blog

Angststoornis

Geen categorie

* Een angststoornis kan erg belastend en beschamend zijn. Diverse internetbronnen noemen 4 tot 13% van de bevolking die in meer of mindere mate met een angststoornis en paniekaanvallen wordt geconfronteerd.

Angststoornis

 

Het was een jaar of tien geleden dat zijn bedrijf besloot om, in het kader van een ‘periodiek arbeidsgezondheidskundig onderzoek’ (PAGO), aan alle medewerkers een ECG aan te bieden. De hoofdpersoon van dit verhaaltje maakte als veiligheidskundige deel uit van de toenmalige arbodienst en ondersteunde deze beslissing van ganser harte. Erger nog: hij deed zelf mee aan het onderzoek en liet braaf allemaal zuignapjes op zijn borst aanbrengen, waarna pennetjes ijverig bibberlijntjes gingen schrijven op grafiekpapier.

 

Bij de nabespreking gaf de bedrijfsarts, zijn arbo-collega dus eigenlijk, aan dat er wel wat ‘konijnenoortjes’op het ECG voorkwamen, maar dat dit niets ernstigs betekende. In de weken die volgden leken de oortjes in de gedachten van onze arbo-medewerker echter zoveel te groeien, dat hij toch maar besloot zijn huisarts op te zoeken. Bij onderzoek in het ziekenhuis bleek het een ‘rechterbundeltakblok’ te zijn, wat verder geen ernstige gevolgen met zich meebrengt. “U kunt hier honderd jaar mee worden”, werd hem verzekerd. Opgelucht haalde hij adem, hij hoefde niet verder in de klinische molen en hij kon gewoon weer verder leven.

 

Nu vertoont betrokkene een beetje neurotische trekjes en neigt hij ook naar hypochondrie. Gevolg was dat op zich onschuldige hartkloppinkjes opeens betekenis kregen en technieken om gevoelens van ongerustheid te verjagen steeds meer faalden. Kortom: hij werd van bezorgd tot angstig. Zo kreeg hij op een camping midden in Frankrijk een dijk van een hyperventilatie-aanval, die er in resulteerde dat hij onder toediening van nitroglycerine met jankende ambulance naar het streekhospitaal werd vervoerd en op de perfect functionerende USIC (Unite de Soins Intensifs Cardiaques) werd gelegd. Nauwkeurig onderzoek bevestigde braaf het rechtertakblokje, maar concludeerde in helder Frans wel angst maar geen teken van een hartkwaal. Klaar dus.

 

Dat zou je zeggen, maar de geest van sommige mensen bevat een kleverige substantie. In plaats van opgelucht adem te halen begon onze veiligheidskundige steeds vaker te hyperventileren. Hierdoor raakte hij vaak in paniek, bij voorbeeld in een stilstaande file, uit angst dat niemand hem zou kunnen redden als hij een hartaanval zou krijgen. Deze angsten werden zo sterk dat hij niet meer op reis durfde. Als het echt moest, omdat hij bijvoorbeeld een workshop RI&E moest geven in Nieuwegein, nam hij provinciale routes om eventuele files te ontwijken en moest hij nog vier keer langs de kant omdat hij gewoon niet verder kon. Zodat hij tenslotte uitgeput en zwetend te laat kwam.

 

Uiteindelijk is de angst dankzij medicatie en psychotherapie grotendeels geweken.

Moraal van het verhaal: het is niet altijd gunstig als je alles weet en geruststellen is een vak apart. Als u een medewerker heeft die steeds meer moeite heeft om op reis te gaan, als zijn prestaties op slag verslechteren en ook als u iemand in een verkrampte houding langzaam ziet rijden op de snelweg, dan kan het een lotgenoot zijn. Van mij.

 

Arthur Mac Gillavry is als medewerker verbonden aan de TU Delft. Daarnaast schrijft hij freelance voor verschillende publicaties van Kluwer.

 

*Deze tekst komt oorspronkelijk van het Wikipedia artikel Angststoornis. Deze tekst is beschikbaar onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen

Reageer op dit artikel