artikel

RECENTE JURISPRUDENTIE

Geen categorie

De Hoge Raad vernietigt een uitspraak van het hof waarin een werkgever niet aansprakelijk kan worden gesteld voor de schade die een werknemer heeft geleden na het tillen van een extreme last.

 

Eind maart 1998 wordt bij een horecabedrijf een 200 kilo wegende oven afgeleverd. Enkele medewerkers tillen de oven handmatig op, halen de pallet eronder vandaan en rijden hem op z’n eigen wielen naar de juiste plek. Een van de werknemers meldt zich kort daarna ziek met rugklachten, naar later blijkt een hernia. In januari 2007 wordt hij voor 80 tot 100 procent arbeidsongeschikt verklaard. Volgens deskundigen kan het tillen van een zware last tot een hernia leiden. De werkgever ziet geen oorzakelijk verband tussen het tillen van de oven en de hernia. De werknemer had aanleg voor rugklachten.

 

De kantonrechter wijst een eis tot schadevergoeding toe, het hof wijst die af.

 

De werknemer stapt naar de Hoge Raad. Die oordeelt dat ook volgens de in 1998 gangbare normen en inzichten de werkgever werknemers die een zware last moeten tillen, moet voorzien van hulpmiddelen om rugletsel te voorkomen. Het is immers algemeen bekend dat het handmatig tillen van een last van circa 50 kilo door iemand voor wie dat niet gebruikelijk is, een serieus gevaar oplevert voor het ontstaan van rugletsel. Artikel 7:658 BW verplicht de werkgever om maatregelen te nemen die redelijkerwijs nodig zijn om te voorkomen dat de werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden schade lijdt. Artikel 5.2 Arbobesluit stelt dat de werkgever het werk zo moet organiseren en zulke hulpmiddelen moet toepassen dat fysieke belasting van de werknemer geen gevaren meebrengt. Volgens de werknemer woog de oven meer dan de 200 kilo die de werkgever heeft opgegeven. De Hoge Raad vindt dat niet de werknemer het juiste gewicht hoeft te bewijzen, maar de werkgever. Het met vier man gezamenlijk tillen zou inhouden dat ieder maximaal 50 kilo tilt. Maar volgens de Hoge Raad is het een algemene ervaringsregel dat als iets door meer personen wordt getild, het van veel omstandigheden afhangt welk gewicht ieder afzonderlijk draagt. Niet alleen kan het zwaartepunt van de oven zich op verschillende afstanden van de dragers hebben bevonden, de werknemers kunnen ook afwisselend met verschillende kracht hebben getild. Het arrest van het hof wordt vernietigd en terugverwezen voor nieuwe behandeling.

 

(Hoge Raad, 17 april 2007, JAR 2007, 128)

 

Een werkgever is niet aansprakelijk voor het zware letsel dat een schoonmaakster oploopt als zij uitglijdt over een natte vloer, omdat zij had kunnen weten dat de vloer nat was.

 

Een schoonmaakster werkt via een uitzendbureau bij een Arubaans hotel. Na een zware regenbui valt zij in de gang over de nat en glad geworden tegels. Zij droeg geen schoenen met antislipzolen, de tegels waren niet bewerkt om slippen tegen te gaan, er lagen geen antisliptegels, de tegels waren ook niet met antislipmateriaal bewerkt en er waren geen waarschuwingsborden geplaatst. Er zouden al meerdere gasten zijn gevallen en er waren geen veiligheidsinstructies gegeven. Zij loopt ernstig letsel op en vordert schadevergoeding van het hotel.

 

De kwestie wordt tot bij de Hoge Raad uitgevochten. De Hoge Raad vindt, net als het hof, dat van de werkgever redelijkerwijs niet kan worden gevergd dat hij bij of na regen direct overal in het hotel waarschuwingsborden plaatst. Mensen die vertrouwd zijn met het klimaat in Aruba, zouden moeten weten dat ze terdege met het gevaar van gladheid na regenval rekening moeten houden. De vrouw dus ook. Verder hield het uiterlijk van de tegels een extra waarschuwing in voor het gevaar van gladheid en bracht de aard van de werkzaamheden mee dat de vrouw over de gangvloer moest lopen op een wijze die bij eenieder in het dagelijks leven kan voorkomen. De Hoge Raad verwerpt dus het hoger beroep van de werkneemster. Het gaat hier overigens om de zorgplicht van de werkgever van artikel 1614x van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (vergelijkbaar met artikel 7:658 BW).

 

(Hoge Raad 2 maart 2007, JAR 2007, 91)

 

Reageer op dit artikel