artikel

Re-integratie-inspanning werkgever schiet tekort

Gezond werken

Een bedrijfsongeval is al vervelend genoeg. Maar al helemaal als het slachtoffer vervolgens niet kan terugkeren in zijn eigen functie. Zijn de re-integratie-inspanningen van de werkgever in dit geval voldoende geweest of schieten die tekort? 

Re-integratie-inspanning werkgever schiet tekort

Een man werkt als vrachtwagenchauffeur bij een bedrijf. Door een bedrijfsongeval valt hij op 15 juli 2013 uit. Naar aanleiding van zijn uitkeringsaanvraag doet het UWV onderzoek naar de re-integratie-inspanning van de werkgever.

Die acht het uitvoeringsorgaan vervolgens onvoldoende. Daarop volgt een loonsanctie van 52 weken tot 13 juli 2016. Want de werkgever heeft de re-integratie-mogelijkheden laat en niet volledig onderzocht en had eerder moeten starten met een tweede spoor. Bezwaar van de werkgever bij het UWV en beroep bij de rechtbank worden verworpen.

UWV kon gedane re-integratie-inspanning niet beoordelen

In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep als volgt. De werknemer had tijdens de beoordeling van de re-integratie-inspanningen zijn werk niet hervat. Het UWV heeft dan ook terecht aangenomen dat er geen sprake was van een bevredigend resultaat. Daardoor kon het uitvoeringsorgaan de gedane re-integratie-inspanning niet beoordelen.

Re-integratie eerste jaar richt zich op terugkeer in eigen functie

In de systematiek van de re-integratie geldt als uitgangspunt dat een werkgever eerst verkent of en in hoeverre een werknemer kan terugkeren in de functie die hij had voorafgaand aan zijn arbeidsongeschiktheid. Blijkt dit niet mogelijk, dan moet de werkgever kijken naar ander passend werk binnen het bedrijf. Pas daarna kijkt de werkgever naar werk bij een andere werkgever. In het eerste jaar van de re-integratie ligt het voor de hand dat de re-integratie-inspanning zich richt op hervatting bij de eigen werkgever.

> LEES OOK: Gezondheidsgegevens verwerken onder de AVG

Vanuit die gedachte hebben werkgever en werknemer bij de re-integratie eerst ingezet op terugkeer in eigen werk. Dat blijkt uit het plan van aanpak van september 2013. De bedrijfsarts zag in mei 2014 duidelijk herstel en verwachtte dat de werknemer na enkele maanden het werk weer kon hervatten. In deze periode is de werkgever niet tekortgeschoten in zijn re-integratietaak.

Herstel minder voorspoedig: nadenken over alternatieven

De arbeidsdeskundige heeft juni 2014 in zijn eerstejaarsevaluatie geadviseerd om naast het monitoren van de belastbaarheid ook alvast na te denken over alternatieven. Eind van die maand rapporteert de bedrijfsarts dat het herstel minder voorspoedig verloopt dan gedacht. In september volgt zijn advies om stappen te ondernemen naar ander en beter passend werk. Want het blijft onzeker of de werknemer in zijn eigen werk kan terugkeren.

> LEES OOK: Bedrijfsarts heeft recht op inzage in de RI&E

Werkgever heeft begeleiding naar tweede spoor te laat ingezet

Daarop meldt de arbeidsdeskundige begin november 2014 dat hij de werknemer niet geschikt acht voor zijn werk, ook niet met behulp van aanpassingen. Daarom moet de werknemer worden begeleid naar ander werk. Pas op 11 november volgt de intake bij een re-integratiebureau voor begeleiding naar het tweede spoor. Daarmee vindt de Raad dat het UWV terecht heeft geconcludeerd dat de werkgever onvoldoende re-integratie-inspanning heeft verricht zonder dat daarvoor een deugdelijke grond bestond. Om die reden bevestigt de Raad de uitspraak van de rechtbank.

Bron: Centrale Raad van Beroep, 22 augustus 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:2596
Auteur: Rob Poort | Bureaupoort.nl

 

> TIP: Bijblijven met arbowetgeving en -jurisprudentie? Kom in maart 2019 naar de Arbo Actualiteitendag!

tekortschietende re-integratie-inspanningen werkgever

Reageer op dit artikel