artikel

Ontslag vanwege hoofddoek?

Gezond werken

Een vrouw wordt ontslagen nadat ze met een hoofddoek op haar werk komt. Is hier sprake van discriminatie of ligt het ontslag aan haar functioneren?

Ontslag vanwege hoofddoek?

Een vrouw, moslima, werkt sinds 23 november 2015 in een hotel als medewerker huishouding op basis van een nul-urencontract.

Hoofddoek

Vanaf 12 december 2015 draagt zij vanwege haar geloof een hoofddoek. Op 19 december vindt een gesprek plaats met haar leidinggevende en de hoteldirecteur. Kort daarop beëindigt het hotel schriftelijk de arbeidsovereenkomst. Volgens X heeft de hoteldirecteur gezegd dat hij niet wil dat mensen hun geloofsovertuiging op het werk zichtbaar maken en dat zij niet mocht blijven werken als zij een hoofddoek draagt. Zij beklaagt zich bij het College voor de Rechten van de Mens.

Proeftijd

Volgens het hotel is de overeenkomst binnen de proeftijd opgezegd en is daarmee geen sprake van ontslag. De vrouw functioneerde niet goed en was onvoldoende beschikbaar voor werk. Tot slot streeft het hotel naar een zo neutraal mogelijke uitstraling. Het college stelt dat het recht op vrijheid van godsdienst overeenkomstig de Grondwet en de mensenrechtenverdragen ruim moet worden opgevat. Het omvat niet alleen het huldigen van een geloofsovertuiging, maar ook het zich ernaar kunnen gedragen. Het dragen van een hoofddoek door een vrouw met een islamitische geloofsovertuiging kan worden beschouwd als een uiting van haar geloofsovertuiging.

Algemene wet gelijke behandeling

Het hotel heeft de arbeidsovereenkomst opgezegd. Daarop is de Algemene wet gelijke behandeling van toepassing. De hotelmanager heeft de vrouw gemaild dat het absoluut niet aan haar werkhouding of inzet had gelegen. Het verweer dat het ontslag aan haar functioneren en haar beschikbaarheid lag, gaat daarmee niet op. Het hotel betwist de woorden van de hoteldirecteur niet: dat hij niet wil dat mensen hun geloof op het werk zichtbaar maken en dat de vrouw dus ontslag zou krijgen als zij haar hoofddoek niet wilde afdoen. Een e-mail van de hotelmanager bevestigt dit beleid. Daarom concludeert het College dat het hotel de vrouw heeft gediscrimineerd door de arbeidsovereenkomst te beëindigen omdat zij een hoofddoek ging dragen. Daarmee is een verboden onderscheid gemaakt op grond van godsdienst.

 

Bron: College voor de Rechten van de Mens, 14 april 2014, Oordeel 2016-32
Auteur: Rob Poort | Bureaupoort.nl

> TIP: Bijblijven met jurisprudentie? Kom naar de Arbo wetgeving & Actualiteitendag op 17 november 2016.

Reageer op dit artikel