artikel

DME, wat moeten we ermee?

Gezond werken

Graafmachines, trilplaten, heftrucks, langszoevend verkeer. Je kunt het zo gek niet bedenken of het werkt op diesel. En dus staan bouwvakkers bloot aan de uitlaatgassen van diesels: dieselmotoremissie (DME). Welke maatregelen zijn er mogelijk?

DME, wat moeten we ermee?

Veel bouwmaterieel loopt op diesel. Bij de verbranding van diesel komen deeltjes en dampen vrij. Die kunnen zorgen voor allerlei gezondheidsklachten: hoofdpijn, luchtwegirritatie, COPD, hartklachten en longkanker. Het geheel aan schadelijke deeltjes en dampen in uitlaatgassen noemen we dieselmotoremissie (DME).

DME in schone buitenlucht en van dieselmaterieel

Een werknemer die met of dichtbij dieselmaterieel werkt, ademt DME in. Zowel DME uit de ‘schone’ buitenlucht als DME van het werk. In die ‘schone’ buitenlucht zit al voldoende dieselmotoremissie om gezondheidsklachten te veroorzaken. Het is dus belangrijk om zo min mogelijk ‘extra’ DME te maken. Hoeveel DME erbij komt door het werk, hangt onder andere af van de werkzaamheden, het gebruikte materieel, de leeftijd van het materieel, of er filters worden gebruikt en hoe men met de apparatuur omgaat.

> LEES OOK: Wij tegen het soepie!

PAGO in de bouw

In de bouw is het recht op een PAGO vastgelegd in de cao. Hierdoor zijn werkgerelateerde gezondheidsklachten, een verminderde longfunctie bijvoorbeeld, in een vroeg stadium op te sporen. Het PAGO is in de bouw onderdeel van de Duurzame Inzetbaarheidsanalyse (DIA). Daar hebben werknemers iedere twee of vier jaar recht op, afhankelijk van hun leeftijd. Kijk voor meer informatie op www.volandis.nl.

> LEES OOK: Gebruik PMO als powertool bij preventie

Maatregelen

Dieselmotoremissie is een gevaarlijke stof die ook nog eens op de SZW-lijst van kankerverwekkende stoffen en processen staat. Dit houdt onder andere in dat de blootstelling als onderdeel van de risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) moet worden beoordeeld (zie kader Wettelijke verplichtingen hieronder). Maar het houdt vooral in dat de blootstelling aan DME zo laag mogelijk moet zijn. En daar zijn maatregelen voor nodig.

> LEES OOK: Zo vergeet u niets in de RI&E

Wettelijke verplichtingen

DME is een gevaarlijke stof, dus gelden de verplichtingen uit hoofdstuk 4 van het Arbobesluit:

  • Stel een grenswaarde op voor DME (zie kader Grenswaarden hieronder).
  • Beoordeel de aard, de mate en de duur van de blootstelling.
  • Neem maatregelen om de blootstelling zo laag mogelijk te maken.
  • Maak een register op naam van de medewerkers die blootstaan aan DME.
  • Geef voorlichting over de blootstelling en over de mogelijke maatregelen.
  • Stel medewerkers in de gelegenheid een PAGO te ondergaan (zie kader PAGO verder naar boven).

Net als bij alle gevaarlijke stoffen, geldt ook hier de arbeidshygiënische strategie of het STOP-principe: Substitutie, Technische maatregelen, Organisatorische maatregelen en als het echt niet anders kan, Persoonlijke beschermingsmiddelen. De laatste jaren zijn er veel positieve ontwikkelingen op dit gebied. Een goede reden voor de werkgevers en werknemers in de bouw om hernieuwde afspraken te maken over de aanpak van DME. Dit najaar verschijnt het nieuwe A-blad Diesel-
motoremissie.

> LEES OOK: Een-twee-drie, arbeidshygiënische strategie

Grenswaarden

In DME zit onder andere stikstofmonoxide (NO) en stikstofdioxide (NO2). Voor deze twee componenten gelden wettelijke grenswaarden:

Voor DME als geheel is nog geen wettelijke grenswaarde beschikbaar. De Gezondheidsraad stelt momenteel een streefwaarde op. Zolang die niet bekend is, zal ieder bedrijf zelf een bedrijfsgrenswaarde moeten afleiden. Het is handig om daarbij te kijken naar de waarden die de verschillende branches hanteren in hun arbocatalogi (zie kader onderaan dit artikel).
(Bron: Staatscourant 2018 nr. 41167, 23 juli 2018)

> LEES OOK: Mensproeven

Substitutie

Substitutie, het vervangen van dieselaangedreven motoren, is allang geen zeldzaamheid meer. Elektrische auto’s, elektrische hoogwerkers, hybride graafmachines, elektrische trilplaten, aggregaten of waterstof. We hadden het tien jaar geleden niet kunnen bedenken, maar het is allemaal beschikbaar.
Een andere vorm van substitutie is wijziging van werkmethoden. Transportbanden die goederen in en uit magazijnen en tunnels brengen. Maar ook het afsluiten van wegen, zodat er geen blootstelling is door het voorbijrazende verkeer.

