artikel

RECENTE JURISPRUDENTIE

Geen categorie

Een vertrouwensbreuk is een serieuze grond voor het ontbinden van een arbeidsovereenkomst, ook als de rechter ontslag op staande voet te ver vindt gaan.

 

Een 53-jarige man werkt al bijna dertig jaar als postbesteller bij TPG Post als hij in maart 2006 een ochtend- en een middagzending foldermateriaal niet bezorgt maar ergens dumpt. Zijn werkgever ontslaat hem op staande voet. De voorzieningenrechter vindt dat te ver gaan, waarna de werkgever de postbode weer in dienst neemt en het loon doorbetaalt. Vervolgens vordert de werkgever ontbinding van de arbeidsovereenkomst. De werknemer heeft door zijn gedrag de interne gedragsregels ernstig overtreden. De postbezorger voert aan dat een andere werknemer in een vergelijkbaar geval slechts is geschorst. Voor de kantonrechter gaat het beroep op het gelijkheidsbeginsel echter niet op, omdat er geen sprake is van exact dezelfde situatie. Wel vindt hij het relevant dat er over het functioneren van de werknemer geen klachten zijn geweest. Maar de werkgever voert mede een vertrouwensbreuk aan als grond voor ontslag. De werknemer kan geen enkele aannemelijke verklaring geven voor het weggooien van de folders; daarom vertrouwt de werkgever de post niet langer aan hem toe. Dat de postbezorger weer aan het werk is, doet daar niet aan af – dat is alleen vanwege de uitspraak van de voorzieningenrechter. De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst. Aangezien het aan het handelen van de werknemer zelf te wijten is dat er een vertrouwensbreuk is opgetreden, ziet de rechter geen grond voor het toekennen van een vergoeding.

 

(Kantonrechter Haarlem 13 november 2006, JAR 2007, 40)

 

Een werkgever moet een werknemer een vergoeding betalen, omdat hij niet is opgetreden tegen door de werknemer als smakeloos en discriminerend ervaren opmerkingen.

 

Een 35-jarige ‘senior buyer’ van Turkse afkomst krijgt ruzie met een collega. Die collega stuurt vervolgens een e-mail aan de chef, die de werknemer als bedreigend ervaart. Op zijn beurt stuurt hij de chef een uitgebreide e-mail waarin hij aangeeft dat de collega hem discriminerend bejegent en beledigt door hem ‘motherfucker’ en ‘son of a bitch’ te noemen. Ook zou hij hebben gezegd dat besneden mannen eigenlijk verminkt zijn en dat het ‘gezeik’ in het Midden-Oosten het best kan worden opgelost met een atoombom op Iran. Vervolgens meldt de senior buyer zich ziek. Als reintegratie en mediation niets opleveren, verzoekt de werkgever om ontbinding van de arbeidsovereenkomst. De kantonrechter willigt zijn verzoek in, omdat de relatie tussen de partijen inmiddels ernstig is verstoord. Volgens de rechter ligt dat hoofdzakelijk aan de werkgever, omdat die heeft verzuimd om de collega van de senior buyer aan te spreken op zijn opmerkingen. De werkgever heeft het verweer van de collega dat het slechts om grappen ging, geaccepteerd. De rechter vindt het begrijpelijk dat de werknemer hieruit heeft afgeleid dat de werkgever zijn klacht niet serieus heeft genomen. Daar komt bij dat er niet eerder problemen met de werknemer zijn geweest en dat hij goed functioneerde. De rechter kent daarom de man een vergoeding toe met een correctiefactor c van 1,5. Wat neerkomt op een bedrag van 36.500 euro.

 

(Kantonrechter Rotterdam, 29 december 2006, JAR 2007, 42)

 

Een werkgever mag een arbeidsongeschikte werkneemster ontslaan, als het onmogelijk is gebleken om haar intern te reintegreren en hij actie heeft ondernomen om haar extern in de branche aan het werk te krijgen.

 

Een cateringmedewerkster raakt arbeidsongeschikt met rugklachten. De arbodienst stelt een volledig reintegratieplan op. Volgens de dienst zijn de beperkingen voor het eigen werk blijvend, terwijl aangepast werk binnen het bedrijf niet beschikbaar is. Daarom is werkhervatting bij de eigen werkgever niet mogelijk. Een reintegratiebedrijf stelt een nieuw reintegratieplan op, waarin wordt geadviseerd tot omscholing naar een administratieve of dienstverlenende functie, bij voorkeur binnen het eigen bedrijf. Het UWV weigert een WAO-uitkering, omdat de vrouw minder dan 15 procent arbeidsongeschikt is. Dan stopt de werkgever de loonbetaling. De vrouw vindt dat de arbeidsovereenkomst niet rechtsgeldig is beeindigd. Zij houdt zich beschikbaar voor passende arbeid en vindt dat zij recht heeft op salarisdoorbetaling. De kantonrechter wijst de vordering af en de vrouw gaat in beroep. Voor het gerechtshof is het duidelijk dat de vrouw slechts in staat is tot administratief werk. De werkgever heeft aangetoond dat er op het plaatselijke kantoor geen passende functies beschikbaar zijn. De overige kantoren blijven, gezien de afstand tot het werk, buiten beschouwing. De werkgever heeft ook aannemelijk gemaakt dat passende functies als ondersteunend administratief medewerkster of telefoniste/receptioniste niet vacant waren. Dat er in het reintegratieplan bemiddeling naar een administratieve of dienstverlenende functie (bij voorkeur binnen het bedrij f) is geadviseerd, betekent niet dat de vrouw ook daadwerkelijk binnen het bedrijf zou kunnen reintegreren. Toen de kans op interne reintegratie gering tot nihil bleek, heeft de werkgever aan een binnen de cateringbranche erkend bedrijf opdracht gegeven om de externe reintegratie ter hand te nemen. Daarmee heeft de werkgever voldaan aan zijn cao-verplichting. De rechter wijst het hoger beroep af.

