blog

IJzervreters

Geen categorie

Een paar weken geleden bezocht ik deze nagel in de drijvende doodskist van een Rotterdamse woningcorporatie. Mijn verwondering begon al voor ik aan boord stapte: een gele touringcar kwam voorbijgevaren (inchecken met OV-schipkaart). Eenmaal in de machinekamer aangekomen werd de bewondering voor Archimedes alleen maar groter.

IJzervreters

 

Gigantische motoren, aandrijfassen en schroeven zouden zonder stalen bakje meters lager liggen. De bewondering voor de techniek maakte even later plaats voor enige ‘bezorgdheid-over-de-datum’. Ik zag de ploeteraars staan in de hitte, onder de smerige olie, ontbloot bovenlijf, geen oordoppen. Hoeveel daglicht zagen zij op een tocht van Rotterdam naar New York?

 

In een hoekje van de gigantische machinekamer is een werkplaats ingericht, nog volledig in de oorspronkelijke staat. Draaibanken, zagen, boren, noem maar op. Bijna alles werd aan boord gerepareerd. Terwijl een paar verdiepingen hoger de baljurken en jacquets geen idee hadden van het geploeter onder hun voeten, slaagden zij erin om de drinkwatervoorziening te repareren.

 

‘De metaal’ heeft bij mij altijd een dubbel gevoel opgeroepen. Enerzijds diepe bewondering voor de creatieve, ambachtelijke kant: het maken van vrachtwagentanks tot straatlantarens, maar anderzijds de vaak zware arbeidsomstandigheden. Met name dat laatste beeld is bij mij blijven hangen. Het is al enkele jaren geleden dat ik beroepsmatig in een echt metaalbedrijf rondliep, en het is mij uiteraard niet ontgaan dat de omstandigheden over het algemeen sterk verbeterd zijn, misschien wel 5 x beter.

 

Maar als ik mijmer over slechte arbeidsomstandigheden, dan komen toch de beelden op van bijvoorbeeld de ijzergieterijen in Limburg. Waar je in de donkere wintermaanden ’s morgens vroeg de stoffige, donkere krochten van een fabriek inging om blootgesteld te worden aan stof, hitte en heel veel herrie om er ’s avonds in het donker weer uit te komen, 12 boterhammen met kaas en spek lichter. Of de spatbordenmonteur die al ver voordat ik geboren was in dezelfde fabrieksruimte als leerling begonnen was. En de ontslagen bij dat bedrijf in Nieuwegein, omdat robots veel nauwkeuriger en sneller kunnen lassen. Negatieve gevoelens, die echter zeker niet mogen worden opgevat als diskwalificatie van een prachtige sector.

 

Ik heb wat last van claustrofobie, en hou niet zo van kleine ruimtes ver van een buitendeur. In de machinekamer van de SS Rotterdam werd ik gered door een ontruimingsalarm. Ik handelde zoals het een zeer ervaren (wat dienstjaren betreft, tenminste) adviseur betaamt: ik negeerde het volledig, in de verwachting dat het zou gaan om een test of een storing. Niets bleek minder waar: na enige tijd werd mij te kennen gegeven het schip te verlaten vanwege een echte brandmelding. Dat ging vanwege de kruip-door-sluip-door-bouw niet echt via de kortste verbinding tussen twee punten. Genoeg tijd om dat fantastische product van Hollands vakmanschap te bekijken. Misschien niet altijd gemaakt onder de beste arbeidsomstandigheden. Dat laatste doen we nu beter…

 

Aart Kraak is werkzaam bij De Arbocompagnie

www.arbocompagnie.nl

Reageer op dit artikel