artikel

Splitsing of ‘opting out’?

Geen categorie

‘Onbegrijpelijk’, reageert Carolien Frenkel, secretaris Arbeid en Gezondheid van werkgeversorganisatie VNO-NCW. ‘MKB Nederland wil volledige liberalisering en kiest vervolgens voor plan Rutte. Ik begrijp werkelijk niet wat je daar ten opzichte van het huidige stelsel mee opschiet.

 

Ik denk niet dat MKB Nederland haar leden daarmee een dienst bewijst. Het SER-model biedt juist voor bedrijven in het midden- en kleinbedrijf heel goede mogelijkheden.’

 

Rik van Steenbergen, beleidsmedewerker Kwaliteit van de Arbeid bij Vakcentrale FNV, vroeg MKB Nederland al een paar keer om uitleg van haar keuze. Van Steenbergen: ‘Eerlijk gezegd begrijp ik het nog steeds niet.

 

Er zijn twee mogelijkheden.

 

Of ze zijn inderdaad de kluts kwijt of ze hebben een strategie uitgestippeld die ertoe leidt dat ze bij de diverse adviezen afzonderlijke standpunten innemen. Wat ze inhoudelijk willen is mij niet goed duidelijk.’

 

Ton Schoenmaeckers, directeur van Brancheorganisatie Arbodiensten (BOA): ‘MKB Nederland vindt het SER-compromis niet liberaal genoeg, maar doet een voorstel dat minder ver gaat.

 

Dat begreep niemand in de SER.’ Hij probeert zelf een verklaring: ‘In het compromis mag de werkgever bij iedereen arbodienstverlening inkopen, op voorwaarde dat hij de steun van de werknemers heeft. MKB Nederland wil de werkgever laten kiezen uit vijf specifieke gecertificeerde deskundigen. Dat gaat veel minder ver. MKB Nederland kiest blijkbaar voor een minder liberaal systeem enkel omdat ze dan niet met de werknemers om tafel moet. MKB vindt alles prima, zolang ze maar niet met de werknemers hoeft te praten.

 

Dat is toch raar. Volstrekt onbegrijpelijk.’

 

‘Flauwekul. Absoluut flauwekul’, verdedigt een getergde Mario van Mierlo zich. De secretaris arbobeleid van MKB Nederland voelt zich onheus aangevallen door de kritiek alsof MKB Nederland niets aan de werknemers gelegen is. Van Mierlo: ‘Geen ander bedrijf is zo op werknemers aangewezen als het midden- en kleinbedrijf. Het MKB scoort goed op ziekteverzuim en WAOinstroom.

 

Hoe kun je dan zeggen dat wij niet willen overleggen met werknemers? Echt flauwekul.’

 

Hoe het ook zij, het standpunt van MKB vraagt om opheldering.

 

Want het onbegrip is groot. Al blijkt dat wederzijds. Van Mierlo: ‘Ik begrijp het onbegrip van de collega’s in de SER niet.’ Hij verdedigt de keuze van MKB Nederland met verve. Van Mierlo legt uit: ‘Werkgevers moeten in overleg met hun werknemers zelf het arbobeleid kunnen vormgeven. Het is de verantwoordelijkheid van het bedrijf om vervolgens arbodienstverlening te zoeken die daarbij past.

 

Alleen in een concurrerende markt heeft de ondernemer een keuze in kwaliteit, maatwerk en verschillende typen arbodienstverlening.

 

Het compromis laat de bestaande situatie in stand.

 

Bij overeenstemming met werknemers zijn er weliswaar alternatieven mogelijk, maar als je er niet uitkomt, moet je terugvallen op de oude partijen. Dat willen wij niet. Om een volwassen, concurrerende markt te laten ontstaan, moet je arbodienstverlening zo snel mogelijk vrijgeven.’

 

Rik van Steenbergen: ‘Als je er van tevoren van uitgaat dat je werknemers niet kunt enthousiasmeren over een aanpak, lijkt het vooral alsof je erop uit bent om verplichtingen af te schaffen.

 

Als het alleen gaat om minder verplichtingen en niet om de beleidsvrijheid om zelf goed arbobeleid te voeren, dan is het een consequent standpunt van MKB Nederland.’

 

De brancheorganisatie arbodiensten, de werkgevers in VNONCW en Vakcentrale FNV zijn ook uit op een liberalisering van de arbomarkt. Dus zover liggen de partijen niet uit elkaar. ‘Alleen’ bewandelen zij een andere weg. Schoenmaeckers beargumenteert waarom de BOA blij is met de ‘gecontroleerde liberalisering’ in het compromisvoorstel: ‘Op termijn moet je de arbomarkt vrij laten. Dat kan niet van de een op de andere dag. Dat moet je gecontroleerd doen, stap voor stap. En je moet het zodanig doen dat de positie van de werknemers gewaarborgd is. Dat zijn voor ons twee belangrijke voorwaarden. Het splitsingsmodel van het kabinet (Rutte) vinden wij gerommel in de marge; het trekt alleen preventie-

 

en verzuimactiviteiten uit elkaar, maar je blijft verplicht die zaken in te huren bij gecertificeerde bedrijven. Er komt misschien concurrentie, maar vooral op prijs en niet op kwaliteit.’

