blog

De preventiemissionaris

Gezond werken

Of heeft iemand al een keer meegemaakt dat op een verjaardag alle gesprekken stil vielen en alle hoofden richting de preventiemedewerker draaiden toen hem of haar gevraagd werd: “En wat doe jij voor je werk?” Het zal wel met mijn midlifecrisis te maken hebben, dat ik ook nu weer als een oude mopperkont terugdenk aan hoe het vroeger ging, toen de arbocoordinator (ik blijf echter stug volhouden dat de preventiemedewerker gewoon een arbocoordinator is met een nieuw visitekaartje) nog een vertrouwenspersoon was, waar je je hart kon luchten.

De preventiemissionaris

 

Oh ja, die arbocoordinator schreef het arbojaarplan en het –verslag. Die regelde voorlichting, enzovoorts. Maar hij of zij was vooral een vraagbaak, een soort intern maatschappelijk werker, een missionaris!

Je kon even uithuilen als je chef het weer te bont had gemaakt. En die arbocoordinator wist overal antwoord op, en als hij het niet wist, dan ging hij het voor je uitzoeken. Want een goede arbocoordinator wist: je hebt meer aan kennissen dan aan kennis. En dus werd er geregeld een blik adviseurs opengetrokken om metingen te verrichten en voorlichting te geven.

 

Maar met name die rol van interne vraagbaak, praatpaal, heeft mij altijd bezig gehouden. Blijkbaar had een groot deel van de werknemers daar behoefte aan. Ik heb het nu overigens wel over een periode waarin nog geen gebruik kon worden gemaakt van de media die we nu tot onze beschikking hebben.  De arbocoordinator had een aanzienlijke rij boeken en naslagwerken rechts achter zich in een grijze stalen kast staan. En als er dan iemand kwam met een vraag, dan wist hij feilloos de juiste ordner te vinden, en even later verliet dat mannetje in vieze overall en half versleten veiligheidsschoenen als een gelukkig mens het kantoor. En ook voor priveproblemen kon men aankloppen bij de arbocoordinator. De grijze deur met matglazen ruit ging dan dicht, en alles wat besproken werd bleef binnen de vier muren van het dorp.

 

Zomaar een gesprek in hetzelfde grijze kamertje van de arbocoordinator, de tweede deur rechts na het toilet:

“Hallo Bertus, wat brengt je hier?”

– Moge Gerrit (een beetje arbocoordinator heette Gerrit), mag de deur dicht?

“Ja, natuurlijk.”

– Moet je horen, Gerrit: ik heb de laatste tijd zo’n last van mijn polsen. Bij allebei mijn armen. Waar kan dat nou van komen? Die kratten zijn nog hetzelfde, de blikken soep zijn niet zwaarder geworden, ik snap er niks van.

“Ik wel, Bertus. Jij hebt al een tijdje een vriendin, toch? Hoe lang nu, een half jaar?”

– Ja, dat klopt, maar die ga ik echt niet optillen.

“Nee, Bertus, daar komt het ook niet van. Jij hebt last van het carpaal-tunnelsyndroom.”

– Wat voor tunnel???

 “Net als een muisarm, bij mensen die veel met de computer werken.”

– Ja, maar ik heb het aan allebei mijn polsen.

“Dat klopt, want bij jou komt het van wat jullie doen na het computeren.”

Bertus loopt rood aan.

“Ja, Bertus, je moet je polsen ’s avonds wat rust gunnen…””

 

Kijk, dat is nou de houding van een missionaris.

 

Aart Kraak is werkzaam bij De Arbocompagnie

www.arbocompagnie.nl

 

Reageer op dit artikel