artikel

Werkstress belangrijker dan binnenklimaat?

Geen categorie

De naam Sick Building Syndroom zegt het al: de symptomen zouden het directe gevolg zijn van fysieke kantooromstandigheden zoals de temperatuur en luchtvochtigheid. Maar de Britse onderzoeker Marmot en zijn collega’s vinden de bijbehorende wetenschappelijke literatuur helemaal niet zo eenduidig. Volgens hen is de wetenschappelijke wereld vergeten te kijken naar een mogelijke andere oorzaak voor gezondheidsklachten: stressvolle werkomstandigheden.

 

De Britse onderzoekers brachten daar verandering in. Ze onderzochten of het de manco’s in het binnenklimaat zijn die de symptomen van Sick Building Syndroom veroorzaken of dat de beschuldigende vinger eerder naar werkstress zou moeten wijzen. Hiertoe evalueerden zij de kantooromgeving van 4.052 Britse ambtenaren werkzaam in 44 verschillende kantoorgebouwen. Als methode gebruikten ze de zogeheten Whitehall II Study (zie kader). De werknemers vulden een vragenlijst in waarin ze konden aangeven met welke van de tien klachten, kenmerkend voor het Sick Building Syndroom, ze te kampen hadden. Daarnaast stelden de onderzoekers vast in hoeverre er sprake was van stressvolle werkomstandigheden.

 

De mannelijke en de vrouwelijke medewerkers rapporteerden respectievelijk een Sick Building Syndroomscore (SBS-score) van gemiddeld 2,2 en 2,7 (dat wil zeggen dat ze gemiddeld 2,2 en 2,7 van de tien Sick Building Syndroom symptomen hadden).

 

25 procent van de mannelijke medewerkers en 15 procent van de vrouwelijke medewerkers rapporteerden geen symptomen; 14 procent van de mannen en 19 procent van de vrouwen rapporteerden vijf of meer symptomen. De meest gerapporteerde symptomen waren hoofdpijn (36-51 procent), hoesten (34-38 procent) en droge, jeukende of vermoeide ogen (27-38 procent).

 

De Britse onderzoekers konden niet aantonen dat er een significante relatie bestaat tussen Sick Buil- ding Syndroom-symptomen en het binnenklimaat (onder andere temperatuur, luchtvochtigheid, bacterien, stof, type ventilatiesysteem). Dat wil zeggen dat het gemiddelde aantal symptomen dat medewerkers in ‘ongezonde’ gebouwen rapporteerden, niet groter was dan van medewerkers in ‘gezonde’ gebouwen. Maar kantoormedewerkers die zelf een raam open konden zetten en de temperatuur en het binnenlicht konden regelen, bleken significant minder Sick Building Syndroom-symptomen te hebben (gemiddeld 0,55 minder) dan medewerkers zonder deze controlemogelijkheden.

 

De individuele invloed op het binnenklimaat lijkt dus belangrijker dan de objectieve kwaliteit van het binnenklimaat.

 

Het onderzoek van Marmot laat verder zien dat kantoormedewerkers met hoge psychologische taakeisen een hogere SBS-score hebben (gemiddeld 0,45 hoger) dan collega’s waarbij de druk op de ketel minder hoog is. Verder blijkt dat medewerkers die weinig ondersteuning krijgen van collega’s en leidinggevende, meer symptomen vertonen (gemiddeld 0,43 meer) dan hun gesteunde collega’s. Op basis van de onderzoeksresultaten vragen de onderzoekers zich af of de term ‘Sick Building Syndroom’ nog bestaansrecht heeft. De bijbehorende klachten lijken volgens de onderzoekers immers meer bepaald te worden door psychosociale arbeidsomstandigheden dan door de fysieke conditie van het gebouw.

 

De media hebben veel aandacht besteed aan het onderzoek van Marmot en collega’s. De bevindingen lijken namelijk in te druisen tegen de bestaande beeldvorming over het Sick Building Syndroom.

 

De wetenschap zelf heeft kritisch gereageerd op het onderzoek.

 

Een eerste punt van kritiek betreft de manier waarop de Britse onderzoekers naar de relatie tussen werkstress en symptomen hebben gekeken.

 

De onderzoekers hebben de mate waarin de werknemer stressvolle werkomstandigheden heeft tegelijkertijd gemeten met de SBS-score (cross-sectioneel onderzoek). Hierdoor kan er geen uitspraak worden gedaan over oorzaken en gevolgen. Dit maakt dat er ook alternatieve verklaringen zijn voor de resultaten. Zo kunnen werknemers juist door de symptomen die bij het Sick Building Syndroom horen, meer werkstress ervaren. Een andere verklaring kan zijn dat de ervaren werkstress en de Sick Building Syndroomsymptomen beide een andere oorzaak hebben.

 

Deze ‘schijnsamenhang’ heet ook wel het derde variabele probleem. Een voorbeeld van een derde variabele is ‘klaaggeneigdheid’. Zo is het mogelijk dat werknemers die geneigd zijn te klagen, zowel meer werkstress als Sick Building Syndroomklachten rapporteren.

 

Het derde variabele probleem speelt vooral wanneer de veronderstelde oorzaken (werkstress) en veronderstelde gevolgen (Sick Building Syndroom-symptomen) op dezelfde manier zijn vastgesteld.

