blog

Ergoquack

Geen categorie

Ook medewerkers die al langer meedraaien en enige tijd verwaarloosd zijn, kunnen een signaaltje geven, met het gevolg dat ik fluks op de mat sta om mijn diensten aan te bieden. Zoals gezegd een gezellige taak, omdat er altijd een gesprekje plaatsvindt over ergonomie, zin en onzin van arbo en de sociale vermogens van minister Donner. Het geeft mij overigens meteen de gelegenheid om iets van een arboboodschap onder het personeel te verspreiden.

Ergoquack

 

Vaak zijn ook gezondheidsklachten de aanleiding om mij op te roepen: rugpijn, nek- en schouderpijn en polsproblemen, kortweg aangeduid met de bespottelijke term ‘KANS’ (alsof er ook Algemeen Fondskaarten zijn in het arbo-monopolyspel). Soms komt het zelfs voor dat de bedrijfsarts mij een mailtje stuurt of ik eens kan kijken naar de werkplek van mevrouw X of mijnheer Y. Aan de ene kant voel ik mij er belangrijk door:  ik word immers door een professional geroepen als redder in de nood. Maar aan de andere kant ben ik mij ervan bewust dat het verstellen van een bureautje of stoel geen opzienbarend effect zal hebben.

 

In het gesprek dat zich onvermijdelijk ontwikkelt, word ik meestal geconfronteerd met meer details dan waar ik recht op heb en meer verwachtingen dan ik kan waarmaken. Om iets te doen aan het knagende gevoel dat ik mij als derderangs kwakzalver gedraag, neem ik de tijd voor de klachten van mijn client, op zoek naar een bruikbaar aanknopingspunt. En vaak presenteert zich dat ook: ongenoegen over de (veranderde) taak, opkomende burn-out, priveproblemen of een slechte verhouding binnen de groep. Het gekke is dat ik voor dit soort problemen al evenmin over competenties beschik, maar ze mij toch gerust stellen. Al was het alleen maar omdat het dus niet aan de bureauhoogte ligt.

 

Arthur Mac Gillavry is als medewerker verbonden aan de TU Delft. Daarnaast schrijft hij freelance voor verschillende publicaties van Kluwer.

Reageer op dit artikel