artikel

‘Partnership beter optuigen’

Geen categorie

De Brancheorganisatie Arbodiensten (BOA) liet vorig jaar zelf onderzoeken waar bedrijven hun arbodienst op (willen) afrekenen.

 

Een onderzoeksbureau vroeg een aantal bedrijven in de zorgsector wat zij eigenlijk van hun arbo-

 

dienst verwachten en wat voor hen de toegevoegde waarde van de arbodienst moest zijn. ‘Het was geen representatief onderzoek en het leverde niet heel veel op’, marginaliseert BOAdirecteur Ton Schoenmaeckers vooraf. ‘De onderwerpen die genoemd werden, hadden vooral te maken met het niveau van dienstverlening: hoe snel wordt de telefoon opgenomen, hoe snel krijg je antwoord op vragen, is de bedrijfsarts makkelijk bereikbaar?

 

Wat de bedrijven nu echt samen met de arbodienst wilden bereiken, kwam er niet uit. Dat klopte met onze vermoedens.

 

Klanten zien arbodiensten als verplichting, in plaats van dat er een duidelijke vraag ligt. Door de verplichte aansluiting hebben vooral kleinere bedrijven nooit echt nagedacht over wat zij van hun arbodienst willen.’

 

Sommige kleine bedrijven zijn inderdaad zoekende, erkent De Vente. ‘Maar’, zegt hij, ‘dan moet de BOA in de spiegel kijken en bij zichzelf te rade gaan.

 

Waarom hebben zij nooit tegen de bouw, installatiebedrijven en afbouw gezegd: ‘Weet u wel wat het voordeel is van onze arbodienstverlening?’ Waarschijnlijk omdat er een wettelijke verplichting lag. Ze hadden die meerwaarde moeten uitdragen. Het is toch logisch dat een klein bedrijf er eenvoudig voor kiest een handtekening te zetten en te betalen om zo aan de wettelijke verplichting te voldoen. ‘Mag ik dan nu weer aan het werk?

 

Graag.’ Een arbodienst vindt dat kennelijk ook prima. Dat is de wet van de grote getallen: We hebben tweeduizend schildersbedrijven. Mooi. Waarom zal ik nog wat extra’s doen?’

 

Het is daarom goed dat er resultaatcontracten komen, vindt de BOA. De arbodiensten willen, zeker met het oog op de toekomstige keuzevrijheid in arbodienstverlening, op basis van heldere afspraken hun toegevoegde waarde voor de bedrijven aantonen. Schoenmaeckers: ‘Zeker in de toekomst moet de overgrote meerderheid van de contracten zo gesloten worden.

 

Een resultaatcontract is voor mij een contract waarin je als bedrijf en arbodienst vastlegt wat je met elkaar wilt bereiken. Aan het eind van de rit kijk je samen of het gelukt is of niet. Het bedrijf gaat dan nadenken over zijn vraag en rekent de arbodienst daarop af. Dan ontstaat de dynamiek die je wilt hebben.’

 

Van groot belang daarbij is dat bedrijven zelf aangeven wat zij van hun arbodienst verwachten, stelt de BOA-directeur. In het verleden is er volgens hem te veel sprake geweest van een ‘mismatch’.

 

‘Een tijdlang dachten werkgevers dat de arbodienst het verzuim wel zou oplossen.

 

Zo werkt het niet.’ CNV’er Van Splunder: ‘In de beginperiode zijn fouten gemaakt. Dat kun je arbodiensten verwijten, maar ook werkgevers probeerden soms voor een dubbeltje op de eerste rij te zitten.’ Schoenmaeckers: ‘De werkgever moet zijn eigen verzuim oplossen. Niet de arbodienst moet na vier ziekmeldingen de werknemer bellen, maar de eigen afdelingschef moet bellen. Wij ondersteunen en adviseren, maar verzuim oplossen is echt iets tussen werkgever en werknemer. De verwachtingen van de werkgever sloten niet aan op wat de arbodienst kon leveren. Om die mismatch op te lossen moeten arbodiensten helder bij de werkgever te rade gaan.’

 

‘Dan begrijp ik werkelijk niet wat we met zijn allen sinds 1996 hebben gedaan in arboland’, reageert De Vente verbijsterd. ‘Er is een wet gekomen en er is een certificeringtraject opgesteld waaraan arbodiensten moeten voldoen en dan wordt nu gezegd: wat we hebben gemaakt, was eigenlijk niet de vraag uit de markt. Had dan eerst gevraagd wat de bedoeling was.

 

Het kan toch niet zo zijn dat de arbodienst er alleen is voor wat de werkgever vraagt. Werkgevers zaten over verzuim met hun handen in het haar. Ze kregen er een partner bijgeschoven, de arbodienst.

 

Die meet zich nu een positie aan van: het is een kwestie van werknemer en werkgever. Nee, samen. Daar heb je juist die arbodienst voor nodig. Dat hadden zij moeten oppakken. Werkgever, u weet het niet? Zullen we u daar eens bij helpen? Dat hebben ze nooit gedaan. Dat vind ik een ernstige tekortkoming van de arbodiensten.’

