artikel

Zwanger

Geen categorie

De broer van de eigenaar deelt de vrouw mee dat zij vanaf 1 januari 2011 niet meer hoeft te komen werken. Dat doet zij ook niet, maar eind mei roept zij de nietigheid van de opzegging in. Zij maakt aanspraak op doorbetaling van het loon en verklaart beschikbaar te zijn voor arbeid.

De bakkerij betwist dat de arbeidsovereenkomst nog bestaat, maar roept voor de zekerheid de vrouw op om zich op 8 juni 2011 bij de bakkerij te melden. Zij verschijnt niet, maar meldt zich 17 juni wel ziek wegens complicaties bij de zwangerschap. De werkgever vordert nu ontbinding van de arbeidsovereenkomst.

 

De kantonrechter stelt vast dat het ontbindingsverzoek is gedaan voor het geval dat de arbeidsovereenkomst in december 2010 niet met wederzijds goedvinden is beeindigd. Ook is het duidelijk dat de vrouw op dat moment zwanger was. Tijdens de zwangerschap geldt een opzegverbod (artikel 7:670 lid 2 BW). De werkgever heeft gesteld dat deze zwangerschap niet de reden is voor het ontbindingsverzoek. Hoewel het opzegverbod tijdens zwangerschap niet betekent dat ontbinding van de arbeidsovereenkomst gedurende deze periode onmogelijk is, zal dit wel worden meegewogen.

 

De werkgever voert aan dat er sprake is van een vertrouwensbreuk die ontbinding van de arbeidsovereenkomst rechtvaardigt. Het gaat hier om een verbroken relatie en de werkneemster heeft heel lang niet geprotesteerd tegen de beeindiging van het dienstverband.

 

De rechter is van mening dat ondanks het feit dat toekomstige samenwerking gelet op de verbroken liefdesrelatie tussen de vrouw en de werkgever wellicht niet mogelijk zal zijn, er onvoldoende reden is om – gezien het strikte opzegverbod – al tijdens de zwangerschap de arbeidsovereenkomst te ontbinden. Dat opzegverbod tijdens zwangerschap geldt zelfs bij beeindiging van de werkzaamheden van de onderneming. Het verzoek wordt afgewezen.

 

Wilt u meer jurisprudentie? Lees Vakblad Arbo>>

Reageer op dit artikel