artikel

Tekort aan duikerartsen

Geen categorie

Dat de wetgeving is aangescherpt, is op zichzelf een goede zaak, vindt Van Rees Vellinga. ‘Duiken in een donker kanaal kan immers net zo gevaarlijk zijn als duiken in de zee. Het is echter ongelukkig dat de verantwoordelijke ministeries – Economische Zaken en Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) – de duikbranche en andere betrokkenen als het ware hebben overvallen met de gewijzigde wetgeving. De wet is op een heel korte termijn van kracht geworden. Daardoor had men nauwelijks tijd zich hierop voor te bereiden.’

 

En dat was eigenlijk wel nodig. Want in plaats van tweeduizend offshoreduikers, moesten er ineens jaarlijks zo’n vijfduizend duikers en caissonwerkers worden gekeurd. En dat terwijl er maar 25 gecertificeerde duikerartsen waren in heel Nederland. Drie daarvan werkten bij Arbo Unie. Van Rees Vellinga: ‘De wetswijziging stelde ons meteen voor een acuut probleem, ook doordat we een groot aantal inshoreduikers van de brandweer, politie en Rijkswaterstaat onder onze klanten hebben. Arbo Unie heeft dat probleem willen oplossen door alle binnen haar organisatie aanwezige arbokennis over het werken onder overdruk te bundelen.’ Dit leidde tot de oprichting van het Expertisecentrum voor Arbeid onder Overdruk en Perslucht, een landelijk opererend kennis- en onderzoekscentrum dat is gevestigd in Vlissingen en onder meer bedrijfsartsen opleidt tot duikerarts. Het Expertisecentrum werkt samen met de Hogeschool Zeeland. De school levert de onderwijsfaciliteiten en de kennis van ondergrondse constructiewerkzaamheden, het Expertisecentrum de kennis op het gebied van werken onder overdruk.

 

De arbodienstverlening van het Expertisecentrum bestaat uit verschillende facetten. Op de eerste plaats voert het centrum de verplichte ‘inkeuring’ (de eerste medische keuring die een aspirantduiker of caissonwerker ondergaat) en de jaarlijkse herkeuring van duikers en caissonwerkers uit. Dat gebeurt volgens denormen van het European Diving Technology Committee (waarin deskundigen van verschillende EU-landen zitting hebben). De normen worden onderschreven door het ministerie van SZW. Om de keuringen naar behoren te kunnen uitvoeren, heeft het Vlissingse Expertisecentrum de modernste meetapparatuur in huis gehaald, waaronder een fietsergometer met zeer geavanceerde hard- en software en longfunctieapparatuur. Deze helpen de duikerarts te bepalen in hoeverre de kandidaat (nog) geschikt is voor duik- of caissonarbeid. Van Rees Vellinga: ‘Beroepsduikers en caissonwerkers zien zich geconfronteerd met heel specifieke risico’s. Ze hebben te maken met overdruk, risico van decompressieziekte, koud water – met het gevaar van onderkoeling – en stroming of golfslag. Deze factoren zorgen ervoor dat ze specifieke gezondheidsklachten kunnen ontwikkelen. Als dat mogelijk is, moet je die natuurlijk zien te voorkomen. Daarom dienen de kandidaten in uitstekende conditie te zijn en te beschikken over een gezond hart en sterke longen. Ook met keel, neus en oren mag niets aan de hand zijn. Bovendien moeten de kandidaten ook mentaal sterk in de schoenen staan. In extreme gevallen – bijvoorbeeld bij de berging van een scheepswrak op zeer grote diepte – verkeren duikers immers wekenlang onder druk. Ze zitten dan met z’n allen in een kleine cabine. Daar moet je wel tegen kunnen.’

 

Naast de keuringen verzorgt het Expertisecentrum ook een vijfdaagse cursus die bedrijfsartsen opleidt tot gecertificeerd duikerarts. Van Rees Vellinga: ‘Zo’n aanvullende opleiding is nodig, omdat gewone bedrijfsartsen onvoldoende op de hoogte zijn van de beroepsrisico’s van duikers.’ De opleiding wordt verzorgd onder auspicien van het Nederlands Duik Centrum (NDC), de door het ministerie van SZW aangewezen certificerende instantie.

 

In 2003 heeft het Expertisecentrum voor het eerst achttien nieuwe duikerartsen afgeleverd. Daarmee is het tekort aan duikerartsen al iets verzacht. Tenminste, voor de komende twee jaar. Om hun brevet te behouden moeten de nieuw opgeleide artsen namelijk wel op herhalingscursus zodat ze hun kennis op peil houden. Bovendien heeft het Expertisecentrum alleen het tekort aan herkeuringsartsen wat kunnen terugbrengen. Voor het afnemen van inkeuringen zijn de nieuwe duikerartsen namelijk niet bevoegd. Van Rees Vellinga: ‘Alleen zeer ervaren duikerartsen mogen die inkeuring uitvoeren. Nederland heeft maar zeventien duikerartsen, waaronder wij drieen van Arbo Unie en negen duikerartsen van de marine, die dat mogen doen. Allen beschikken over jarenlange ervaring en volgden aanvullende opleidingen in het buitenland .’