 

Van Splunder: ‘Je ziet wel degelijk een beweging ten goede. Je bent een beetje wereldvreemd als je stelt dat er al die jaren geen veranderingen zijn geweest.

 

Dan doe je net alsof arbodiensten en sociale partners de afgelopen jaren horende doof en ziende blind zijn geweest. Er is in de afgelopen periode wel degelijk toegewerkt naar steeds betere contracten en betere dienstverlening.

 

Ik kan en moet soms kritiek hebben op arbodiensten, maar hierover moet ik zeggen: ondernemingen, het begint bij jullie. Als een bedrijf zelf de doelstellingen omtrent preventie en arbodienstverlening niet helder heeft geformuleerd, moet je zaken overlaten aan de arbodienst.

 

Maar wat moet de arbodienst dan? Je ziet al steeds meer volwaardige maatgerichte contracten komen. Arbodiensten weten beter waarover ze praten en werkgevers ook.’

 

De Brancheorganisatie Arbodiensten werkt inmiddels aan een leidraad voor het opstellen van resultaatcontracten. Op 25 mei spraken BOA en vertegenwoordigers van werkgevers en brancheverenigingen elkaar om hun ideeen over resultaatcontracten af te stemmen. BOA-directeur Schoenmaeckers wil vooraf aan dat overleg niet op zaken vooruitlopen.

 

‘We zullen met elkaar praten over welke indicatoren je straks afrekent. Verzuim is natuurlijk belangrijk, maar het is breder. We willen ook nadrukkelijk aandacht besteden aan preventieve maatregelen. Maar hoe spreek je dat af? Hoe leg je dat vast? Ik wil daar niet op vooruitlopen, maar eerst checken bij werkgevers.’

 

De vakbonden zijn al een stap verder. Zij hebben het protocol ‘Arbodiensten en werknemers’, dat FNV, CNV, MHP in 1997 opstelden als een model voor samenwerking en overleg tussen ondernemingsraden en arbodiensten, herzien. Van Splunder citeert de nieuwe tekst: ‘Het contract met arbodiensten bevat zoveel mogelijk resultaatverplichtingen.

 

Daarvoor worden de verantwoordelijkheden van partijen over en weer logisch verdeeld en ook zodanig geformuleerd dat partijen elkaar daarop over en weer kunnen aanspreken.

 

De arbodienst wordt zoveel mogelijk afgerekend op prestaties (meetbare output). Preventie en goede arbeidsomstandigheden staan voorop. Daarom wordt in het contract zo weinig mogelijk onderscheid gemaakt tussen basiscontract en aanvullende diensten. De belangrijkste prestatiemaatstaf is ziekteverzuim.

 

Het verzuimcijfer is een product van voorkomen en de duur van het verzuim. Het contract met die prestatiemaatstaf bevat een basiscomponent en een variabele component. In de basiscomponent wordt rekening gehouden met het historisch ziekteverzuim; de variabele is gerelateerd aan de taakstelling voor de arbodienst. Naarmate je beter slaagt in de taakstelling, betaal je als werkgever meer in aanvulling op de basisprijs. Andere prestatiemaatstaven zijn:

 

aantal klachten over arbodienst, aantal bedrijfsongevallen, het aantal geslaagde reintegratietrajecten’, leest Van Splunder voor uit het protocol. Van Splunder: ‘Je moet verzuim voorkomen.

 

Daarom vinden wij preventie zo belangrijk: je moet van de achterdeur naar de voordeur toe werken. Het protocol is door de bonden opgesteld, maar er is wel afstemming over geweest met de Brancheorganisatie Arbodiensten.’

 

Volgens BOA-directeur Schoenmaeckers zijn arbodiensten voldoende voorbereid om met resultaatcontracten te gaan werken.

 

Zij leveren integere hoge kwaliteit dienstverlening die voldoet aan alle eisen die je daaraan kunt stellen, promoot hij.

 

Schoenmaeckers: ‘Het enige – nou ja, het is niet niks – wat we moeten doen is het partnership met werkgevers beter optuigen.

 

De arbodienst moet duidelijk maken wat hij levert en wat de toegevoegde waarde is, de werkgever moet ook tevoren helder worden gemaakt dat hij zijn eigen rol moet spelen. Je kunt niet afgerekend worden op dingen als bedrijven adviezen niet opvolgen. Ik denk dat in de toekomst de relatie tussen bedrijven en arbodiensten hechter en evenwichtiger wordt. We gaan beter naar elkaar luisteren. En arbodiensten zullen meer moeten voorlichten wat ze wel en niet zijn.’

 

‘Partners in business’, vindt ook De Vente van de FOSAG de verbindende term voor de toekomst.

 

‘Arbodiensten en werkgevers moeten inderdaad beter naar elkaar luisteren. Dat willen wij als branchevereniging graag centraal oppakken. Je moet als bedrijf een arbodienst niet afrekenen op een daling van het verzuim van 1 procent in plaats van 2 procent. Je moet wel van tevoren de intentie uitspreken dat je er samen alles aan gaat doen.

 

‘Wij als arbodienst gaan u daarbij helpen.’ Dat versterkt de positie van een arbodienst in een bedrijf.’

 

Reageer op dit artikel