blog

Slechte leiders en meelopers

Gezond werken

Het komt nauwelijks voor dat iemand geboren wordt als slechte manager. Aardig en de slimste van de klas, da’s normaal. Naarmate iemand meer te zeggen krijgt, of liever, te zeggen wil hebben, gaat die aardigheid er soms snel vanaf. Slechte managers worden zelden geboren maar vrijwel altijd gemaakt. Vaak is juist hun slimheid het probleem. Ergens in het begin van hun carriere doen ze iets bijzonder goed, meestal zowel inhoudelijk als sociaal. Redenen voor anderen om zo iemand te bewonderen of te vertrouwen. Hoera, de vlag wordt gehesen! Er is draagvlak en enthousiasme in het team! U herkent iemand, wellicht uzelf? Lees en huiver!

Slechte leiders en meelopers

 

In een veertiental boeken heeft de beroemde adviseur Manfred Kets de Vries het geheim van de slechte manager ontrafeld. Sinds zijn boek over de ‘neurotische organisatie’ weten we dat veel maar lang niet alles in de persoonlijkheid van de manager zelf ligt.

 

Een van de voorwaarden waardoor een ooit goede en slimme manager de weg kwijt raakt en door pathologisch gedrag zijn team of bedrijf ondermijnt, is juist dat anderen, de mensen om hem heen, te lang blijven juichen en hem te weinig tegenspreken. Een deel doet dat uit blind vertrouwen, een ander deel omdat ze eigenlijk niet van managers houden en het zo wel goed vinden.

 

Niet zelf na- of meedenken. Leef en laat leven, morgen is er weer een dag. Uitermate kortzichtig. Leest niemand dan ooit een boek van Kets de Vries?

Er zijn adviesbureaus die testen op leiderschap. Iemand moet beslissingen durven nemen. Anderen kunnen beinvloeden. Snel en flexibel reageren op veranderende situaties. Voor iemand het in de gaten heeft, is hij een high potential. Op zich niets tegen. Maar de kans is groot dat dat slecht uitpakt voor zijn psychische gezondheid. Het gevaar is immers dat die drie deugden de spiegel worden waarmee de toekomstige neuroot zichzelf toetst. Snelle Jelle. Beslissend. Dominerend. En vol vertrouwen, want zegt het spiegeltje niet steeds: je bent de beste, de bovenste beste, van heel het team, van het bedrijf, van het land?

 

Een mogelijke ramp is dat blijvend gejuich of een te grote hoeveelheid onverschillige meelopers petri-schaaltjes worden voor het virus van eigendunk en narcisme. De afdeling, het bedrijf, dat ben ik… Een nog grotere ramp overkomt zo’n stakker als het een keertje misgaat. De beslissing is slecht, het team begint te strompelen, het gejuich verstomt, maar de meelopers komen nog net niet in opstand. Dan wordt het oppassen geblazen. De slimmerd heeft het door en wordt voorzichtig. Het spiegeltje glanst niet meer, maar hij is de enige die dat al weet. Hij wordt voorzichtig. Wordt defensief. Houdt nieuwe ideeen af. Houdt afstand van mensen. Ziet vooral bedreigingen in nieuwe ideeen. En hij wordt gevaarlijk omdat hij leert te denken: wie niet voor mij is, is tegen mij. En dat zal diegene dan merken! We hadden een leider. Maar we krijgen een lastpost. Die triest eindigt. Omdat niemand eens een arm om de stakker heen slaat en zegt, wist je niet dat leiden vooral dienen is?

 

Vincent Vrooland is arbeid- en organisatieadviseur

vrooland@xs4all.nl

Reageer op dit artikel