artikel

Op weg naar het einde?

Geen categorie

Arbodiensten gaan zware tijden tegemoet, luidt daarom de stelling. ‘Absoluut’, zegt Ad Boesten van adviesbureau AB-Consult en parttime veiligheidskundige. Hij was vanuit het ministerie van

 

Sociale Zaken en Werkgelegenheid betrokken bij de totstandkoming van de implementatie van de Europese Kaderrichtlijn die in 1989 aan de wieg stond van de Nederlandse regelgeving van arbodiensten. Als inhoudelijk verantwoordelijke voor het beleid voor veiligheidskundigen en veiligheidsdiensten zat Boesten in de projectgroep die direct initiator is geweest van de Nederlandse ‘uitvinding’ om hetzij intern hetzij extern te gaan met arbodienstverlening. Nu, aan de vooravond van de liberalisering van de markt, zegt hij: ‘Er is veel te weinig voorstellingsvermogen van wat arbodiensten boven het hoofd hangt. Ik verwacht dramatische verschuivingen in het volume van de markt. De interne arbozorg zal flink groeien. Dat gaat ten koste van de externe dienstverlening. De markt wordt dus kleiner en moet straks worden gedeeld met nieuwkomers. Het gaat vooral om de risico-inventarisatie en -evaluatie en werkplekonderzoeken, zo’n twintig procent van het werk van arbodiensten. Externe arbodiensten dreigen van die markt negentig procent te verliezen. Als er tweehonderd miljoen euro in preventieve externe arbozorg omgaat, blijven er hooguit nog maar tientallen miljoenen euro omzet voor hen over.’

 

De vijver wordt kleiner en er komen meer vissers, beseft ook Van der Veen van Commit. ‘Dat voorzien we al een hele tijd’, zegt hij. ‘We gaan van een wetgevergedreven product naar een werkgevergedreven product. De werkgever heeft de inzetbaarheid van medewerkers zijn probleem gemaakt. Dat is goed. Hij wil daar nu ook de sturing over hebben. Daarom heten we nu ook puur ‘Commit’. Ik wil de woorden ‘arbo’ en ‘dienst’ eigenlijk niet meer horen. ‘Arbo’ is een term uit de wet en ‘dienst’ wordt geassocieerd met een overheidsdienst die controleert. Een werkgever kijkt niet naar de wet, maar naar zijn verzuimprobleem of liever de inzetbaarheid van medewerkers. Daarin ondersteunen wij hem. We zijn een ander type bedrijf geworden: een advies- en uitvoeringsbedrijf.’ Volgens senioranalist Katinka Deckers van marktonderzoekbureau Heliview hangt de toekomst van arbodiensten sterk af van hun houding. Heliview onderzoekt jaarlijks de marktpositie van arbodiensten en reintegratiebureaus. Dit jaar wordt daaraan een kwalitatief onderzoek toegevoegd naar de gevolgen van de nieuwe wetgeving volgens P&O-managers en brancheorganisaties. Deckers: ‘Als arbodiensten alert blijven en pro-actief inspelen op de veranderingen en de wensen van hun klanten, kunnen zij hun marktpotentieel behouden. De vraag is of de arbodiensten flexibel inspringen op veranderingen of een afwachtende houding aannemen. Zo niet, dan komen er zeker zware tijden.’

 

Uit onderzoek van Heliview (Arbodiensten en Reintegratiemarkt monitor 2003) blijkt dat in 2003 Nederlandse bedrijven 747 miljoen euro aan externe arbodiensten besteedden. Dat is meer dan de 699 miljoen euro in 2002. Deckers: ‘Maar dit komt omdat in 2003 meer bedrijven aangesloten waren bij een arbodienst, in totaal 6,98 miljoen werknemers. De gemiddelde besteding per bedrijf voor arbodienstverlening daalde in vergelijking met 2002. Ik denk ook dat de huidige recessie arbodiensten confronteert met een omzetdaling.’ Wat er uiteindelijk van die markt voor arbodiensten overblijft, is op dit moment moeilijk te voorspellen. Van der Veen: ‘Formeel is de wetgeving nog niet afgerond, maar ze werpt haar schaduw vooruit. Werkgevers zijn veel meer dan voorheen inhoudelijk aan het shoppen. Het wordt de komende twee tot drie jaar een heel wilde markt. De vraagzijde is zich aan het herbezinnen en stelt zich de vraag ‘Wat wil ik nu eigenlijk?’. En er zit een groot verschil tussen wat kleinere werkgevers wensen en datgene wat grote bedrijven wensen. Segmentatie van de markt is een sleutelbegrip. Tegelijk gaan nieuwkomers stukjes van de markt bedienen. Je ziet reintegratiebedrijven naar voren kruipen en verzuimbegeleiding oppakken. Andere bedrijven richten zich op de regionale markt.’ Boesten: ‘In principe kan iedere arbodeskundige straks als zelfstandige zijn diensten aanbieden. Als mensen ontslagen worden, ligt dat ook voor de hand.’ Deckers: ‘Veel kleine bedrijfjes zullen in korte tijd succes willen boeken. De markt zal versnipperen en sommige bedrijven zullen diensten bij verschillende partijen afnemen. Maar het is de vraag of de nieuwkomers een lang leven beschoren zijn. Vaak zie je dat na verloop van tijd een groot deel van hen weer wordt overgenomen of failliet gaat.’

