artikel

Tien jaar Wulbz: hiep hiep hoera?

Geen categorie

SP-voorman Jan Marijnissen sprak tijdens de algemene beschouwingen op 17 en 18 september 1997 al kritische woorden over de wet. ‘Uit onderzoek van de FNV blijkt dat na privatisering van de Ziektewet het ziekteverzuim nauwelijks is afgenomen, maar dat werkgevers wel steeds meer selecteren op gezondheid als zij nieuw personeel aannemen’, zo zei Marijnissen destijds.

 

En die kritiek blijft door de socialisten gehandhaafd. Negen jaar later staat SP-woordvoerder Paul Ulenbelt pal achter de woorden van zijn fractievoorzitter. ‘Het is goed dat de aandacht voor verzuim en arbeidsomstandigheden door de werkgever is toegenomen, maar als je eerlijk naar de verzuimcijfers kijkt, zijn die de laatste jaren nauwelijks gedaald.’ (Zie kader.) En mocht er al sprake zijn van een lichte daling van het ziekteverzuim, dan is die volgens Ulenbelt voor het grootste deel te danken aan wettelijke verplichtingen als het opstellen van risico-inventarisaties, arbojaarplannen en de Wet verbetering poortwachter, al wordt de werking van die laatste wet volgens hem ook overschat. ‘Waar de wetgever ook privatiseerde, het mislukte. Ook hier. De werkgever verzekert zijn risico niet meer publiekelijk bij het UWV, maar tegen een hogere premie bij de commerciele verzekeraar. En is dus niets opgeschoten. Verzekeraars doen namelijk 0,0 procent aan preventie. Ik ken geen verzekeraar die een bedrijfsarts of arbeidshygienist in dienst heeft.’

 

Maar van de door Marijnissen zo gevreesde risicoselectie lijkt toch weinig sprake? Ulenbelt: ‘Waarom denk je dat er zoveel contracten niet verlengd worden? Vergeet ook niet dat veel zieken ontslagen worden bij reorganisaties. De gezondste werknemers blijven over. En als ze dan ziek zijn, gaan ze toch werken. Ik denk niet dat werknemers gezonder zijn, maar meer met ziekte in hun lijf naar het werk gaan.’ Ulenbelt roept voor deze verklaring de hulp in van Hans Stegeman van het Centraal Planbureau. Deze becijferde een jaar geleden dat een daling van de werkloosheid met een procent leidt tot een stijging van het verzuim met een kwart procent en andersom. Volgens Stegeman werd in 1980 ruim 9 procent van de beschikbare werkdagen verzuimd. Medio jaren negentig, onder een stroeve economie en nog voor de invoering van de geprivatiseerde Ziektewet, was dit percentage gehalveerd en in de economisch wat gunstigere periode tot pakweg 2000 liep het verzuimpercentage weer op. Zo bezien is het effect van de geprivatiseerde wet beperkt en lijkt vooral de Wet van Stegeman koning.

 

Stegeman zelf is drie maanden op expeditie en onbereikbaar. Woordvoerster Jacqueline Timmerhuis van het Centraal Planbureau neemt de honneurs waar. ‘Je mag niet zeggen dat de conjunctuur allesbepalend is voor het verzuimniveau. Juist de Wulbz en de Wet verbetering poortwachter zijn voorbeelden van structurele invloeden die het verzuim positief beinvloeden. Net als demografische factoren, zoals vergrijzing, het weer negatief kunnen beinvloeden. Dat concludeert Stegeman ook in zijn onderzoek. Tegen conjuncturele invloeden op verzuim kun je weinig doen. Maar door structurele maatregelen kun je het wel sturen. Zonder Wulbz en Poortwachter was het verzuim misschien hoger geweest.’

 

De SP krijgt dus wat betreft de relativering van de invloed van de Wulbz nul op het rekest van het CPB. Maar van Rodenburg krijgt de partij wel gedeeltelijk steun, in ieder geval als het gaat om risicoselectie.

 

‘Ulenbelt heeft een punt als hij zegt dat het aantal niet-verlengde contracten stijgt’, vertelt de NVAB-voorzitter. ‘De flexibiliteit in contracten gaat soms te ver en dat biedt de mogelijkheid op risicoselectie. Daar zou je strenger in moeten worden.’

 

Maar ondertussen wil het kabinet het ontslagrecht versoepelen. Dat maakt de zaak toch alleen maar erger? Rodenburg:

 

‘Nee, juist niet. Door het makkelijker te maken mensen bij disfunctioneren te ontslaan, nemen werkgevers mensen eerder in vaste dienst en worden kortlopende contracten omgezet in een vast dienstverband.’

