artikel

Schade-expert of autoriteit?

Geen categorie

Tijd voor een ander geluid. Dat van de doorgaans wat genuanceerdere Arbo Unie. Maar ook lid van de hoofddirectie en bedrijfsarts Jan Schreurs schuwt van tijd tot tijd de duidelijke uitspraken niet. ‘De tijd dat je als nerveuze leerkracht van het USZO zo een invaliditeitspensioen kreeg, is voorbij. De overheid legt steeds meer verantwoordelijkheid bij het bedrijfsleven. De WIA is daarin de laatste stap. Deze wet maakt dat werkgevers direct belang hebben bij hervatting van het werk. Als de bedrijfsarts zijn werk niet goed doet, lopen werkgever en werknemer hun uitkering mis. Daar maak je geen vrienden mee. Het is dus logisch dat er veel eisen aan de bedrijfsarts worden gesteld.’

 

Volgens Schreurs moet de bedrijfsarts een duizendpoot zijn die kwaliteit in de diagnostiek moet laten zien en creativiteit in de begeleiding en interventies. Bovendien dient hij ook nog diplomatiek te zijn en moet hij de wetgeving goed begrijpen. Een omschrijving waar ook Berkhout zich goed in kan vinden. Maar de heren verschillen van mening over het begrip ‘schade-expert’. Schreurs: ‘Een schade-expert bepaalt of er recht is op uitkering. Verder niks. Ik zie het UWV als schade-expert. Bedrijfsgeneeskunde is een andere tak van sport, mag ik hopen. Een bedrijfsarts moet een ‘assesment’ doen en mensen zoeken die werknemers weer aan de gang krijgen. Waar nodig probeert hij de werkomstandigheden aan te passen. Ik ben het ook niet eens met Berkhout dat wij een werknemer desnoods receptionist maken. Dat doen wij niet. Wij geven slechts aan wat kan met een beperking en wat genezing belemmert.’

 

Toch ziet ook Schreurs wel verschuivingen. ‘De arts die jaren zijn spreekkamer niet uitkomt, is niet geschikt voor dit vak. En de afdelingen HRM stellen ook steeds meer eisen. We zijn als bedrijfsartsen ook sturender geworden. Je moet niet flauw zijn in je oordeel. Sommige werknemers verzuimen om iets wat geen bal met ziekte te maken heeft. Wij moeten dat onderscheid maken, het probleem bij de kop pakken en niet in een schuilhoekje gaan zitten.’

 

Maar als je moet oordelen over de oorzaak van het verzuim en moet bepalen wat de beperkingen zijn, dan ben je toch een soort van schade-expert? ‘Ja, ja. Weet je, ik ben niet van verzekeren. Je moet alleen risico’s verzekeren waaraan je niets kunt doen.

 

Verzuim valt vaak wel te verhelpen. Maar oke, voor de inkomensverzekeraars zouden we als een soort schade-expert kunnen gelden. Maar dan niet alleen voor de werkgever, ook voor de werknemer. En je moet het ook niet vergelijken met iemand die een schadeformulier invult. Wij geven aan wat er gebeurt als er niet wordt ingegrepen, met verstand van zaken en oog voor de consequenties.’

 

‘Schade-expert? Leuke uitspraak. Nu ik er zo over nadenk, kan dat op bepaalde momenten zeker zo zijn.’ Mario Hooglugt is managing consultant van Aon Verzuim Management, een honderd procent dochter van het beursgenoteerde Aon Corporation uit Chicago. Aon Verzuim Management is sinds vijf jaar actief in Nederland. Het bedrijf adviseert en ondersteunt werkgevers in hun arbeidsomstandigheden- en verzuimbeleid. ‘Bedrijven willen steeds eerder weten hoe lang verzuim gaat duren en wat de beste interventie is. De werkgever zal dit ook steeds scherper vragen. Ook wil hij graag een kosten-batenanalyse van externe professionals. In die zin hebben we het wel over schade-expertise.’ Al sinds de start van zijn bedrijf adviseert Hooglugt bedrijven om de bedrijfsarts uit het voorportaal van het verzuim te halen en hem te vervangen door een verzuimdeskundige. Of dat nu een arboverpleegkundige is, een andere arboprofessional of een casemanager van het bedrijf maakt hem niet zoveel uit. ‘Laat de eerste afhandeling van verzuim protocollair door een niet-bedrijfsarts doen. Dan kan de bedrijfsarts op de achtergrond blijven. Dat heeft veel voordelen. Zo kan hij zich meer bezighouden met advisering van de werkgever en wordt verzuim niet zo snel gemedicaliseerd.’

