding helemaal uit cursusgeld. We krijgen geen enkele vorm van subsidie. De arbodiensten betalen nu voor de mensen die nog in opleiding zitten. Maar dat aantal wordt allengs minder. Er komt daardoor direct minder geld binnen en dat betekent dat we de broekriem moeten aanhalen. Als de instroom niet weer stijgt, komen wij financieel in de problemen. Van het huidige aantal kunnen wij op de langere termijn niet blijven bestaan.’

 

Volgens Heitling ontbreekt het voor bedrijfsartsenopleidingen aan enige continuiteit. Het swingt op en neer, constateert hij. ‘Het is een varkenscyclus: als er vraag is, worden er zoveel varkens gemest dat de vraag vanzelf afneemt. Zo gaat het ook met onze opleidingen. Bij vraag is er veel instroom en dan na een tijdje zijn er ineens weer weinig aanmeldingen. Alleen hangt het in ons geval heel erg af van overheidsmaatregelen. De overheid heeft signalen afgegeven dat de arbodiensten toch niet zo belangrijk zijn. Dat heeft direct een enorm effect op onze aanmeldingen. Dat maakt het zo verschrikkelijk moeilijk voor ons.’

 

Ook de NSPOH ziet het aantal aanmeldingen kelderen. Toch is algemeen directeur Vera Verdegaal van de NSPOH nog optimistisch. ‘Wij hadden vorig jaar de dip.

 

En de instroom zal ook niet meer zo groot worden als die ooit is geweest. Maar wij verwachten dat het aantal aanmeldingen wel weer gaat aantrekken. Ik denk dat we uiteindelijk structureel uitkomen op zo’n veertig aanmeldingen per jaar.’

 

Om het voortbestaan van de bedrijfsartsenopleiding te garanderen, vindt de beroepsvereniging NVAB dat ook een bedrijfsarts in opleiding betaald moet worden vanuit het opleidingsfonds van het ministerie van VWS. Dit opleidingsfonds betaalt vooralsnog alleen opleidingen voor medisch specialisten die onder de Zorgverzekeringswet vallen. De bedrijfsarts kwam daarom najaar 2005 niet voor in de lijst van specialisten die uit het fonds zouden kunnen putten. NVAB-voorzitter Rodenburg: ‘De bedrijfsarts valt niet onder de Zorgverzekeringswet. Nog niet, zou ik willen zeggen. Want we zijn juist nu de positie van de bedrijfsarts aan het aanscherpen. Voor een deel schuift de bedrijfsarts meer op richting zorgtaken, als individuele zorgverlener voor de werknemer/patient. In die rol is de bedrijfsarts actief in sociaal-medische begeleiding, behandelen van arbeidsgerelateerde klachten en preventie. Aan de andere kant is de bedrijfsarts adviseur voor de werkgever als het gaat om wettelijk verplichte keuringen, zoals voor piloten, chauffeurs, machinisten, en reintegratiemogelijkheden. De bedrijfsarts hoort in beide werelden thuis.’

 

Volgens de NVAB-voorzitter is de bedrijfsartsenopleiding onmisbaar voor de toekomst van het specialisme. Rodenburg: ‘De bedrijfsarts is specialist in gezond werk. Hij heeft een heel andere invalshoek dan de huisarts. Een huisarts gaat uit van de klacht en bekijkt wat hij daaraan kan doen. Wij zijn de specialist die zorgt dat een individu in een bedrijf zo goed mogelijk kan blijven functioneren en werkgevers adviseert over ongezonde werksituaties. De opleidingen zijn daar echt onmisbaar voor. Als je jarenlang te weinig mensen opleidt, gaat veel expertise bij de opleidingen verloren. Dan verdwijnt kennis of heb je straks geen opleidingen meer.’

 

Ook opleidingscoordinator Bert Nip van Arbo Unie wijst op het dreigende kwaliteitsverlies als het te duur blijft om jonge artsen op te leiden tot bedrijfsarts. Voor Nip blijft de praktijkopleiding, met goede coaching door praktijkbegeleiders, het belangrijkste onderdeel. Maar de samenwerking met de bedrijfsartsenopleiding heeft ook een bredere uitstraling naar de organisatie, meent hij. ‘Als er terughoudend wordt omgegaan met instroom, is dat een verarming voor je dienstverlening en een verlies in termen van kwaliteit. Met bedrijfsartsen in opleiding heb je voortdurend een geweldig mooie input van de stand van de wetenschap en techniek. Dat heeft een positieve invloed op de hen omringende collega’s. En als er geen verjonging plaatsvindt, is dat ook een verschraling en verarming van het vak. Je hebt wel je reguliere onderhoud, nascholing, maar de impuls die opleidingsinstituten samen met universiteiten kunnen geven, is up-to-date, verfrissend en vernieuwend.’

 

Nip waarschuwt. ‘Als je het volledig van de markt laat afhangen, moet je ook op de blaren willen zitten. Geen enkele arbodienst is tegen opleiden. Maar als marges zo klein worden, regeert het kortetermijndenken. Dan is het zeer waarschijnlijk dat de kwaliteit van handelen en dus de dienstverlening naar klanten onder druk komt te staan.’

 

Nip kan zich wel voorstellen dat opleidingen in de toekomst kennis bundelen. ‘Je moet kijken wat in de huidige situatie en naar de toekomst nodig is aan opleidingscapaciteit. Voorheen waren er vier opleidingen, nu nog maar twee.’

 

Algemeen directeur Vera Verdegaal van de NSPOH ondersteunt de lobby van de NVAB richting VWS om de bedrijfsarts in opleiding te betalen uit het opleidingsfonds. Maar voor de bedrijfsartsenopleiding van de NSOPH hangt daar het voortbestaan niet vanaf, zegt zij. ‘De NSPOH leidt breder op dan alleen voor bedrijfsarts. Wij zitten daardoor in een andere positie dan de opleiding in Nijmegen’, aldus Verdegaal.

 

Voor de NVAB is de vraag om voor het opleidingsfonds in aanmerking te komen vooral ook een principieel speerpunt, stelt NVAB-voorzitter Rodenburg. ‘Voor de opleidingen dringt nu de tijd. Voor de samenleving over enkele jaren als er een tekort dreigt. Er komt zeker een probleem aan, maar wij willen ook erkenning van de professie van de bedrijfsarts. Wij zijn gewoon de artsen die in deze tijd problemen van mensen die lang aan het werk willen en moeten blijven, het beste kunnen oplossen. Daar willen we erkenning voor. En financiering, in elk geval voor de opleidingen’, aldus Rodenburg.

 

Reageer op dit artikel