artikel

De kruistocht van een conducteur

Geen categorie

Vervoersbedrijf GVB mag werknemers verbieden om zichtbare kettingen te dragen. Ook als hier een kruis aanhangt. En zelfs als dat kruis voor de drager een belangrijke geloofsuiting is.

Dit heeft de rechter geoordeeld – en het lijkt een merkwaardige beslissing. Want waarom mag een kruis niet en een hoofddoek wel? Is het misschien een kwestie van veiligheid?

Geliefde kruis

Een vriendelijk ogende man van een jaar of zestig wijst op de ketting aan zijn hals. En op het kruis dat daar aanhangt. “Dit kruis is alles voor mij”, zegt hij. “Het is belangrijker dan mijn familie, belangrijker dan ikzelf.” Dat hoor je nog maar zelden in Nederland, maar Ezzat Aziz komt dan ook uit Egypte. Daar had hij, als christen, zijn geliefde kruis lange tijd moeten verbergen voor zijn islamitische landgenoten. Pas toen hij in Amsterdam aan de slag ging als tramconducteur, kon hij het over zijn uniform laten hangen.

Bedrijfskleding

Dat wil zeggen: tot januari van dit jaar. Toen presenteerde zijn werkgever, het Amsterdamse vervoerbedrijf GVB, de nieuwe bedrijfskleding. Met bijbehorende voorschriften. Voortaan zijn kettingen verboden. Aziz kan kiezen: het ding onder zijn kleding stoppen of een schorsing tegemoet zien. Maar volgens Aziz is zijn kruis een geloofsuiting – en uitingen stop je niet weg. Waarom, zo vraagt hij zich af, mogen moslima’s wel een hoofddoek dragen, en hij geen kruis? Ongelijke behandeling, vindt hij. En hij stapt naar de rechter.

Opgeblazen

Waarom liet de werkgever het zover komen? Het wordt niet meteen duidelijk, want terwijl Aziz regelmatig de publiciteit opzoekt (met kruis), wil GVB het contact met de pers vermijden. “We vinden het vervelend dat de media de zaak zo hebben opgeblazen’, zegt een woordvoerder. ‘Daarom beperken we ons zoveel mogelijk tot een persverklaring op onze site.” Die verklaring is kort samen te vatten: regels zijn regels. “Met onze kleding wil GVB een meer uniforme, herkenbare, representatieve en professionele uitstraling bereiken. Voor de circa 3000 medewerkers die bedrijfskleding dragen, geldt dat zij het visitekaartje van GVB zijn. Daarom stellen wij eisen aan het dragen van de bedrijfskleding.”

Assortiment

Maar waarom mogen hoofddoeken dan wel? Volgens de woordvoerder vallen deze binnen het assortiment. “We bieden niet alleen GVB-uniformen, maar ook sjaals, mutsen en hoofddoeken. Die passen allemaal bij elkaar, qua stijl en kleur. Dat geldt voor kettingen niet.”
En een GVB-ketting dan? Met een GVB-kruis naar keuze?

Veiligheid

De woordvoerder wuift het idee weg. “Een belangrijk argument hiertegen is de veiligheid. We hebben binnen ons personeel veel BOA’s, bijzondere opsporingsambtenaren. Af en toe moeten die de confrontatie aangaan met agressieve passagiers en dan is een ketting om je hals geen goed idee. Sommige van de heren dragen wel een GVB-das, maar dat is een clip-das. Die schiet los als je eraan trekt.” Is een clip-ketting dan misschien een idee? “Nee”, zegt de woordvoerder. “Een ketting is een sieraad en dus gaat iedereen daar iets anders aan hangen. Wij hebben gekozen voor professionaliteit en uniformiteit. Dus streven we naar eenheid.

Rechter

De rechter sloot zich bij deze redenering aan. Een bedrijf heeft het recht om kledingvoorschriften op te leggen, oordeelt hij. En van GVB kan in redelijkheid niet worden verlangd dat zij voor een medewerker een uitzondering op dit voorschrift maakt. Verder is discriminatie naar geloof hier niet aan de orde, want het gaat om de ketting en niet om het kruis. Als de werknemer uiting aan zijn geloof wil geven, zijn er ook andere mogelijkheden. Hij kan het kruis bijvoorbeeld aan zijn armband hangen of het in een ring laten graveren. GVB had immers aangeboden de kosten hiervan voor zijn rekening te nemen.

 

> Beijk een nieuwsspecial over dit onderwerp.

Reageer op dit artikel