> LEES OOK: Veilige alternatieven voor gevaarlijke stoffen

Technische maatregelen

Een technische maatregel die voor een grote verbetering heeft gezorgd, zijn de schonere motoren. De Euro 4 en 5 motoren (on-road) en Stage 3b (off-road) zijn al gauw 70 procent schoner dan de Euro 2 en 3 motoren. En de nieuwere motoren worden alleen maar schoner. Hoe hoger de klasse, hoe schoner de motoren. Het is niet altijd mogelijk om materieel met een hoge Euro- of Stage-klasse te kopen of te huren. Soms uit financieel oogpunt, soms omdat het domweg niet bestaat of niet in de verhuur zit.

De garagebedrijven doen het al jaren: afzuiging plaatsen op de uitlaatpijp. Ook in de bouw is dat mogelijk. In werkplaatsen, bij het onderhoud van materieel, maar ook bij stationaire werkzaamheden in bijvoorbeeld de tunnelbouw, verminderen afzuigpunten op de uitlaat de blootstelling. Ook hier is een consequente toepassing belangrijk. Want deze slangen zijn niet anders dan de stofzuigerslangen thuis: een kapotte slang of niet-passende aansluiting verpest de werking.

Een veel gebruikte maatregel is een roetfilter op de uitlaat. Belangrijk om te weten: deze filters vangen alleen roet(deeltjes) weg, niet de schadelijke dampen die ook vrijkomen. Bovendien gaat het in de praktijk ook nogal eens mis met de juiste montage, tijdige vervanging of schoonbranden en voldoende onderhoud aan de filters. Iets om op te letten. Maar bij een juiste toepassing is het een prima methode om blootstelling te voorkomen.

Organisatorische maatregelen

Een maatregel die zowel technisch als organisatorisch kan zijn, is afstemming van de capaciteit op het benodigde vermogen. Het gaat dan niet alleen om het ‘gierend’ optrekken of de motor laten lopen terwijl de machinist naast de graafmachine staat te overleggen. Het kan ook zijn dat een klus de meeste tijd om een laag vermogen vraagt en slechts af en toe een piek heeft. Het kan dan zuiniger en schoner zijn om twee kleine compressoren te plaatsen, in plaats van één grote. Bij pieken springt de tweede bij. Het plannen van het juiste materieel is natuurlijk een organisatorische aangelegenheid. Een start-stopsysteem of een standverwarming daarentegen zijn puur technische oplossingen.

> LEES OOK: Eerst gedrag en cultuur, dan techniek en beleid

Persoonlijke beschermingsmiddelen

Zijn substitutie, technische maatregelen en organisatorische maatregelen niet meer mogelijk, dan kunnen we als laatste redmiddel gebruikmaken van ademhalingsbescherming: half- of volgelaatsmaskers. Dieselmotoremissie bestaat uit deeltjes en dampen. Het filter moet beide tegenhouden: A2/P3.
Persoonlijke beschermingsmiddelen zijn niet voor niets het laatste redmiddel. Ademhalingsbescherming werkt niet als het masker niet goed aansluit (door een slechte fit of te veel baardgroei), de filters niet tijdig worden vervangen, de maskers niet netjes worden opgeslagen of als ze niet consequent worden gebruikt. Ook even afzetten is verleidelijk bij warm, fysiek zwaar werk. Daarom: persoonlijke beschermingsmiddelen alleen als het niet anders kan.

> LEES OOK: Het wat & hoe van PBM

Er zijn nog veel meer maatregelen mogelijk. Het gloednieuwe A-blad Dieselmotoremissie geeft een uitgebreid overzicht van mogelijke maatregelen. Daarnaast geven arbocatalogi ook oplossingen (zie het kader hieronder).

Voldoende maatregelen?

DME is een kankerverwekkende stof. Dat houdt in dat de blootstelling zo laag mogelijk moet zijn. In ieder geval onder de (bedrijfs)grenswaarde, maar zo mogelijk nog lager. Elk bedrijf en elk (bouw)project zal zelf moeten vaststellen of er voldoende maatregelen zijn genomen. De maatregelen in arbocatalogi en het A-blad Dieselmotoremissie zijn stand der techniek-maatregelen. Die zijn dus mogelijk en in elk geval een overweging waard.

Tamara Onos | arbeidshygiënist bij Auxilium HSE en Johan Timmerman | specialist Arbeidsepidemiologie & Arbeidshygiëne bij Volandis

 

> TIP: het congres Veiligheid op de bouwplaats

DME en veiligheid op de bouwplaats

Reageer op dit artikel