artikel

Spilfiguur in de arbowereld

Geen categorie

De preventieadviseur kan alleen worden benoemd met instemming van de werknemers. De werkgever moet de voordracht voorleggen aan het comite voor preventie en bescherming, waarin de werknemers zijn vertegenwoordigd. Dit comite heeft normaal slechts adviesbevoegdheden, samen met een recht op informatie en een recht op overleg over een aantal aangelegenheden. Dat het in dit geval ook instemmingsrecht heeft, laat zien hoeveel waarde de wetgever hecht aan de instemming van de werknemers. Vreemd is dit niet, omdat de preventieadviseur bij uitstek een vertrouwenspersoon is.

 

Sommige grotere organisaties hebben per onderdeel een comite van preventie. In dat geval moet de werkgever per comite een preventieadviseur aanstellen. Op die manier is op elk overlegniveau altijd een preventiedeskundige aanwezig. Daarmee voorkomt de wetgever dat werknemers niet goed weten bij wie ze terechtkunnen. Dat is belangrijk, want een preventieadviseur mag contact hebben met werknemers zonder voorafgaande afspraken of toelatingen. Hij is een echt aanspreekpunt.

 

De wet noemt de preventieadviseur onafhankelijk. Hij mag en moet zonder last of ruggespraak adviseren. Daarom is het een ongeschreven regel dat een preventieadviseur een evenwichtig persoon moet zijn, want anders kan hij zijn taak niet efficient uitvoeren. Die onafhankelijkheid is echter niet absoluut. De werkgever blijft de eindverantwoordelijke en kan hem (dus) opdrachten geven. Zo is het mogelijk dat een preventieadviseur op verzoek van zijn werkgever het evacuatieplan herziet en vervolgens meteen de opdracht krijgt om de nodige pictogrammen te bestellen en aan te brengen en om de evacuatiebrochure te verzorgen.

 

Ofschoon ook in Belgie de werkgever de eindverantwoordelijkheid draagt voor de arbeidsomstandigheden, kan de preventieadviseur toch worden vervolgd voor arbeidsongevallen en overtredingen van de veiligheidsregelgeving. Hiervoor worden in Belgie in principe degenen vervolgd die beslissingen hadden kunnen nemen om het ongeval of de inbreuk te voorkomen. Preventieadviseurs verkeren niet in die positie en zijn dus strafrechtelijk immuun.

 

Maar bij een ongeval vervolgt justitie meestal niet alleen op basis van de veiligheidsregelgeving, maar meteen ook op basis van beschikkingen over letsel of dood door schuld, in Belgie onvrijwillige slagen en verwondingen genoemd. Zodoende kan justitie een preventieadviseur onzorgvuldigheden in zijn taakuitoefening aanwrijven.

 

Daarom is het belangrijk dat in het comite preventie en bescherming wordt overlegd over de tijd die de preventieadviseur krijgt om zijn werk te doen. In de meeste organisaties is de preventieadviseur immers niet een fulltime functie. Het dragen van meerdere petten kan problemen geven. Zo kan de preventieadviseur beter niet ook hoofd van de technische dienst of van een productieafdeling zijn, omdat dit tot rollenconflicten kan leiden of ervoor kan zorgen dat de taken van de preventieadviseur niet naar behoren worden uitgeoefend. Het combineren van functies heeft ook strafrechtelijke consequenties. Een preventieadviseur met beslissingsbevoegdheid om een ongeval te voorkomen, wordt niet vervolgd als preventieadviseur maar als manager of als lid van de bedrijfsleiding. Degenen die rondlopen met een naamkaartje ‘preventieadviseursafety manager’, ‘preventieadviseurrisk manager’ of ‘preventieadviseurchef onderhoud’ moeten dus dubbel voorzichtig zijn.

 

Behalve met werkgevers en werknemers heeft de preventieadviseur ook nog met de zogenaamde hierarchische lijn te maken. Dat is de Vlaamse benaming voor de bedrijfsleiding. Ze bestaat uit de leden van de directie tot het hoofd van een ploeg poetsvrouwen.

 

De werkgever heeft de plicht om de hierarchische lijn te informeren over de veiligheidsregelgeving met inbegrip van de structuren – dienst en comite voor preventie en bescherming. Daarom worden in Belgie niet alleen vormingsactiviteiten voor preventieadviseurs georganiseerd, maar ook voor de bedrijfsleiding. Deze laatste worden bijvoorbeeld aangeboden of bedrijfsintern georganiseerd door Prebes[1] , Prevent[2]  en het Provinciaal Veiligheidsinstituut van Antwerpen[3] . Een Nederlands bedrijf dat in Belgie aan de slag gaat, doet er goed aan om de bedrijfsleiding een dergelijke vormingssessie te laten volgen.

 

Slecht geinformeerde bedrijfsleiders hebben soms verkeerde verwachtingen van de preventieadviseur. Die laatste krijgt dan ook wel eens onverdiende verwijten voor zijn kiezen, zoals in de volgende anekdote.

 

Net toen de preventieadviseur gewettigd afwezig was, brak er brand uit in een gebouw aan de overzijde van een kantoor. De bedrijfsleiding liet het kantoor evacueren. De volgende dag kreeg de preventieadviseur ten onrechte het verwijt dat de door eigen schuld slecht geinformeerde bedrijfsleiding de evacuatie had moeten organiseren.

 

De preventieadviseur maakt in principe deel uit van een interne dienst voor preventie en bescherming. Deze interne dienst kan uit meerdere preventieadviseurs bestaan. Van de wetgever moet hij multidisciplinair zijn samengesteld. Artikel 14 van het Besluit Interne Dienst PB schrijft voor dat preventieadviseurs en deskundigen samen beschikken over deskundigheid op het gebied van arbeidsveiligheid, arbeidsgeneeskunde, ergonomie, bedrijfshygiene en ten slotte psychosociale aspecten van de arbeid. Onder dat laatste valt ook kennis over geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag op het werk.

 

De werkgever bepaalt welke vaardigheden in zijn onderneming of instelling aanwezig moeten zijn en voor welke vaardigheden hij een beroep doet op een externe dienst. Daarbij houdt hij rekening met het globale preventieplan en wint hij van tevoren advies in bij het comite.

 

Uit artikel 14 blijkt dat alleenwerkende preventieadviseurs van alle markten thuis moeten zijn. De werkgever moet ervoor zorgen dat voor alle problemen een gevormd specialist als preventieadviseur werkzaam is. Ook hiervoor overlegt hij met het comite en verder baseert hij zich op de uitkomsten van een risicoanalyse. Die laatste gaat in Belgie vooraf aan het zogenaamde globale preventieplan, een vijfjarenplan over arbeidsomstandigheden.

 

Reageer op dit artikel