artikel

‘Privatisering zegen, maar prijsconcurrentie is te bepalend’

Geen categorie

Volgens De Jonge bewijst de huidige ontwikkeling op het gebied van arbo en reintegratie het gelijk van de fusie tussen Boa en Borea. ‘Wij zijn de markt voor geweest door samen te gaan. De dienstverlening naar bedrijven verbreedt zich nadrukkelijk. Onze leden houden zich veel meer bezig met gezondheidsmanagement. De Arbomonitor wijst uit dat grote arbodiensten omzet verloren. Werkgevers moesten zich vroeger wettelijk aansluiten bij een arbodienst tot de liberalisering van de arbodienstverlening juli 2005. Maar was die verplichte aansluiting zinvol? Die vraag werd niet beantwoord. Arbodiensten werden lui en werkgevers gebruikten hen als een excuustruus. Nu verbreden arbodiensten zich uitdrukkelijk naar adviesdiensten voor gezondheidsmanagement. De kleintjes waren wat sneller dan de groten, maar dat is logisch. De laatsten nemen de bocht nu eenmaal ruimer. Maar j e ziet nu dat ook de grotere organisaties als Maetis zich omgevormd hebben. Dat wijzen de cijfers ook uit. In 2005 kreeg de branche rapportcijfer 6,5 en vorig jaar was dat al 7,1. We doen het dus goed. De privatisering is een zegen gebleken. Wat wel kwalijk is dat in het bijzonder de overheid arbodiensten op prijs laat concurreren in plaats van kwaliteit. Daar zou de personeelsvertegenwoordiging wat meer op moeten toezien.’ Ook de eigen verantwoordelijkheid voor verzuim en arbeidsomstandigheden die het bedrijfsleven kreeg, kan op steun van Boaborea rekenen. Maar met een kanttekening. Het midden- en kleinbedrijf blijft een zorgenkindje. De Jonge juicht dan ook het initiatief toe van MKB Nederland en STECR (zie kader op pag. 13). ‘Alle hulp is welkom. Het midden- en kleinbedrijf kan het niet alleen. Daarom moeten verzekeraars en brancheverenigingen en de overheid zoveel mogelijk faciliteren zodat kleinere ondernemers zelf maatregelen kunnen nemen. Een MKB’er verdiept zich niet in gezondheids- en verzuimproblematiek, maar koopt dit soort problemen af via bijvoorbeeld zijn accountant. Toch blijkt uit alles dat hij goed voor zijn personeel zorgt en wil zorgen. Het verzuim is al laag en toch daalt het nog verder. Dat is niet voor niets. We moeten hem helpen door de bewustwording rond arbo en arbeidsongeschiktheid verder te vergroten en bijvoorbeeld poortwachterscentra te faciliteren (Boaborea wil voor eind 2010 een kwart van alle werkende 45-plussers een aanbod voor preventief medisch onderzoek (PMO) doen; red.).

 

Het oplopende huisartsentekort en de alsmaar stijgende begroting van het ministerie van Volksgezondheid Welzijn en Sport (VWS) hebben niet alleen schaduwzijden, zo meent De Jonge. Want het kan de overheid dwingen creatief te zijn. ‘De arbodienstverlening moet veel meer reguliere zorgtaken overnemen. Bijvoorbeeld door die PMO’s. Dan kijk je weliswaar eerst naar medische problemen bij de werknemer en die spoor je ook vroegtijdig op, maar j e kunt problemen in een breder kader zetten. Een arbodienst kijkt ook naar zaken als motivatie voor het werk en loopbaanperspectief.’ Een tweede ijzer dat het bedrijfsleven in het vuur heeft, is de artsenpost op het bedrijventerrein. ‘Dan kan een werknemer onmiddellijk een diagnose en recept halen. Dat voorkomt een gang naar de huisarts de volgende morgen en een verzuimdag.’

