artikel

Stressgevoeligheid fluctueert met de tijd

Geen categorie

Om de invloed van de biologische klok op stressgevoeligheid te kunnen bepalen, is in het promotieonderzoek een ‘constant routine’ experiment uitgevoerd. Hierbij zijn volgens een protocol externe factoren die de activiteit van de biologische klok kunnen beinvloeden (verstoren) zoveel mogelijk geminimaliseerd of gecontroleerd. Het routine-experiment vond plaats in het slaaplaboratorium, gesitueerd in de kelder van een gebouw van de Universiteit Leiden. Deze omstandigheden maakten het mogelijk om voor de biologische klok storende factoren te minimaliseren. De proefpersonen werden voor een periode van minimaal 27 uur rechtop in bed gezet in deze van de buitenwereld afgesloten ruimte. Ze werden geacht te blijven zitten en wakker te blijven. De lichtintensiteit in de experimenteerruimte was constant laag, de omgevingstemperatuur bleef gelijk en ieder uur kregen ze kleine hapjes geserveerd om de storende invloed van maaltijden op de circadiaanse ritmiek te voorkomen. Op deze manier kon de interne aansturing van lichaamsfuncties door de biologische klok zuiver worden gemeten.

 

Daarnaast werden de proefpersonen regelmatig geconfronteerd met korte ‘stresstaken’. Dit waren enkele computertaken waarbij in een paar minuten tijd verschillende handelingen tegelijkertijd moesten worden uitgevoerd, en het plaatsen van een hand in een bak met ijswater. Voor en na het uitvoeren van deze stresstaken zijn onder andere metingen verricht naar de hartactiviteit en de afgifte van het stresshormoon cortisol. De ‘constant routine’ omstandigheden zorgden ervoor dat eventuele verschillen in de reactie op de stresstaken door de tijd konden worden toegeschreven aan de biologische klok.

 

 

MEER INFO

 

Sander van Eekelen, Stress and Circadian Rhythms, Amsterdam 2004, ISBN: 90-808044-9-5

 

 

 

Hoewel de nadruk tot nu toe lag op de fysiologische gevolgen van de werking van de biologische klok (invloed op de hormoonhuishouding en hartactiviteit) is de link naar arbeidssituaties geen onoverbrugbare: mensen hebben als werknemer immers te maken met biologische wetmatigheden die kunnen conflicteren met economische en maatschappelijke regels en afspraken.

 

Natuurlijk is het zo dat een ziekenhuis ’s nachts niet kan worden gesloten. Ook een broodfabriek kan moeilijk pas na negen uur ’s ochtends beginnen met bakken. Dat is allemaal waar. Maar de gezondheidsrisico’s van het oprekken van werktijden zijn evident. Lichamelijke klachten als maag-darmstoornissen, overgewicht, hoge bloeddruk, slaapstoornissen en geen zin in seks zorgen voor een verhoging van uitval en verloop. Mentale en fysieke vermoeidheid hebben hun weerslag op de productie, effectiviteit en fouten die werknemers maken op het werk. Het lichaam is nu eenmaal niet gebouwd om op tijden te werken waarop het eigenlijk zou moeten rusten. De nachtrust boet echter in aan populariteit en wordt gezien als verspilde tijd, waarin eigenlijk best gewerkt kan worden. De toenemende drukte in de nacht zorgt ervoor dat de omstandigheden waarin wij slapen ‘vervuild’ worden met licht en lawaai. De waarde van een goede nachtrust mag echter niet worden onderschat: die doet wonderen voor de persoon zelf en wat er daardoor overdag op een gezondere manier aan werk kan worden verzet. De winst die wordt behaald met het opvoeren van de productie, moet goed worden afgewogen tegen het boemerangeffect op kosten door productievermindering, gezondheidsklachten en gevolgen voor het sociale leven. Voor artsen, verpleegkundigen, bakkers en andere mensen die ’s nachts werken, zijn onderzoek, begeleiding en interventieprogramma’s om het werk in de nachtelijke uren zo goed en gezond mogelijk te laten verlopen geen overbodige luxe. Mensen zijn en blijven dagdieren, en daar veranderen economische, financiele en maatschappelijke belangen niets aan.

 

Analyses van meetresultaten lieten duidelijk zien dat er bij de proefpersonen sprake was van een duidelijke verhoging van de stressreacties in de vroege ochtenduren, zo rond een uur of zes, ten opzichte van de rest van het etmaal. Afgezien van het feit dat bij mensen nog niet eerder werd aangetoond dat stressgevoeligheid fluctueert in de tijd, en dat deze variatie zeer waarschijnlijk is toe te schrijven aan de biologische klok, is dit resultaat nog om een andere reden interessant. Het tijdstip van (rond) zes uur valt als een ‘missing link’ in de bevindingen die eerder in dit verhaal al even aan de orde kwamen, zoals het gegeven dat acute hartaandoeningen veel meer voorkomen in de vroege ochtenduren. Ook was al bekend dat ploegendienstwerkers een driemaal zo hoge kans hebben op deze (stressgerelateerde) acute hartaandoeningen. Deze mensen werken op vroege (ochtend)uren: momenten waarop het lichaam het gevoeligst is voor stress.

 

Reageer op dit artikel