artikel

Stof tot nadenken

Geen categorie

Het menselijk lichaam kan via drie routes stof opnemen.

 

De meest herkenbare is die via de ademhaling. De opname van stof via de ademhaling hangt sterk samen met de grootte van de deeltjes. Grotere deeltjes kunnen al in de slijmvliezen in onze neus en keelholte blijven hangen (wie zijn neus wel eens gesnoten heeft na het aanvegen van een werkruimte, herkent dit wel). De kleinste deeltjes gaan met de ademteug tot in de kleine vertakking van de luchtwegen en de longblaasjes mee. De deeltjes die niet blijven plakken aan de slijmvliezen in onze longen, volgen dezelfde route weer naar buiten. De allerkleinste deeltjes hebben een ‘gasachtige’ eigenschap, zij kunnen zelfs tot in de bloedbaan doordringen. Een deel van het stof dat in de longen blijft plakken, wordt met het slijm naar boven getransporteerd, ingeslikt en via ons maagdarmkanaal verwijderd. Het lichaam kan oplosbare stoffen opnemen via de slijmvliezen. Ook is het mogelijk dat bepaalde bestanddelen achterblijven in de longen; denk aan asbestvezels en kwartsstof.

 

De tweede manier is stof inslikken. Dat is doorgaans geen bewuste handeling, maar gaat samen met eten en drinken op de werkplek. Deeltjes vallen neer op de boterham en in de koffie, of wij ‘besmetten’ onze voedingswaren door met vuile handen te eten.

 

Een derde contactroute is die via de huid en ogen. Afhankelijk van de stofeigenschap kan ook deze weg leiden tot blootstelling.

 

Stof kan, in zijn algemeenheid, vanaf een bepaalde hoeveelheid hinderlijk of zelfs gevaarlijk zijn voor de gezondheid.

 

Om te beginnen bepaalt de aard van het materiaal de effecten. Die effecten kunnen acuut optreden, of juist chronisch van aard zijn. Vooral ernstige benauwdheid of hoesten zijn acuut optredende fenomenen. Acuut is in die zin een relatief begrip: van kort na de blootstelling optredend tot met een uitstel van wel 36 uur. De literatuur maakt onderscheid tussen hinderlijk stof en gevaarlijk stof. Onschuldig stof bestaat eigenlijk niet. Ook inerte stoffen – stoffen die geen reactie met ons lichaam aangaan – zijn bij opname via de luchtwegen vanaf bepaalde hoeveelheden hinderlijk of beinvloeden onze gezondheid zelfs nadelig. Bijvoorbeeld door een verhoogde slijmproductie, hoesten of vormen van benauwdheid.

 

Reactief stof veroorzaakt gezondheidsklachten van ernstiger aard die ook eerder acuut zullen optreden. Van chronische klachten is sprake wanneer de aandoening langer dan drie maanden aanhoudt. In het algemeen zijn deze klachten niet gemakkelijk met medicijnen te behandelen. Spontane genezing komt nagenoeg niet voor.

 

Behalve de aard van de stof zijn ook de duur van de blootsteling en de concentratie van het stof in de lucht van de werkomgeving bepalend voor het ontstaan van gevolgen voor de gezondheid. Juist de beoordeling van deze drie aspecten staat centraal in de arbeidshygienische beoordeling van de blootstelling. Gelukkig is het dus niet zo dat iedere opname van stof in de longen tot klachten leidt.

 

Een regelmatige blootstelling aan verhoogde concentraties zal echter in het algemeen de kiem leggen voor gezondheidsklachten.

 

Onderzoek naar de blootstelling van medewerkers aan stof kan plaatsvinden door het uitvoeren van een deskundige schatting of door persoonsgebonden bemonstering van lucht. De keuze voor de meest passende wijze van onderzoek vindt plaats in overleg met de arbeidshygienist. Bij persoonsgebonden monstername krijgt de medewerker een vooraf ingestelde luchtpomp. Deze zuigt lucht uit de werkomgeving aan via een voorgewogen filter in de ademzone. Door verrekening van de toename van het filtergewicht aan de hand van het doorgelaten volume, is de stofconcentratie per kubieke meter vast te stellen. Een deskundige schatting uitvoeren gebeurt aan de hand van een met verzamelde informatie ingevuld rekenmodel. Er zijn bijvoorbeeld rekenmodellen voor het beoordelen van de blootstelling aan lasrook en (inpandige) dieselmotoremissie.

 

In alle gevallen volgt vergelijking van de geschatte of gevonden concentratie met de maximaal aanvaarde concentratie (MAC) van deze stof. Dit is de maximaal aanvaarde concentratie van een gas, damp of nevel of van een stof in de lucht op de werkplek, die bij inademing gedurende de arbeidsperiode in het algemeen geen nadelige gevolgen heeft op de gezondheid van de werknemers en hun nageslacht. Deze concentraties verschillen per stof en kunnen uiteenlopen van fracties van microgrammen tot enkele tientallen milligrammen per m3. De wenselijke concentratie is altijd lager dan de MAC. Van een werkelijk beheerste blootstelling is alleen sprake in gevallen dat met 95% zekerheid gezegd kan worden dat de kans op normoverschrijding op 5% of lager ligt. In de praktijk betekent dit overschrijding van de MAC op slechts vijf van de 100 werkdagen. De overschrijdingskans vaststellen gebeurt met behulp van een statistisch rekenprogramma. De MAC omschrijft in de regel een gemiddelde concentratie over de periode van acht uur (de werkdag). Gemiddeld wil zeggen dat er een piek in de concentratie voor kan komen, maar dat deze door lagere concentraties als het ware uitvlakt. Hiernaast kan voor stoffen ook een maximale concentratie voor een periode van vijftien minuten zijn vastgelegd, of zelfs een maximum in de vorm van een niet te overschrijden plafondwaarde.

 

GRENSWAARDEN VASTSTELLEN

 

Sinds 1 januari 2007 heeft de werkgever meer verantwoordelijkheid bij de vaststelling van grenswaarden. Hij stelt zijn eigen – private – grenswaarden vast waarbij er bij blootstelling op de werkplek geen gezondheidsschade optreedt. De bestuurlijke MAC’s in Nederland zijn daarom komen te vervallen. In het nieuwe stelsel van grenswaarden is een deel van de oude waarden overgenomen. Dit nieuwe stelsel omvat een overzicht van wettelijke Nederlandse grenswaarden voor (kankerverwekkende) stoffen, aangevuld met referentiewaarden uit Europa, Duitsland en Belgie.

 

 

info: Kijk in AI-blad ‘Grenswaarden gezondheidschadelijke stoffen 2007-2008’ of op www.arboresources.nl voor meer INFORMATIE:

 

Reageer op dit artikel