artikel

Borstvoeding met behoud van salaris?

Gezond werken

Een uitzendkracht claimt recht op borstvoeding, haar chef ziet dat niet zitten en beëindigt per direct de arbeidsverhouding. Is hier sprake van discriminatie?

Borstvoeding met behoud van salaris?

Een vrouw gaat na haar zwangerschaps- en bevallingsverlof via een uitzendbureau bij de gemeente Den Haag werken. Op de eerste werkdag vertelt ze haar leidinggevende dat ze haar baby, die op vijf minuten afstand van haar werk verblijft, borstvoeding wil geven.

Wettelijk recht op borstvoeding?

Haar chef verleent voor die dag toestemming en vraagt om de uren voorlopig als verlof te boeken. De vrouw kan zich hier niet in vinden. Zij vindt dat ze een wettelijk recht heeft om met behoud van salaris borstvoeding te geven. De chef verzoekt haar ook om de volgende dag een kolfapparaat mee te nemen en te kolven in de daarvoor bestemde ruimte. De vrouw doet dat niet omdat zij vindt dat kolven voorbereidingstijd vergt.

Is einde arbeidsverhouding discriminatie?

De volgende ochtend stuurde zij haar leidinggevende, die afwezig is, een e-mail dat zij haar baby borstvoeding gaat geven en nog die dag met de hem deze kwestie wil bespreken. Dat gebeurt ook. Tijdens het gesprek beëindigt haar chef echter de arbeidsverhouding met onmiddellijke ingang. De vrouw vindt dit discriminatie en legt de zaak voor aan het College voor de Rechten van de Mens. De gemeente voert aan dat de chef de arbeidsverhouding heeft beëindigd omdat de vrouw de gemaakte afspraken niet is nagekomen.

Discriminatie vanwege moederschap

Volgens het College verstaat de wetgeving onder discriminatie vanwege geslacht evenzogoed discriminatie vanwege moederschap. Dat moederschap omvat ook het geven van borstvoeding. Bovendien is het inderdaad een wettelijk recht om onder werktijd borstvoeding te geven met behoud van salaris. Het College is van oordeel dat het niet nakomen van afspraken door de vrouw – als hier al sprake van was – te maken had met haar wens om onder werktijd met behoud van salaris borstvoeding te geven. Had de vrouw geen borstvoeding gegeven, dan was de arbeidsverhouding niet al na een dag beëindigd. Het College is daarom van oordeel dat de gemeente Den Haag de vrouw heeft gediscrimineerd door de arbeidsverhouding te beëindigen. Daarmee is sprake van verboden onderscheid op grond van geslacht.

 

Bron: College voor de Rechten van de Mens, 15 november 2016, oordeelnummer 2016-122
Auteur: Rob Poort | Bureaupoort.nl

> TIP: Bijblijven met jurisprudentie en de gewijzigde Arbowet? Kom naar de Arbo Actualiteitendag op 11 april 2017

Reageer op dit artikel