artikel

Toekomst in duigen

Geen categorie

Begin 2003 stelt de man het partycentrum aansprakelijk voor de schade als gevolg van het bedrijfsongeval. Hij vordert een materiele schadevergoeding van 45.000 euro en een vergoeding van 20.000 euro aan immateriele schade. Vanaf mei 2003 werkt hij een jaar als fitnesscoordinator bij een sportcentrum. Sinds die tijd ontvangt hij een WW-uitkering. De kantonrechter wijst respectievelijk 1600 en 2000 euro toe.

 

De man gaat in beroep. Hij voert aan dat hij door zijn handicap geen precisiemonteurswerk meer kan verrichten. Ook het plan om samen met zijn vader een motorzaak te beginnen, is in duigen gevallen. Als hij het ongeval niet had gekregen, zou hij een goede naam als motorcrosser hebben opgebouwd en was een goed betaalde baan als professioneel motorcrosstrainer makkelijk haalbaar geweest.

 

Het hof stelt vast dat de kern van het geschil is of, en zo ja in welke mate, er sprake is van beperkingen als gevolg van het ongeval en of de werknemer daardoor financiele schade lijdt. De stelling dat hij geen precisiemonteurswerk meer kan doen, wordt medisch niet onderbouwd. Het beeindigen van het dienstverband bij de sportschool was niet het gevolg van het letsel, maar kwam door een arbeidsconflict. Uit de medische rapporten blijkt ook niet dat hij zijn hobby, motorcrossen, niet meer kan uitoefenen. Na het bedrijfsongeval heeft hij nog meegedaan aan de Nederlandse kampioenschappen motorcross 2003. En in 2004 heeft hij nog aan tien wedstrijden meegedaan. Daarbij heeft hij kennelijk geen hinder ondervonden van zijn hand. De verwachting dat hij op zijn 36ste als professioneel trainer werkzaam zou kunnen zijn, wordt door niets ondersteund.

 

Het hof oordeelt dat de werknemer alle eventuele gevolgen onvoldoende heeft onderbouwd. De vergoeding van materiele schade wordt daarom afgewezen. Bij het vaststellen van de immateriele schade is terecht rekening gehouden met het feit dat hij twee operaties heeft ondergaan en enkele maanden fysiotherapie heeft gehad. Voorts gaat het hof ervan uit dat hij nog langere tijd enige hinder zal ondervinden en bij slecht weer nog steeds pijn in zijn vinger heeft. Op grond hiervan acht het hof een vergoeding van 2000 euro gepast, mede gezien wat Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen aan smartengeld hebben toegewezen.

Reageer op dit artikel