 

Tijdens de opleiding tot duikerarts komt een aantal relevante onderwerpen aan de orde. Er is aandacht voor de wet- en regelgeving rondom duiken en caissonarbeid en er worden excursies ondernomen om te kijken hoe dat duiken nu eigenlijk in z’n werk gaat. Ook staan de opleiders nog eens stil bij bekende natuurkundige principes zoals de Wet van Archimedes (over de opwaartse druk van vloeistoffen). Maar het belangrijkste is toch de fysiologie: wat betekenen deze natuurkundewetten voor het menselijk lichaam? Van Rees Vellinga: ‘Aan de hand van casuistieken leren de cursisten welke gezondheidsklachten duikers en caissonwerkers kunnen ontwikkelen. Zo kan het bijvoorbeeld gebeuren dat duikers hun oren niet meer kunnen ‘klaren’. Dat betekent dat ze de druk in hun oren niet gelijk kunnen krijgen, doordat hun buis van Eustachius niet goed toegankelijk is, bijvoorbeeld als gevolg van een verkoudheid. Daardoor kunnen scheurtjes in het trommelvlies ontstaan. Een andere typische caisson- of duikersziekte is de ‘dronkemansgang’. Deze ontstaat als duikers of caissonwerkers niet lang genoeg in de decompressiesluis zijn geweest om de druk in hun lichaam weer gelijk te stellen aan de normale omgevingsdruk. De extra stikstof in hun lichaam – die ze hebben binnengekregen via de perslucht – kan dan niet uit het lichaam verdwijnen, waardoor er luchtbelletjes terecht kunnen komen in de hersenen of het evenwichtsorgaan. Daardoor ga je zwalken. Als de belletjes in de gewrichten komen, treden er bovendien pijn- en functieklachten op. Ook kortademigheid als gevolg van onderdruk (‘squeeze’) en een ‘klaplong’ als gevolg van overdruk zijn duik- en caissonziekten. En dan zijn er nog de klachten die optreden als gevolg van de uitrusting. Zo hebben duikers soms een twaalf kilo zware helm op hun hoofd. Dat wil nog wel eens nekklachten geven. Cursisten moeten leren de belasting van het bewegingsapparaat te beoordelen.’

 

Tijdens de cursus komen alleen de acute duik- en caissonziekten aan de orde, zo vertelt Van Rees Vellinga. ‘Dat kan ook niet anders, want over de langetermijngevolgen van het werken onder overdruk is nog onvoldoende kennis opgebouwd. Eigenlijk is dat heel vreemd. Duiken en caissonarbeid vormen een enorme belasting

 

voor het lichaam. Op de langere termijn moet dat toch ook z’n sporen nalaten. Die sporen willen we nu in kaart gaan brengen door verschillende duikers gedurende langere tijd te monitoren. De kennis die we zo vergaren, brengen we bijeen in een speciale kennis- en onderzoeksdatabank binnen het Expertisecentrum.’

 

Het Expertisecentrum verzorgt ook nog de begeleiding van grote ondergrondse bouwprojecten, zoals de Westerscheldetunnel. Daarom zijn er, behalve duikerartsen, ook arbeidshygienisten en veiligheidskundigen aan het centrum verbonden. Van Rees Vellinga: ‘Arbeidshygienisten adviseren over kwesties waarbij bacteriologische verontreiniging aan de orde kan zijn. Een voorbeeld: wanneer een hogedrukwaterspuit wordt gebruikt als graafinstrument, komt er nevel vrij. In die nevel kunnen legionellabacterien voorkomen. De arbeidshygienist leert bedrijven hoe ze dat kunnen voorkomen.’

 

De veiligheidskundige heeft een andere taak: hij helpt ondernemingen bij het opstellen van veiligheidsplannen voor caissonwerk. Veiligheidskundige Peter Kremer: ‘Ons werk is divers. Zo hebben we een caissonwerker die lassers een kledingadvies heeft gegeven. Die lassers moesten aan de slag in een zeer zuurstofrijke omgeving. Meer zuurstof betekent een hogere brandgevaarlijkheid. De losse splinters die rondvliegen bij het lassen, zouden de kleding van de lassers zo in brand kunnen zetten. Daarom hebben we deze mensen toen het advies gegeven brandwerende Formule 1 pakken te dragen. En dat hebben ze opgevolgd. Dat geeft veel voldoening.’

 

‘VERTEGENWOORDIGER LOOPT MEER RISICO’S’

 

Duiker en duikploegleider Rob van der Kraan (43) is in dienst van de inshore-afdeling van Duikbedrijf Noordhoek in Zierikzee. Hij wordt onder meer ingezet voor het verrichten van reparaties aan sluizen, het inspecteren van kademuren en steigers in havengebieden en voorbereidende werkzaamheden aan de fundaties bij de bouw van bruggen. Echt gevaarlijk vindt Van der Kraan zijn werk niet: ‘Een vertegenwoordiger die veel op de weg zit, loopt volgens mij meer risico’s. Duikers werken volgens hele strikte regelgeving. Die wordt ook goed nageleefd, waardoor het aantal ongevallen beperkt blijft.’

 

Zelf heeft Van der Kraan slechts eenmaal in een zeer benarde situatie verkeerd. ‘Dat was bij de Oosterscheldewerken. In die tijd werkten we nog met luchtflessen en niet met een luchtvoorziening via een slang, zoals tegenwoordig. Ik was diep onder water aan het werk, toen mijn seinlijn – de verbinding tussen de duiker en de wal, die dient als communicatie- en veiligheidsmiddel – bekneld raakte. Ik kreeg de lijn niet los. Bovendien raakten mijn flessen leeg. Toen moest ik een vrije opstijging naar boven maken. Dat was wel even een eng moment.’ Ook echt ziek is Van der Kraan zelden geweest. ‘Je voelt je rug wel eens, maar dat heeft een bouwvakker ook’, zegt hij nuchter.

 

 

Reageer op dit artikel