artikel

REACH treedt 1 juni in werking

Geen categorie

Van veel op grote schaal toegepaste chemische stoffen is weinig bekend over de risico’s voor gezondheid en milieu. Er bestaat nog altijd een achterstand in de beoordeling van de potentiele gevaren van de circa honderdduizend bestaande stoffen. Momenteel verloopt de evaluatie daarvan – met de bewijslast bij de overheid – in een tempo van tien stoffen per j aar.

 

‘Deze kennisachterstand geeft onzekerheid over de kwaliteit en veiligheid van de leef- en werkomgeving. Bovendien wordt de wel beschikbare informatie onvoldoende doorgegeven in de keten van product naar afnemer naar consument’, zegt Arnold van der Wielen van het ministerie van VROM. ‘Om nog maar te zwijgen over de openbare beschikbaarheid ervan. Het gebrek aan informatie en het niet-delen van de aanwezige kennis maakt het voor producenten en gebruikers lastig om hun verantwoordelijkheid te nemen. Daarom is nieuwe regelgeving van REACH noodzakelijk.’

 

Dr. Hildo Krop, specialist chemische stoffen bij IVAM, het Amsterdamse onderzoeksbureau voor Chemie, Arbeid en Milieu, kijkt met gemengde gevoelens naar REACH. Krop: ‘Het is een verdienste dat de circa veertig verschillende verordeningen voor chemische stoffen worden vervangen door een beleidsinstrument.

 

Een ander pluspunt van REACH is volgens Krop dat bij het ontbreken van gegevens een stof niet meer automatisch als veilig wordt bestempeld. ‘Tot nu toe werden van vele stoffen waarvan geen risicogegevens beschikbaar waren geen Risicozinnen gemaakt. Hierdoor werd er geen informatie over de stof opgenomen op het Veiligheidsinformatieblad (VIB). Dat betekende voor de praktijk dat er geen risico aan de stof was verbonden.’ Wie speelgoed met weekmakers uit China importeert, zal zich dankzij REACH echter terdege moeten vergewissen dat de stoffen geen kwaad kunnen. Chemische industrie, importeurs en gebruikers moeten de gevaren van stoffen onderzoeken en registreren (de r van REACH). Voor de ongeveer dertigduizend verschillende stoffen waarvan meer dan een ton per jaar per bedrijf wordt gebruikt, krijgen zij elf jaar de tijd. Die dertigduizend stoffen vormen circa dertig procent van het totale aantal dat in de Europese economie omgaat.

 

Krop vindt dat de registratieverplichtingen niet ver genoeg gaan. ‘Voor slechts tienduizend stoffen, waarvan meer dan tien ton per jaar per bedrijf wordt toegepast, moeten industrie, importeurs en gebruikers een chemisch veiligheidsrapport maken, en dus een risicobeoordeling bij geregistreerd gebruik. Alle geregistreerde stoffen kunnen worden geevalueerd (de E van REACH), maar men begint met de zogeheten zeer zorgwekkende stoffen. Deze stoffen omvatten onder meer de kankerverwekkende, mutagene (brengen veranderingen teweeg in erfelijk materiaal) en reprotoxische (veroorzaken schade aan het ongeboren kind) stoffen. Een duidelijk verbod op het gebruik van dergelijke stoffen, zoals onder meer de milieuorganisaties bepleitten, haalde het niet in het EU-onderhandelingscircus. De meest zorgwekkende stoffen worden zelfs tijdelijk toegestaan (autorisatie, de A van REACH), als is aangetoond dat ze goed controleerbaar worden toegepast en sociaaleconomisch van groot belang zijn. Het is evenwel niet duidelijk hoe lang dit ‘tijdelijk’ is.’

 

Krop ziet nog meer onvolkomenheden. ‘Niet alle informatie is openbaar en het is nog onbekend hoe de handhaving moet plaatsvinden. Pas eind 2008 hoeven de lidstaten daarvoor een plan te overleggen. En ik vraag me af of de capaciteit van alle laboratoria die de testen van de industrie moeten controleren wel toereikend is.’