 

Carolien Frenkel (VNO-NCW): ‘Geen ondernemer heeft er belang bij om preventie- en verzuimactiviteiten te splitsen.

 

Die zaken zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Wij beschouwen het splitsingsmodel ook maar als een kleine stap in de richting van meer vrijheden voor de werkgever. Je blijft gebonden aan de gecertificeerde diensten.

 

Het SER-model biedt veel meer vrijheden.’

 

Hoe rijmt dat met de keuze van het MKB Nederland? Van Mierlo: ‘Dat het SER-model meer vrijheden bevat is echt onzin die we zo van tafel kunnen vegen. MKB Nederland wil een concurrerende markt op het gebied van arbodienstverlening.

 

De markt van arbodienstverlening is jarenlang vastgelopen omdat de aanbieders, de arbodiensten, niet leverden wat de ondernemer als vrager wilde. Daar moeten we met elkaar wat aan doen. MKB Nederland wil dat vanuit de aanbieders op de vraag van ondernemers wordt ingespeeld. Nieuwe aanbieders moeten vanuit de markt ontstaan. Daar biedt het voorstel van Rutte een aanzet toe en dat onderschrijft MKB Nederland.

 

Daardoor ontstaat veel eerder een volwassen markt dan door het bestaande in stand te houden en alternatieve afspraken mogelijk te maken. Je kunt als werkgever en werknemers wel afspraken maken, maar het gaat erom dat afspraken worden uitgevoerd.

 

Voor de uitvoering van afspraken wil ik niet aangewezen zijn op de huidige arbodiensten.

 

Niet het overleg, maar de uitvoering is cruciaal.’

 

BOA-directeur Ton Schoenmaeckers wil over een tijdje de balans opmaken van de ‘gecontroleerde liberalisering’. Schoenmaeckers: ‘We moeten over drie tot vier jaar kijken of het goed werkt en dan kunnen we ook de laatste stap naar liberalisering zetten.’

 

Ook VNO-NCW deed een dergelijk voorstel. Van Mierlo (MKB): ‘VNO-NCW zei in de toelichting op het SER-advies over vijf jaar te willen evalueren of dit de goede afspraken zijn. Dat hadden ze in het SER-advies moeten opschrijven.’

 

Volgens Van Mierlo komt het allemaal neer op uitstel.

 

‘We moeten nu verstandig zijn.

 

We moeten nu door de zure appel heen bijten en dan zal uiteindelijk de kwaliteit boven komen drijven. Op die manier doen we ook recht aan initiatieven die nu al vanuit de markt ontstaan.

 

Daar hebben ondernemers behoefte aan. Dat arbodiensten de markt vast kunnen houden is een illusie, het is onafwendbaar dat er een scheiding komt tussen werkgevers en arbodiensten.

 

Wij focussen ons op het beste voor de markt van arbodienstverlening in relatie tot de ondernemers’, aldus de secretaris arbobeleid van MKB Nederland.

 

Als staatssecretaris Rutte het SERadvies volgt – Carolien Frenkel: ‘Hij vraagt advies, dus we gaan er vanuit dat hij daar rekening mee houdt’ – komen er vroeg of laat zeker meer spelers op de markt. Frenkel (VNO-NCW): ‘Onze bedoeling is dat er allerlei grote en kleine, nieuwe aanbieders komen. Dat kunnen individuele bedrijfsartsen zijn tot nieuwe samenwerkingsverbanden. Het zal heel gevarieerd worden.

 

Ik verwacht ook dat veel werkgevers hun afspraken met arbodiensten kritisch zullen heroverwegen.

 

Dat zullen we onze leden ook adviseren. Veel zal afhangen van hoe de huidige arbodiensten zullen reageren. De gevestigde orde zit immers ook niet stil.’

 

Dat beaamt directeur Schoenmaeckers.

 

‘Wij zijn niet bang om in de toekomst in een concurrerende markt overeind te blijven’, zegt de BOA-directeur. ‘We zullen vooral onze eigen marketing beter gaan inrichten:

 

we moeten veel meer duidelijk maken, onder andere via een keurmerk, hoe goed we eigenlijk zijn. En arbodiensten moeten veel aandacht besteden aan innovatie. Door het wegvallen van de ‘in hoofdzaak-bepaling’ krijgen we de ruimte om nieuwe producten te ontwikkelen, zoals bijvoorbeeld adviesproducten op ouderenbeleid. Maar ook de huidige producten kunnen op onderdelen misschien worden verbeterd.’

 

In tegenstelling tot Schoenmaeckers verwacht Rik van Steenbergen dat reintegratiebedrijven en verzekeraars zich als ‘nieuwkomers’ op de arbomarkt zullen melden. Maar ook bureautjes die erop uit zijn om op een makkelijke manier geld te verdienen.

 

‘Arbodiensten zitten nu nog op een zetel, maar ze moeten wel gaan concurreren. Voorlopig zal de arbodienst de beste garantie geven voor kwaliteit, boven de loslopende deskundige of een beginnend bedrijfje dat net een mooie folder heeft uitgebracht.

 

Wij willen die nieuwkomers ook zodra ze dezelfde of betere kwaliteit gaan leveren dan arbodiensten.

 

Maar het worden zeker roerige tijden.’

 

Reageer op dit artikel