artikel

Het geheim van Compaxo

Geen categorie

Allereerst die korte lijnen. Directeur Chris van der Post: ‘Ik loop een groot deel van de dag door de fabriek hier. Van de 500 medewerkers in Gouda noem ik er 450 bij hun voornaam. Ik maak een praatje, informeer hoe het gaat. Als ik iets signaleer of hoor, maak ik er meteen werk van. Als iemand last van z’n schouder heeft door steeds maar hammen inpakken, zit hij een dag later bij de bedrijfsarts, die we hier twee keer per week intern hebben. Meestal binnen enkele dagen worden er al maatregelen genomen, zoals taakroulatie of aanpassing van de werkplek.’

 

De bedrijfsleiding moet niet alleen de strijd aanbinden met RSI, maar ook met verbranding, besmetting, huidziektes en infecties. Verbrandingsrisico’s beperkt men zo veel mogelijk door strenge regels op te stellen. In ketelhuizen mag alleen de Technische Dienst komen en vlees koken gebeurt in speciale kasten, zodat direct contact onmogelijk is.

 

Besmetting met infecties en bacterien is een ander verhaal. Er zijn strenge richtlijnen opgesteld voor persoonlijke hygiene. Handen wassen is verplicht, wondjes moeten goed afgedekt zijn en vingernagels altijd kortgeknipt, want bacterien onder de randjes kunnen infecties veroorzaken. Met korte nagels is de kans daarop kleiner. Bovendien kunnen wondjes dan minder gemakkelijk open worden gekrabd, waardoor ook de kans op wondroos nihil is.

 

Hoofd Personeelszaken Hans van der Post: ‘Bij ons draait het niet om hoe ziek een medewerker is, maar hoe gezond. Iemand met een rechtertennisarm kan links misschien nog prima inpakken. Iemand met rugproblemen kan eventueel nog heel goed etiketteren.’ Zelfs als er heel erge dingen aan de hand zijn, wordt volgens deze filosofie gewerkt. Chris van der Post: ‘Iemand met een herseninfarct of ernstig alcoholprobleem proberen we toch een paar uurtjes per week in de fabriek te krijgen, al is het maar om koffie te zetten. Een van onze mensen is een hand kwijtgeraakt tijdens het werk. Voor deze man hebben we een aangepaste functie gevonden bij de schoonmaakinstallatie.’

 

Het bedrijf is overtuigd van zijn eigen arbobeleid en vaart een geheel eigen koers. Zo is men niet verzekerd tegen ziektekosten om de simpele reden dat premie betalen op het niveau van het branchegemiddelde veel duurder is dan zelf de loonkosten betalen van mensen die niet kunnen werken.

 

Dat Compaxo zich niets gelegen laat liggen aan de heersende conventies in de branche, bleek ook in april van dit jaar. Enkele maanden voor de afloop van het arboconvenant (juni 2002 – juni 2006), stapte het bedrijf eruit. Het convenant was bedoeld om RSI terug te dringen, maar volgens Hans van der Post speelt RSI nauwelijks bij het bedrijf. Van der Post is niet tegen de gedachte achter het convenant, maar vond tijd besteden aan voorlichting over werkplekken en ‘tools’ ter beoordeling van gevaren niet langer zinvol. ‘Wij hebben die kennis al in huis. Onze eigen fysiotherapeut heeft nota bene bij het Productschap geadviseerd.’

 

Richard van der Kruijk (Vereniging voor de Nederlandse Vleeswarenindustrie) was verbaasd over deze actie: ‘Zolang ze nog medewerkers hebben met klachten aan het bewegingsapparaat, kunnen ze winst halen uit het convenant. Daarom begrijp ik het niet helemaal. Ze zijn best goed bezig hoor, met reintegratie, preventie en taakroulatie. Maar laten we wel wezen: Compaxo is echt niet uniek. Met alle respect: er zijn bedrijven in de sector die minder verzuim hebben.’

 

Dat er nog winst te halen is, geven Hans en Chris van der Post graag toe. Die winst zoeken ze echter geheel ergens anders. Bijvoorbeeld in wachtlijstbemiddeling in ziekenhuizen en revalidatiecentra. Zo had het bedrijf iemand met een liesbreuk. De wachttijd voor de operatie was drie maanden. Door interventie van de bedrijfsarts was die persoon binnen twee weken in een privekliniek aan de beurt. Een ander bleek Non Hodgkin te hebben, een ernstige vorm van kanker. Door bemiddeling kreeg die man na een week al zijn eerste chemokuur. ‘De bedrijfsarts heeft zijn leven verlengd.’

