blog

Wai, tell me Wai

Gezond werken

Eerst berekenen economen dat we niet meer kunnen stoppen met werken op ons vijfenzestigste, omdat de AOW dan te duur wordt. Vervolgens roepen politici dat we langer leven en daarom best ook langer kunnen doorwerken. Ten slotte is er dan altijd wel een firma die de niche in de arbomarkt herkent en een ontzettend bruikbaar ‘instrument’ op de markt zet. Briljant.

Wai, tell me Wai

Wie jong is, kan zich geen voorstelling maken van hoe zijn volgende levensfase er uit zal zien. Toen mijn zoon tien was, wist hij nog niet hoe gecompliceerd zijn leven als puber zou worden. Toen ik veertig was, vond ik dat ik gemakkelijk tot mijn zeventigste kon doorwerken. Maar nu ik tweeënzestig ben, weet ik wel beter. Volgens de politici en de statistici zal ik vast wel later dood gaan, maar dat verandert niets aan de mentale en fysieke beperkingen die ik nu al voel.

Nu roepen er natuurlijk een hoop leeftijdgenoten en oudere senioren dat ze nog prima meekunnen. Van Hare Majesteit (die ik ten zeerste bewonder) tot Minister Donner (die volgens mij al seniel was in het vorige kabinet). Van de opgewekte oudjes in de MAX- programma’s tot die kwieke heer in de Zwitserleven-reclame. Daartegenover staat een grote massa harde werkers, timmerlui, kippenslachters, stratenmakers, leraren en thuisverplegers, die tegen hun zestigste al op hun tandvlees lopen en moeite zullen hebben zich naar hun pensioen te slepen.

Daar is dus nu wat op gevonden: Een bureau dat zich specialiseert in preventie en begeleiding van ziekteverzuim en in preventief medisch onderzoek. Ze zijn heel geinteresseerd in zaken als: (ik citeer) “Duurzame inzetbaarheid”, “Vergrijzing”  en “Ontgroening”.  De laatste term gaat blijkbaar niet over jonge studenten. De firma biedt een “Workability” onderzoek aan, dat ten dienste staat van “Age Management”. Tijdens symposia wordt een Finse professor opgevoerd, die vertelt hoe in Finland daar al dertig jaar onderzoek naar plaats vindt.

De procedure is simpel: je neemt een oudje, legt hem op de testbank en als alle trillende metertjes tot rust zijn gekomen, lees je de WAI ofwel Work Ability Index af. Die schrijf je op een label dat je aan zijn grote teen hangt en voortaan weet elke baas hoeveel hij nog uit dat lijf kan putten. Daar is geen woord Fins bij.

Ik kan niet anders zeggen dan dat dit een gigantische doorbraak is. Binnen redelijke tijd zal Werkend Nederland krioelen van gelabelde oudjes, die voor passende klusjes kunnen worden ingezet. Dat zal dan vaak niet bij de zelfde baas zijn, want een bestratings aannemer zal uiteindelijk genoeg werkvoorbereiders hebben en toch op zoek gaan naar  jonge stratenmakers, die nog echt op hun knieen kunnen. Enkele afgetakelde leraren kunnen coordinator of coach worden maar er moeten ook mensen voor de klas. Dus moeten er voor die krom gewerkte stratenmakers en afgetreiterde frikken op basis van hun WAI andere baantjes gezocht worden.

Dit vraagt dus om een nieuwe wervingsmoraal: niet alleen moeten bazen er aan wennen mensen van boven de vijftig aan te nemen (een revolutie in arbeidsland), maar tevens moeten er regelingen worden getroffen voor de risico’s die bazen nemen als ze mensen in dienst nemen met een WAI van beneden de 75% (ik zeg maar wat). Want die vallen dan misschien eerder om, of begrijpen de nieuwe knopjes niet zo goed.

Toch heb ik het gevoel dat er niet zo erg veel nieuws vanonder de Finse zon komt: we hebben immers al een opvolger van de WAO, waarbij naar de “restcapaciteit”van een arbeidskracht wordt gekeken? Toch ook door artsen? En heet dat niet Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen? De WIA dus. Ook zo’n mislukt bedenksel.

Arthur Mac Gillavry is als medewerker verbonden aan de TU Delft. Daarnaast schrijft hij freelance voor verschillende publicaties.

Reageer op dit artikel