 

In het Britse onderzoek is dat het geval.

 

Het tweede kritiekpunt gaat over eerder onderzoek naar het Sick Building Syndroom. Dat onderzoek toont namelijk aan dat het binnenklimaat, zoals een hoge temperatuur (Seppanen en Fisk, 2006) en de mate van luchtverversing (Seppanen e.a., 2006), wel degelijk van invloed zijn op het Sick Building Syndroom. De Britse onderzoekers geven als tegenreactie dat de meeste studies alleen naar het binnenklimaat kijken en niet ook naar werkstress.

 

Bovendien werpen ze tegen dat er in de betreffende studies vaak extreme situaties vergeleken zijn. Zo is een kantoor met zeer slechte luchtverversing tegen een kantoor met heel goede luchtverversing afgezet.

 

Hierdoor vind je al snel een effect, beredeneren de Britten. Voor het gros van de kantoren waarbij het klimaatniveau zich in de gemiddelde range bevindt, zoals in de kantoren uit de Whitehall-studie,

 

zijn de effecten minder sterk.

 

Een derde punt van kritiek betreft het gebruik van een samengestelde maat om symptomen te meten: de SBS-score. Volgens wetenschappers is een samengestelde maat mogelijk wel gevoelig om effecten van werkstress vast te stellen, maar ongevoelig om de specifieke effecten van temperatuur, biologische en chemische agentia te bepalen.

 

Zo lijken de luchtvochtigheid en de temperatuur vooral van invloed op klachten aan de huid en de bovenste luchtwegen. Terwijl hoofdpijn en vermoeidheid meer aan stress gerelateerd zijn. Een ander voorbeeld van een specifieke uitkomstmaat zijn astmatische symptomen. Deze specifieke symptomen blijken sterk gerelateerd aan papierstof en de uitstoot van giftige gassen door kopieerapparaten.

 

Voor een zuiver beeld van de specifieke effecten van specifieke binnenklimaatkenmerken zijn volgens de wetenschappers daarom specifieke uitkomstmaten vereist.

 

Als de wetenschappers het al niet eens zijn, lijkt het voor een buitenstaander helemaal lastig om te bepalen wie er gelijk heeft. De soep lijkt hoe dan ook minder heet te worden gegeten dan door de Britse onderzoekers wordt voorgeschoteld. Er valt behoorlijk wat af te dingen op hun conclusies. Het ontstaan van gezondheidsklachten bij kantoormedewerkers lijkt een complex proces waarbij zowel fysieke als psychosociale risicofactoren een rol spelen.

 

Voor arboprofessionals die te maken krijgen met werknemers met Sick Building Syndroomklachten, is het daarom belangrijk om naar beide groepen risicofactoren te kijken.

 

Marmot AF, Eley J, Stafford M, Stansfeld SA, Warwick E, Marmot MG. Building health: an epidemiological study of ‘sick building syndrome’ in the Whitehall II study.Occup Environ Med. 2006 Apr;63(4):283-9.

 

Mendell MJ, Fisk WJ. Is health in office buildings related only to psychosocial factors? Occup Environ Med. 2006 Apr;63(4):283-9.

 

Seppanen O, Fisk WJ, Lei QH. Ventilation and performance in office work. Indoor Air. 2006 Feb;16(1):28-36. Review.

 

Seppanen O, Fisk WJ, Some quantitative relations between indoor environmental quality and work performance or health. HVAC&R Research Journal 2006;12:957-73.

 

MEER WETEN?

 

Op www.psychischenwerk.nl staat een overzicht van instrumenten en theorieen om gezondheidsbedreigende psychosociale werkomstandighede te meten en te analyseren.

 

Op www.cfpb.nl (Center for People and Buildings) is informatie te vinden over de relatie tussen kantooromgeving en kantoormedewerkers.

 

Marmot en zijn collega’s maakten voor hun studie gebruik van data uit de zogeheten Whitehall II z. Meer dan 10.000 Britse ambtenaren deden eind jaren tachtig en begin jaren negentig mee aan een onderzoek naar werkomstandigheden en gezondheid. Dit onderzoek vormt een belangrijke bron van informatie. Voor het onderzoek naar het Sick Building Syndroom moesten kantoormedewerkers voor elk van de volgende tien symptomen aangeven of zij daar de laatste veertien dagen last van hadden gehad. Het gaat om (1) hoofdpijn, (2) hoesten, (3) droge, jeukende of vermoeide ogen, (4) verstopte neus of loopneus, (5) onverklaarbare moeheid, (6) jeuk of uitslag, (7) verkoudheid of griep, (8) droge keel, (9) keelpijn en (10) kortademigheid. Voor iedere medewerker werd een Sick Building Syndroom-score (SBS-score) uitgerekend die kon varieren van 0 (geen symptomen) tot 10 (alle symptomen). Met behulp van de Job Content Questionnaire (JCQ) brachten de onderzoekers eventuele stressvolle werkomstandigheden in kaart. De JCQ kijkt naar psychologische taakeisen, sturingsmogelijkheden, ondersteuning door de leidinggevende, ondersteuning door collega’s en lichamelijke taakeisen.

 

Reageer op dit artikel