artikel

Geen schuld matigt schadevergoeding

Gezond werken

Een werknemer raakt – buiten schuld van zijn werkgever – arbeidsongeschikt na een arbeidsongeval. Na twee jaar volgt ontslag. Heeft hij recht op een schadevergoeding?

Geen schuld matigt schadevergoeding

Een thans 46-jarige man werkt sinds 1999 bij Sociale Werkvoorzieningsschap De Welplaat als medewerker groenvoorziening. Begin januari 2010 wordt hij samen met een collega ingezet voor opruimwerk in de duinen, met name het legen van afvalbakken.

Arbeidsongeschikt

Tijdens dit werk is hij uitgegleden en gevallen. Hij heeft nog een paar uur doorgewerkt, maar is wegens de pijn door zijn collega naar de plaatselijke huisarts gebracht. Er volgt een ziekenhuisopname van enkele dagen, maar de man is niet geopereerd. De werknemer heeft daarna niet meer gewerkt. Hij wordt in januari 2012 volledig arbeidsongeschikt verklaard. De werkgever beëindigt augustus 2012 het dienstverband. De werknemer vindt het ontslag onredelijk en eist een schadevergoeding van ruim 40.000 euro. De kantonrechter wijst dit af.

Gevolgencriterium

In hoger beroep oordeelt het gerechtshof dat het hier gaat om de eis tot vergoeding op grond van kennelijk onredelijk ontslag en niet om een vergoeding op grond van aansprakelijkheid voor een arbeidsongeval. Artikel 7:681 (oud) BW bepaalt dat, als de arbeidsovereenkomst kennelijk onredelijk wordt opgezegd, de rechter een schadevergoeding kan toekennen. De opzegging geldt als kennelijk onredelijk als de gevolgen voor de werknemer te ernstig zijn in vergelijking met het belang van de werkgever bij de opzegging. Getoetst aan dit zogenoemde gevolgencriterium is hier volgens het gerechtshof sprake van een kennelijk onredelijk ontslag. De werknemer gaat er maandelijks zo’n 400 euro bruto op achteruit en heeft een afstand tot de arbeidsmarkt.

Gladheid?

Dat het ongeval niet aan De Welplaat is te wijten – zie hierna – maakt dat niet anders, maar speelt wel een rol bij de hoogte van de toe te kennen vergoeding. De dagen voor en tijdens het ongeval vroor het licht. Het is algemeen bekend dat er bij een droge vorstperiode geen sprake hoeft te zijn van winterse gladheid. Die treedt pas op bij een combinatie van vocht en temperaturen rond het vriespunt. Het hof ziet zonder nadere toelichting dan ook geen verband met het ongeval. De werknemer heeft verder onvoldoende gesteld dat er op de dag van het ongeval sprake was van extreme gladheid.

Schadevergoeding

Anders dan de kantonrechter acht het hof het wel relevant dat de Inspectie SZW niet is ingeschakeld. Deze verplichting (die voortkomt uit artikel 9 Arbowet) geldt ook als pas later blijkt dat sprake is van een ziekenhuisopname of blijvend letsel in verband met het arbeidsongeval. Maar het al dan niet melden heeft geen invloed op de hoogte van de vergoeding. Het hof bespreekt nog enkele andere omstandigheden die door de werkgever gemotiveerd zijn betwist en oordeelt dat een schadevergoeding van 5.000 euro in dit geval een billijke vergoeding is.

 

Bron: Gerechtshof Den Haag, 29 maart 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:763
Auteur: Rob Poort | Bureaupoort.nl

> TIP: Bijblijven met jurisprudentie? Kom naar de Arbo wetgeving & Actualiteitendag op 17 november 2016.

Reageer op dit artikel