 

Want veel bedrijfsartsen belijden weliswaar met de mond dat ze niet medicaliseren, maar de praktijk is anders, zo stelt Hooglugt. ‘De tijd van de bedrijfsarts als zelfstandige autoriteit in een witte jas is voorbij. Ik wil de beroepsgroep geen tik geven, maar bedrijfsartsen realiseren zich nog onvoldoende dat de werkgever gewoon een risico-analyse wil. Komt het verzuim door pesten op het werk of problemen in de relationele of zelfs de privesfeer? Die vragen moeten beantwoord worden. Ook of een alleenstaande vrouw met twee kinderen wel vijf dagen per week kan werken. De werkgever vraagt zich steeds meer af wat de oorzaken van het verzuim zijn en aan welke knoppen hij dient te draaien om het verzuim omlaag te krijgen. Organisatie en dienstverleningsconcepten in de arbosfeer moeten worden omgevormd. De arbowereld is nog steeds te veel bezig het eigen land te verdedigen. De werkgever wordt daar de dupe van en zal zich uiteindelijk van het wereldje afkeren.’

 

Volgens Hooglugt staan twee zaken nog steeds overeind. Het meeste verzuim heeft een niet-medische oorzaak en de meeste bedrijfsartsen medicaliseren. Daarom moeten deze twee aspecten uit elkaar worden gehaald. ‘Waarom zou je voor niet-medische zaken als verzuim een medicus raadplegen? We hanteren het medische model nog steeds omdat we zo zijn opgevoed. Maar we dienen de bedrijfsarts zoveel mogelijk uit de verzuimbegeleiding te halen. Natuurlijk moet je het medisch risico borgen en moet de bedrijfsarts betrokken blijven bij verzuim, maar ik zie hem veel meer als een adviseur op de achtergrond, als een sparringpartner voor de werkgever.’

 

Het einde van het risico-analyse- en kosten-batendenken is nog lang niet in zicht, zo beweert de managing consultant van Aon Verzuim Management. Berkhout van De Arbodienst en Schreurs van Arbo Unie zijn het met hem eens. Berkhout: ‘De bedrijfsarts van vroeger was wat gemoedelijker. Dat kon ook omdat iemand anders zogenaamd de schade van ziekte en arbeidsongeschiktheid betaalde. Zogenaamd, want uiteindelijk draaiden wij als maatschappij voor de kosten op. Nu betaalt de werkgever het direct. Dat heeft natuurlijk consequenties voor de rol van de bedrijfsarts. Hij wordt zakelijker.’

 

Ook Schreurs ziet een verschuiving, al is hij wat minder uitgesproken dan Berkhout. Ook hij erkent dat meer dan voorheen een fout van de bedrijfsarts direct gevolgen heeft voor de portemonnee van de werkgever. Zo kan een fout reintegratieplan een jaar extra loondoorbetaling kosten. ‘De Wia zorgt voor een direct belang van de werknemer en de werkgever bij het werk van de bedrijfsarts. Daarom kan de bedrijfsarts van nu zich geen achterstalligheden veroorloven, of het nou om zijn werk of om zijn kennis gaat. Hij moet stevig na- en bijscholen en meer dan voorheen sturen in het verzuimproces.’

 

Berkhout ziet het ‘Amerikaanse model’ ook in Nederland opgang doen. Hooglugt onderschrijft dat. ‘Of je het leuk vindt of niet, het oude sociale stelsel staat op een helling. In Amerika zijn er al voorbeelden van werkgevers die van hun werknemers eisen dat ze niet roken. Ook niet in de prive-sfeer. Ik zie dat hier ook gebeuren. Het is een gezonde discussie. Voor ons land zal het wel even wennen zijn. Omdat we een poldercultuur hebben, worden de scherpe kantjes er misschien ook wel afgehaald, maar we schuiven wel die kant op. Het heeft alles te maken met het uitsluiten van risico’s voor de werkgever.’

 

Ook de nieuwe zorgverzekeringswet speelt een rol volgens Hooglugt. ‘De werknemer die kiest voor de laagste verzekeringssoort en zich bijvoorbeeld weigert aan te sluiten bij de collectieve verzekering van het bedrijf, kan straks wel eens tevergeefs aankloppen bij zijn werkgever voor vergoeding van bijvoorbeeld fysiotherapie of psychotherapie. Logisch, anders discrimineert de werkgever medewerkers die wel investeren in hun gezondheid. Sterker nog, ik sluit niet uit dat werkgevers onwilligen korten op hun loondoorbetaling bij ziekte.’ Hoe dan? De werkgever is toch verplicht loon door te betalen? ‘Ja dat klopt, maar wat je nu ziet, is dat sommige werkgevers tegen de wens van minster De Geus ingaan om maximaal honderdzeventig procent loon door te betalen in de eerste twee ziektejaren. Die bedrijven betalen gewoon tweehonderd procent. Het volle pond dus. De Geus vindt dat niet leuk. Maar het geeft bedrijven wel de mogelijkheid sancties op te leggen aan werknemers die ongezond leven of zich minimaal verzekeren.’

 

Reageer op dit artikel