 

Bob Koning, woordvoerder Arbeidsomstandigheden van VNO-NCW constateert dat werkgevers de kat uit de boom kijken. ‘De werkgever heeft behoefte aan flexibiliteit. Men wil weten wat voor vlees men in de kuip heeft. Dat kan niet via aanstellingskeuringen. Vandaar die kortere contracten. Maar dat heeft niet alleen te maken met gezondheid en Wulbz. Ook met het feit dat je lang vastzit aan een werknemer. Daarom is het zo belangrijk dat het ontslagrecht wordt versoepeld.’

 

Koning hangt de vlag bij de verjaardag van Wulbz ‘driekwartstok’. Hij is blij met de privatisering en de toegenomen mogelijkheden voor werkgevers om het verzuim te beinvloeden, maar vindt de verplichting twee jaar loon door te betalen te zeer een aanslag op de portemonnee van de kleine ondernemer. ‘Dat kan zelfs tot faillissementen leiden. Daar moeten we de scherpe kantjes vanaf halen. Ook moeten we oppassen voor te veel regeldruk door allerlei verplichtingen voor de werkgever. Ten derde heerst bij ons onvrede dat werkgevers opdraaien voor verzuim veroorzaakt in de prive-sfeer.’

 

Voor Konings collega Eelco Tasma van vakcentrale FNV mag de vlag ook wel uit, al heeft ook hij zijn bedenkingen. Zo is Wulbz een paardenmiddel, vond risicoselectie wel degelijk plaats en kwamen verzekeraars hun belofte niet na, meent hij. ‘Omdat de overheid eerst wees op de financiele consequenties voor de werkgevers en daarna pas op de subsidies voor het in dienst nemen van gedeeltelijk arbeidsgeschikten werd selectie aan de poort versterkt. Gelukkig zijn nadelige gevolgen van de privatisering verzacht door de overspannen arbeidsmarkt. Groot winstpunt is dat werkgevers meer aandacht hebben voor reintegratie en verzuimpreventie. We hebben het aantal arbeidsongeschiktheidsuitkeringen beter in de klauwen waardoor de politieke druk op verzuim en WAO is afgenomen. De boel is wat gezonder geworden.’

 

VERZUI MCIJFERS

 

Nederland kent geen consistente lange reeks ziekteverzuimcijfers, concludeerde Hans Stegeman van het CPB een jaar geleden. Hij maakte dan ook een schatting op basis van gegevens die eerder door het CPB en TNO werden verzameld. In 1970 bedroeg het verzuim bijna 8 procent; in 1980 bijna 10 procent. Daarna daalde het gestaag tot circa 7 procent in 1990, waarna het rond de 5 procent bleef schommelen. Medio jaren negentig daalde het verder tot ongeveer 4,5 procent. Dat percentage steeg weer licht tot 5,5 in het jaar 2000 om na 2003 weer licht te dalen.

 

Die cijfers zeggen niet alles over de gezondheid van de beroepsbevolking. Niet alleen omdat mensen bij hoge werkloosheid eerder een ongemak negeren. Volgens Ulenbelt worden de cijfers ook danig vervuild door het niet-melden van verzuim aan het UWV. Dit juist omdat de werkgever toch voor de doorbetaling opdraaft. ‘Waarom zou je dus verzuim melden?

 

Ook Rodenburg zet zijn kanttekeningen bij de verzuimcijfers. ‘Werken op therapeutische basis werd vroeger als ziek gerekend. Nu niet meer. Dat heeft ook zijn effect.’

 

WULBZ

 

De Wet Loondoorbetalingsverplichting bij ziekte trad op 1 maart 1996 in werking. Sinds 1 januari 2004 moeten werkgevers hun werknemers zelfs twee jaar lang doorbetalen. Voor het eerste jaar moeten werkgevers minstens het minimumloon doorbetalen, het tweede jaar hoeft dit niet meer.

 

Formeel bestaat de geprivatiseerde ziektewet niet. De Ziektewet nog wel. Die geldt uitsluitend voor mensen die geen werkgever hebben, zoals flexwerkers en uitzendkrachten. Ook vrouwen die zwanger zijn, kunnen ziektegeld ontvangen. Dat bedraagt dan ten minste 70 procent van het dagloon.

 

 

Reageer op dit artikel