 

Ook griepprikken kunnen het verzuim nog verder drukken. De jaarlijks driehonderd ziekmeldingen door griep, verkoudheid en een zere keel zijn bij Compaxo de grootste oorzaak van verzuim. Sinds een tijdje wordt daarom geexperimenteerd met vrijwillige griepprikken. Onder de medewerkers die zo’n prik halen, zakt het aantal klachten met 20 procent en daalt de lengte van het verzuim van 5 naar 3,5 dagen.

 

Het succes van dit soort maatregelen staat en valt volgens het bedrijf met een pro-actieve opstelling van de bedrijfsarts. Ricard Nicholson van Rienks Arbodienst ontvangt twee keer per week medewerkers met (en zonder) klachten in ‘de EHBO-kamer’. Hij reintegreert arbeidsongeschikten, adviseert preventief over werkhoudingen, bezoekt werkplekken en grijpt meteen in bij beginnende klachten, ‘zodat ze niet ziek worden’. Zijn contact met de fysiotherapeut, leidinggevenden, PZ en directie is intensief. Wekelijks nemen ze samen de status door van iedereen met wie iets aan de hand is. ‘Een telefoontje is vaak al genoeg om maatregelen te nemen.’

 

Het huwelijk tussen Nicholson en Compaxo duurt nu al vier jaar. Het voordeel van langjarige samenwerking is volgens Nicholson dat hij een vertrouwensband kan opbouwen met het personeel. ‘De drempel naar het spreekuur wordt steeds lager. Ze weten me snel te vinden met beginnende klachten, psychische problemen of als ze iets anders willen bespreken. Ik weet na een of twee gesprekken meestal wel wat er exact aan de hand is. Ze vertellen mij dus ook sneller over diepere oorzaken, bijvoorbeeld in de privesfeer.’

 

Compaxo’s ziekteverzuim bestaat voornamelijk uit langdurig en middellang verzuim en veel minder uit kort verzuim en ‘maandagochtendziekte’.

 

Volgens Nicholson is helderheid van het beleid hier de reden voor. ‘Een nachtje wezen stappen? Dan zijn ze niet ziek en accepteer ik hen dus ook niet als patient. Dat weten ze. Voor zoiets moeten ze bij de leidinggevende zijn en van tevoren een snipperdag opnemen.’

 

Een dergelijke proactieve opstelling is wat de familie Van der Post graag ziet. Logisch: hoe proactiever de bedrijfsarts, hoe minder ziektekosten het bedrijf zelf moet ophoesten. Directeur Chris: ‘Lang niet alle bedrijfsartsen passen in ons beleid. Vaak zijn ze te ‘soft’ en te meegaand. Ze stellen zich op als huisarts, geloven alle verhalen. Bij ons moeten ze denken in oplossingen, zelf actie ondernemen en vage verhalen doorprikken om snel tot de kern te komen. Waar heeft iemand nou echt de zenuwen van? En wat kunnen wij daaraan veranderen?’

 

Fors zijn de investeringen in veiligheidsmateriaal (gehoorbescherming, gelaatsbescherming, schoenen), een contract met de fysiotherapeut (die ingepland staat voor enkele dagdelen per week) en de bedrijfsarts op locatie. Ook het frequente overleg tussen directie, de afdeling personeelszaken, leidinggevende, bedrijfsarts en fysiotherapeut kost veel tijd, en dus geld. De totale jaarlijkse investeringen (120.000 euro) vallen echter in het niets bij de besparing van 700.000 euro op de kosten van loondoorbetaling bij ziekte. Hans van der Post vat het beleid samen: ‘We hebben verzuim bespreekbaar gemaakt maar houden het graag simpel. Onze mensen weten wat we van hen verwachten en dat we hen serieus nemen. Met onze preventieve aanpak voorkomen we nieuwe ziektegevallen en als er al klachten zijn, werken we vanaf dag een aan herstel, waardoor de verzuimduur korter is. Als we berekenen wat dit oplevert, zijn de investeringen het dubbel en dwars waard.’

 

BRANCHE IN LAST

 

De Arbeidsinspectie controleerde in 2003 321 bedrijven in de vleesverwerkende industrie. Gekeken werd naar persoonlijke en machineveiligheid, geluid en arbobeleid. In 233 bedrijven werden overtredingen geconstateerd. In 25 situaties was sprake van zodanig gevaar dat het werk moest worden stilgelegd, meestal vanwege onveilige machines.

 

De Arbeidsinspectie noemde het verontrustend dat een op de drie bedrijven inzicht miste in geluidsblootstelling. In 116 situaties werden geluidsniveaus boven 85 dB(A) gemeten. Bij 31 bedrijven werden te weinig gehoorbeschermingsmiddelen ter beschikking gesteld. Verder was er geen risicoinventarisatie en -evaluatie aanwezig bij 33 bedrijven en ontbrak bij 49 bedrijven een ongevallenregistratie.

 

 

Reageer op dit artikel