 

Op het ministerie van VROM heerst tevredenheid over de eindversie van REACH. ‘Aanvankelijk leek het erop dat de meer economisch ingestelde Raad van Ministers van de EU een verwaterd REACH_voorstel zou invoeren, maar het meer milieuvriendelijk ingestelde Europees Parlement heeft veel ten goede gekeerd’, evalueert beleidsmedewerker Arnold van Wielen. Hij doelt op de vermindering van dierproeven bij het testen van gevaren van chemische stoffen en op de vervangingsplicht van zeer zorgwekkende stoffen. ‘Willen producenten of importeurs voor het gebruik daarvan autorisatie krijgen, dan moeten ze ook gegevens overhandigen over eventuele alternatieve stoffen of alternatieve mogelijkheden om tot een vergelijkbaar product te komen. Dat is winst.’

 

Dat neemt niet weg dat VROM wat angstig kijkt naar de bureaucratische implicaties van REACH. Het ministerie werkt samen met andere EU-lidstaten hard aan het opstellen van handleidingen, helpdesks en software-tools voor bedrijven. ‘Voor de grotere bedrijven zal het allemaal geen probleem zijn’, verwacht Van der Wielen. ‘Voor kleinere MKB-bedrijven die nooit eerder met dit bijltje hebben gehakt, kan dit anders liggen. Zij moeten echt goed doordrongen zijn van het feit dat REACH niet de zoveelste milieuwet is, maar direct hun business raakt. REACH gaat echt een stap verder dan de verplichtingen op het gebied van RIE en de Chemical Agent Directive. Bedrijven krijgen voortaan echt te maken met producentenverantwoordelijkheid. Bovendien moeten ze de gegevens klaar hebben voor het geval de VROM-inspectie of de Arbeidsinspectie op de stoep staat.’

 

Dat zijn precies de zorgen van MKB Nederland. ‘REACH verlangt nogal wat van het mkb’, zegt secretaris Arbobeleid Mario van Mierlo. ‘Gebruikers moeten overzichten van stoffen leveren, en wel voor de hele keten van toeleveranciers en klanten. Die overzichten moeten geen papieren tijgers worden en evenmin ingewikkeld, want dat is voor niemand goed. Niet voor het mkb, maar ook niet voor grote bedrijven.’

 

Van Mierlo heeft al menige voorlichtingsactie afgerond en hoopt dat de brancheorganisaties een rol gaan spelen in het verzamelen van informatie over de effecten van stoffen. ‘Zij kunnen veel werk verrichten in de informatievoorziening voor hun leden, waarvan sommigen ongetwijfeld dezelfde stoffen gebruiken.’

 

De VNCI, de belangenorganisatie van de chemische industrie, is druk doende de uitvoering van REACH ter hand te nemen. Woordvoerder Dirk van Well wacht nog op technische handleidingen van de EU over de praktische implementatie van REACH, bijvoorbeeld over de exacte verschillen tussen polymeren en monomeren. ‘De eerste groep is vrijgesteld van registratie, de tweede niet. Het onderscheid lijkt duidelijk, maar in feite schuilt er bij veel stoffen nog een hele technische discussie achter.’

 

Volgens Van Well is de hele sector zich goed aan het voorbereiden op de nieuwe wetgeving. ‘Al is iedereen nog zoekende, ook de overheid. We kijken speciaal verderop in de keten waar zich een hele groep bedrijven bevindt die zich, volgens een KPMG-onderzoek, mogelijk nog helemaal niet bewust is van het feit dat zij REACH-plichtig wordt. Onder deze zogeheten downstream-gebruikers bevinden zich bijvoorbeeld kappers, de bouw en institutionele schoonmakers die veel met chemische stoffen werken.’

 

Reageer op dit artikel