 

Of gaan er misschien arbodiensten omvallen? Dat verwacht Deckers niet zo snel. Deckers: ‘De markt wordt vrij, maar het midden- en kleinbedrijf blijft vooralsnog verplicht deskundigheid in te huren, omdat zij simpelweg niet in staat zijn een interne arbodienst op te zetten. Bovendien is het imago van arbodiensten de laatste jaren verbeterd. Bedrijven zien door de daling van het ziekteverzuim dat arbodiensten hun geld waard zijn. Ook na de nieuwe wetgeving zullen de meeste bedrijven voor de verzuimbegeleiding blijven rekenen op hun arbodienst.’ Maar Boesten heeft zijn twijfels of dat opgaat voor de preventieve externe arbozorg. Boesten: ‘Ik hoor wel vaker dat bedrijven ‘toch wel blijven uitbesteden’. En grote bedrijven willen misschien wel, maar de vraag is of dat wettelijk gezien nog mag. Daar ga ik niet zomaar vanuit. Anders was die regelgeving niet gemaakt. En Nederland wil niet weer via een omweg voor het Europese Hof belanden. De wetgeving en het toezicht kunnen nog wel eens een stokje voor uitbesteding steken. Er is nog een grote mate van onzekerheid.’ Volgens Van der Veen worden in de nieuwe markt een paar zaken heel belangrijk. ‘Voor arbodiensten gaat erg tellen welke relatie er bestaat met een verzekeraar’, voorspelt hij. ‘Want verzekeraars willen maximale preventie en schadeherstel. Dus een goede band met een arbodienst ligt voor de hand. Als mensen een verzekering afsluiten tegen inkomensverlies, zullen verzekeraars zich ervan vergewissen dat werknemers een kwaliteitsvolle verzuimbegeleiding hebben. De banden van arbodiensten met verzekeraars worden heel belangrijk. Je zult zien dat arbodiensten die banden hebben met verzekeraars, een andere opstelling kiezen dan arbodiensten die geen verzekeraar achter zich hebben staan.’

 

Een ander belangrijk punt wordt volgens Van der Veen de ‘kwaliteitsborging’. ‘Kwaliteit wordt in toenemende mate een issue. Zeker als iedereen straks een bordje ‘Ik ben in verzuimbegeleiding’ op zijn deur kan spijkeren en probeert de krenten uit pap te pakken. Ik hoor nu al vanuit werknemers- en werkgeversorganisaties, en ook vanuit het ministerie, de vraag om kwaliteitsborging. Dat punt is ook nadrukkelijk binnen de Brancheorganisatie Arbodiensten aanbod gekomen. Liberalisering prima, maar stel dan wel kwaliteitseisen, anders bereik je niet wat je wilde bereiken: betere arbo en minder regels’, aldus de Commit-directeur.

 

Boesten verbaast zich erover dat er ogenschijnlijk weinig onrust is binnen de arbodiensten. ‘Ik heb het destijds bij de overheid meegemaakt en dan zie je waar je mee bezig bent: het scheppen van een volstrekt nieuwe markt. Dat gebeurt nu in de omgekeerde richting. Dat is althans mijn beoordeling. Ik merk daarover niet op grote schaal onrust. ‘We zijn er mee bezig’ of ‘Het valt mee’, daar blijft het bij’, aldus Boesten.

