nieuws

‘Veel casemanagers ondeskundig’

Geen categorie

Ondertussen wordt de afstand tot een echte bedrijfsarts voor werknemers steeds groter, constateren vakcentrale FNV en de Nederlandse Vereniging van Arbeids- en Bedrijfsgeneeskunde. „Dit is in strijd met een duurzaam arbobeleid en het idee dat mensen steeds langer moeten doorwerken.”

Begeleiding

Sinds twee a drie jaar is het fenomeen casemanager in opkomst, zegt voorzitter Pieter Rodenburg van de Nederlandse Vereniging van Arbeids- en Bedrijfsgeneeskunde (NVAB). Casemanagers zijn de tussenpersonen die verzuimregistratie en begeleiding doen van zieke werknemers in vooral het midden- en kleinbedrijf. Zij staan in feite tussen de bedrijfsarts en de werkgever, maar begeleiden namens de laatste het reintegratieproces van de zieke.

Hoe groot de markt voor verzuimbegeleiding is, is onduidelijk. Wel staat vast dat de markt sinds enkele jaren een ware wildgroei heeft doorgemaakt en dat iedereen zich in principe casemanager mag noemen. Daartussen zijn prima functionerende casemanagers die zelfs post-hbo geschoold zijn, maar ook een groot en oncontroleerbaar aantal dat een andere aanpak hanteert: die van zo snel mogelijk zo veel mogelijk mensen terug aan het werk jagen.

Geen kennis van zaken

Rodenburg: „Die casemanagers zijn in de praktijk vaak doktertje gaan spelen. En dat is erg als ze zonder kennis van zaken zich medische oordelen gaan aanmeten.” Volgens Rodenburg is er door tussenkomst van dit soort casemanagers een praktijk ontstaan waarin de zieke werknemer in de eerste zes weken geen bedrijfsarts te zien krijgt.

„Dat heeft allerlei problemen veroorzaakt, waarvan er een zelfs tot een tuchtzaak heeft geleid. Daarin heeft de rechter bepaald dat de bedrijfsarts de medische regie moet houden en verantwoordelijk is, ook over de eerste 6 weken. Bedrijfsartsen moeten daar heel alert op zijn”, zegt Rodenburg. Zo blijkt uit onderzoek dat met name bij psychische problemen het van belang is dat de werknemer/patient binnen twee weken een bedrijfsarts ziet, waarschuwt hij.

“Commerciele koopjesmarkt”

Arbo-expert Wim van Veelen van de vakcentrale FNV noemt de markt van commerciele verzuimbureaus een ’schimmige en duistere wereld’ en ’een enorme commerciele koopjesmarkt’. „Lekenbroeders die op pad gaan om te bepalen of iemand geschikt of ongeschikt is om te werken. Als die ineens het verzuim met een kwart omlaag weten te brengen, dan kan het volgens mij niet anders dan dat ze half zieke werknemers weer aan het werk sturen.”

En strikt genomen is dat niet eens verboden, zo wordt gedacht. De wetgever heeft bepaald dat ziekmelden en bepalen of er wel of niet gewerkt kan worden, in eerste instantie een zaak is tussen werkgever en werknemer. Die kunnen in geval van ziekte in overleg bepalen of bijvoorbeeld aangepast werk verricht kan worden.

Rodenburg: ,,Als je daarbij geen medisch advies inwint, dan kan het gebeuren dat iemand met een niet genezen knie het voor die persoon verkeerde aangepaste werk gaat doen. Ik zou zeggen: vraag dan eerst advies aan de bedrijfsarts. Zo voorkom je problemen en zo heeft de wetgever het bedoeld! De betrokken bedrijfsarts geeft een deskundig advies aan werkgever en werknemer over inzetbaarheid. De werkgever kan en mag dat niet negeren, maar doet dat soms wel.” Soms wordt bovendien een loonstop opgelegd.

Drempels

Pas als de werknemer na twee jaar ziekte een Wia-uitkering aanvraagt, beoordeelt het UWV of de werkgever voldoende heeft gedaan om de werknemer weer gezond aan het werk te krijgen. Is dat niet het geval – bijvoorbeeld doordat de adviezen van de bedrijfsarts in de wind zijn geslagen – dan is de werkgever aansprakelijk en wordt de loondoorbetalingsplicht bij ziekte – die normaal 2 jaar duurt – verlengd met maximaal 1 jaar.

Maar ondertussen worden er, volgens Van Veelen, steeds meer drempels opgeworpen tussen de werknemer en de bedrijfsarts. „Het is idioot zoals we hier met zieke werknemers omgaan. In alle andere gevallen van medische klachten kan je zo naar een arts, behalve als werknemer. Dan moet je je behelpen met de klusjesman, want iedereen kan zich inschrijven met een verzuimbureau. En mensen weten vaak niet eens met wie ze nou gesproken hebben, met een casemanager of met een bedrijfsarts. Moet je voorstellen dat je naar het ziekenhuis gaat en je weet niet of je met de receptionist of met de specialist hebt gesproken!”

Duurzaamheid

En daarmee is in een klap ook het algemeen belang in beeld, stelt Van Veelen. „We zijn het erover eens dat mensen langer en gezonder moeten doorwerken en duurzaam inzetbaar moeten zijn. En daarbij heb je niets aan de rommelmarkt die de arbomarkt van nu is. Niet zelden wisselen de contracten van verzuimbureaus met bedrijven snel, dus wie is aanspreekbaar als iemand inderdaad in de Wia terechtkomt? Wat gebeurt er met de overdracht van dossiers over verzuimbeleid en gegevens op lange termijn? Hoe kan je zo duurzaam verzuim- en arbobeleid uitdokteren en zorgen dat mensen ook langer gezond kunnen blijven werken”, vraagt Van Veelen retorisch.

Rodenburg deelt zijn zorgen. En ook de beroepsvereniging voor Register Casemanagers, de RNVC, is bezorgd over het onthouden van medische begeleiding aan zieke werknemers. „Sinds de invoering van de ’casemanager’ als entiteit in de verzuim- en arbeidsongeschiktheidswetgeving is een wildgroei aan niet-medische verzuimbegeleiders ontstaan”, stelt RNVC-voorzitter Robin van Emmerik. „Een deel hiervan is niet deskundig en hanteert een ongewenste aanpak.” Van Emmerik stelt echter dat Register Casemanagers wel werken volgens een professionele en kwalitatief hoogwaardige standaard. Zij zijn juist gericht op samenwerking met bedrijfsartsen en andere professionals zoals arbeidsdeskundigen. Maar Emmerik moet ook erkennen dat zijn beroepsvereniging slechts 120 leden heeft.

Reageer op dit artikel