 

Volgens De Jonge hoeft de inschakeling van de arbodienst geenszins te betekenen dat de traditionele bedrijfsarts in zijn witte jas en de medicalisering weer hun intrede doen. ‘Nee, de bedrijfsarts is prima in staat over zijn doktersbrilletje heen te kijken. Natuurlijk zal er in sectoren een competentiestrijd plaatsvinden. Dat is iedere professional eigen. Zo zal in een chemische fabriek de veiligheidskundige wat prominenter aanwezig zijn en in de zorg een A&O-deskundige. Maar ik heb groot vertrouwen in de kerndisciplines binnen de arbodiensten en het functioneren van multidisciplinaire teams.’ De Jonge wijst graag naar voorbeelden uit de praktijk waaruit volgens haar blijkt dat investeren in bedrijfsgezondheidszorg werkt. Zo werpt volgens haar de bedrijfsfysiotherapie bij Scania zijn vruchten af en werkt ook het ABP succesvol samen met de zorgverzekeraar waardoor het verzuim afneemt. ‘Maar niet alle bedrijven en zorgverzekeraars hebben die mogelijkheid. Boaborea wil samen met Zorgverzekeraars Nederland, de overheid en de beroepsvereniging van bedrijfsartsen NVAB nadenken hoe dit kan verbeteren.’

 

Nederland doet het in Europa goed als het gaat om verzuim en arbeidsomstandigheden. Wel stijgt bij ons de werkdruk, zo signaleert De Arbobalans. ‘Misschien door onze calvinistische inborst. We moeten wel veel meer investeren in het verminderen van psycho-sociale arbeidsbelasting. Omdat op andere terreinen al voorzorgsmaatregelen zijn getroffen, maar ook omdat PSA een belangrijk reden voor uitval is. Investeren in het tegengaan van PSA is minder concreet dan het aanschaffen van veiligheidsschoenen, maar niet minder succesvol. Ik ken bedrijven die hun verzuim flink zagen dalen door bijvoorbeeld traumabegeleiding aan te bieden.’

 

Ook zwaarlijvigheid en verslavingsproblematiek komen uit de kast, meent De Jonge. ‘Het is een prima zaak dat ook arbodiensten zich met verslavingsproblematiek bezighouden. Werkgevers hebben de plicht goed voor hun werknemers te zorgen. Zij moeten op hun beurt weer bewust zijn dat ze goed moeten functioneren en bereid zijn daarin te investeren. Als obesitas of alcohol goed functioneren verhindert, moet je daar wat aan doen .’

 

De Jonge wil obesitas en alcoholverslaving bespreekbaar maken. ‘Niet om mensen als rokers tot outcast te verklaren, maar om ze bewust te maken dat ze zelf de regie over hun gezondheid hebben. Want vergis je niet. Ook nu worden mensen bij sollicitaties onterecht afgewezen omdat ze te dik zijn. Dus het is niet nieuw. Gelukkig lopen we niet meer met een boog om collega’s met overgewicht of verslavingsproblematiek heen. Natuurlijk moeten de grenzen wel worden gerespecteerd. Iemand die goed werkt, graag een borrel lust, elke maandag met een kater op het werk komt maar wel goed werkt, moet dat zelf weten .’

 

MKB Nederland en de Stichting Expertise Centrum Re-integratie STECR sloten vorige maand een samenwerkingsovereenkomst om zo de verzuim- en re-integratieproblemen in het midden- en kleinbedrijf aan te pakken. STECR kwam voort uit de koker van de BOA die een deel van de financiering voor haar rekening nam. Boaborea heeft wel contact met STECR, maar geen financiele banden meer. De Jonge: ‘Ze werken nu actie- en projectgericht. Dat blijkt ook uit dit samenwerkingsverband. Dat is beter dan inputgefinancierd zoals vroeger. Dan bepaal jij wat goed is voor de rest. Ik ben wel heel blij met dit soort allianties.’

 

 

Reageer op dit artikel