 

Volgens Deckers brengt elke ingrijpende verandering onrust met zich mee. ‘Arbodiensten maken zich wel degelijk zorgen over wat er staat te gebeuren en hoe hun klanten zullen reageren’, weet zij. Deckers: ‘En de verschillende grotere arbodiensten zijn bezig zich voor te bereiden op de ontwikkelingen die zij in de markt kunnen verwachten.’

 

Van der Veen beaamt dat. ‘Het is topdrukte’, verzekert hij. ‘We zijn volop bezig met productontwikkeling. We moeten straks producten leveren waar de werkgever absoluut op zit te wachten. Ter ondersteuning van onze ideeen hebben we klantfocusgroepen gevraagd naar hun ideeen en wensen. Arbodiensten waren voorheen de diensten die arbo verzorgden. De werkgever kan dat nu intern doen en onderdelen uitbesteden. Dat is de markt waar wij ons op richten. En dat verlangt veel flexibelere producten.’

 

Van der Veen onderscheidt drie toekomstige marktsegmenten. De grote bedrijven, de ‘AKZO’s’, zullen het allemaal intern of semi-intern gaan doen’, verwacht hij. ‘Die hebben een eigen arbodienst of ‘een virtuele arbodienst’: ze hebben zelf de regie, maar ze huren een aantal artsen in. Dat aanbod van zelfstandigen is er al en wordt groter. Het kan ook via een detacheringsformule. Dat gebeurt ook al her en der.’ Het middensegment wil volgens Van der Veen in de arbozorg worden ondersteund. ‘Dat zal in toenemende mate een beroep doen op bedrijven die helpen bij de uitvoering. Bij het formuleren van de vraag zullen brancheorganisaties een belangrijke rol gaan vervullen. Aan de aanbodzijde staan arbodiensten klaar.’

 

Het derde segment wordt volgens Van der Veen gevormd door het kleinbedrijf dat risico’s zal afdekken via inkomensverzekeringen. ‘Kleine bedrijven die in de veranderende wetgeving een kans zien om arbo ‘de deur uit te doen’, zullen via de verzekering gedwongen worden om adequate maatregelen te nemen’, verwacht de Commit-directeur.

 

Bedrijven hebben jarenlang gemord over de arbodiensten. Hebben de diensten die met lege handen achterblijven tijdens de verplichte aansluiting niet gewoon verzuimd om bedrijven aan zich te binden? ‘Volkomen mee eens’, zegt Deckers. ‘Wanneer de bedrijven hun verplichte diensten elders gaan afnemen, wordt dit in de eerste plaats veroorzaakt door ontevredenheid. De arbodiensten hebben dit uiteraard aan zichzelf te danken. Het bedrijfsleven blijft verplicht om bij verschillende diensten een deskundige in te huren. De markt wordt alleen vrijgegeven in de zin dat de exclusiviteit niet meer bij de arbodiensten ligt. Als klanten tevreden zijn over de dienstverlening van hun huidige arbodienst, heeft deze niets te vrezen.’

 

Van der Veen: ‘Bedrijven konden ook tijdens de verplichte aansluiting van arbodienst veranderen. Er is altijd veel switchgedrag geweest. Als arbodiensten zijn wij ook nooit echt blij geweest met de verplichte aansluiting. Het is daardoor nooit tot een goed partnership gekomen tussen bedrijven en arbodiensten. Dat ligt deels bij de werkgevers en deels bij ons. We moeten nu gewoon inspelen op een veranderde situatie. De politiek en de klant beslissen en wij moeten als een zakelijke dienstverlener daar mee om leren gaan: lever de diensten waar vraag naar is.’

 

Boesten: ‘Arbodiensten moeten vooral niet de schuld op zichzelf gaan of laten gooien. Dat is heel improductief. En in dit geval ook niet waar. Ze worden gewoon als marktpartijen geconfronteerd met nieuwe ontwikkelingen. Daar kunnen de arbodiensten zelf niets aan doen. Uit alle onderzoeken blijkt dat bedrijven die een intern arbobeleid voeren en ondersteund worden door externe arbodiensten, goed scoren als het gaat om arbozorg. Arbodiensten moeten zich blijven richten op hun sterke kanten. En vooral oog houden voor grotere bedrijven die er geen belang bij hebben om arbozorg weer amateuristisch op te pakken. Eigenlijk heeft Nederland met zijn tien jaar ervaring met de externe arbodienstverlening een fantastisch sociaal-economisch experiment achter de rug. Dat hadden ze nooit zomaar weg moeten gooien.’

 

Reageer op dit artikel