artikel

Giftige schimmels

Gezond werken

Uit een onderzoek blijkt dat de gezondheidsklachten van een medewerker zijn veroorzaakt door een stof die vrijkomt bij de verwerking van grasmonsters. Deze stof bevat giftige schimmels die het zenuwstelsel kunnen aantasten.

De eerste klachten manifesteerden zich rond de verhuizing van het laboratorium van Ede naar Emmeloord in 1998. Daardoor was in de oude vestiging de afzuiging geruime tijd afgekoppeld. In de nieuwe behuizing was sprake van een ondeugdelijke aansluiting. De droogkasten werkten niet optimaal, waardoor de schimmels (endotoxinen) in de graspollen zich sterk konden vermenigvuldigen. Dat leidde tot vijfduizend keer de door de Gezondheidsraad geadviseerde concentratie.

De vrouw vordert vergoeding van haar schade. Zij is door het ondeugdelijk functioneren van de afzuiginstallatie blootgesteld aan onaanvaardbare grote hoeveelheden van de betreffende stof. De werkgever betwist het causaal verband tussen de klachten en de blootstelling, omdat een dergelijke blootstelling kan leiden tot acute klachten, maar niet tot (de gestelde) chronische klachten.

De rechtbank heeft de vordering afgewezen. Het gerechtshof heeft de vordering toegewezen. Het hof heeft daarbij vastgesteld dat de afzuiginstallaties gedurende enkele jaren niet (goed) hebben gewerkt.

De Hoge Raad stelt dat op grond van art. 7:658 lid 2 BW de werknemer moet stellen en zo nodig bewijzen dat hij gedurende zijn werkzaamheden aan voor de gezondheid gevaarlijke stoffen is blootgesteld. Ook moet hij daarbij aannemelijk maken dat hij lijdt aan een ziekte of gezondheidsklachten die door die blootstelling kunnen zijn veroorzaakt. Op grond van een deskundigenbericht heeft het hof vastgesteld dat de klachten het gevolg zijn van de blootstelling.

De rechter moet, als hij vindt dat hij een deskundige in zijn conclusie moet volgen, ook alle feiten en omstandigheden die door de partijen zijn aangevoerd bij zijn beslissing meenemen om te beoordelen of er een reden is om af te wijken van de conclusie van de deskundige. In deze zaak speelde een duidelijk verschil van mening tussen de deskundige van de partijen en de deskundige die door de rechtbank was benoemd.

Daarover oordeelt de Hoge Raad dat de rechter zijn beslissing in het algemeen niet verder hoeft te motiveren dan door aan te geven dat de door deze deskundige gebezigde motivering, zeker als deze is gebaseerd op bijzondere kennis, ervaring en/of intuïtie, hem overtuigend voorkomt. De rechter zal op specifieke bezwaren van partijen moeten ingaan als die bezwaren voldoende zijn gemotiveerd voor wat betreft de juistheid van deze zienswijze. Voor de rechterlijke beslissing om de bevindingen van deskundigen al dan niet te volgen, geldt voor de rechter een beperkte motiveringsplicht. Daarop wordt het cassatieberoep verworpen.

Reageer op dit artikel