 

(Gerechtshof ‘s-Gravenhage, 26 januari 2007, LJN AZ8874)

 

Een werkgever hoeft een reintegrerende werkneemster geen loon door te betalen, als zij weigert aan het werk te gaan omdat haar werk en werkplek niet helemaal aan haar arbeidshandicaps zijn aangepast.

 

Een servicemedewerkster bij een benzinestation raakt eind april 2002 arbeidsongeschikt wegens rug- en beenklachten. Begin juni 2003 kan zij voor vier uur per dag het werk weer hervatten, mits de werkplek wordt aangepast. Als zij weer aan het werk gaat, blijkt het voorgeschreven opstapje nog niet klaar. Daarom weigert zij om het werk te hervatten, waarop de werkgever de loondoorbetaling stopt. Van de voorzieningenrechter moet hij een deel van het loon doorbetalen; de bodemrechter vindt dat de vrouw na de werkweigering geen recht meer op loon heeft. Werkgever en werkneemster gaan in beroep. De werkgever erkent dat de voetenopstap niet aanwezig was, omdat die op maat moest worden gemaakt. Maar die opstap was alleen nodig als de vrouw als enige kassadienst draaide. Verder heeft hij naar eigen zeggen het advies van de arbodienst opgevolgd. Het hof constateert dat de werkgever de werktijden van de vrouw heeft aangepast en dat zij wisselende werkzaamheden heeft gekregen aan de kassa en in de shop. Het belastende werk aan de broodjesbar is vervallen. Uit het advies van de arbodienst blijkt dat zij in staat was om kassawerk te verrichten, mits ze dat niet alleen hoefde te doen. Onder deze omstandigheden acht de rechter werkweigering niet redelijk. Dat de voetenopstap nog moest worden gemaakt, doet hier niets aan af. Want ook de werkneemster moest zich inzetten voor reintegratie in de aangepaste functie. De werkgever mocht dus weigeren het loon door te betalen.

 

(Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch 19 december 2006, JAR 2007, 48)

 

Een zeeman maakt een dodelijke val bij het overstappen van het ene naar het andere schip. Ook in hoger beroep komt zijn vrouw in aanmerking voor schadevergoeding, omdat de reder is tekortgeschoten in zijn zorgplicht.

 

Om een zeeschip in de Rotterdamse haven te kunnen bevoorraden – bunkeren – gaat een bunkerschip ernaast liggen. Met de boeg- en de achterschroef houdt de bemanning het bunkerschip op zijn plaats. Vervolgens wil de stuurman van het bunkerschip aan boord van een zeeschip klimmen via een ladder gemonteerd op een hydraulische bunkergiek – een soort laadboom. Bij het overstappen verliest hij zijn evenwicht, vermoedelijk door de golfslag. Hij valt negen meter omlaag en overlijdt ter plaatse. De Arbeidsinspectie stelt een onderzoek in en concludeert dat een veilige toegang ontbrak. De kantonrechter wijst de vordering tot schadevergoeding aan de weduwe toe. De werkgever gaat in beroep. Het hof stelt vast dat het bunkerschip tijdens het ongeval nog niet vastlag, maar op zijn plaats werd gehouden met behulp van de boegschroef en de hoofdmotor. In het procedureboek staat dat men niets mag doen voordat er goed is vastgemaakt. Daaruit blijkt zonder meer dat ook opvarenden risico’s kunnen lopen bij het gebruik van de giek voor ‘overslag van personen’. Dat staat los van het feit dat de giek aan de veiligheidseisen voldeed. Er zijn geen instructies gegeven over de manier waarop schepen veilig kunnen worden betreden en verlaten. Daarom is de reder als werkgever tekortgeschoten in zijn zorgplicht. Er was geen sprake van opzet of bewuste roekeloosheid van de stuurman. Nergens is uit gebleken dat die zich er daadwerkelijk bewust van was dat zijn poging om via de bunkergiek over te stappen de kans op een ongeval met zich meebracht. De rechter wijst het hoger beroep af.

 

(Gerechtshof ‘s-Gravenhage, 9 februari 2007, LJN BA1606)

 

Reageer op dit artikel